‘Ik dacht: als ze niet getrouwd is, ga ik ervoor’

Spitsuur

Toen Koen Zonneveld (63) een lezing van Makheni (63) bijwoonde, was hij meteen verliefd. Nu doen ze alles samen: coachen, eten en douchen.

Koen: „Makheni is bekend in Zuid-Afrika. Ik dacht dat we daar moesten wonen.” Makheni: „Maar ik vond het juist wel leuk om naar Nederland te gaan.” Foto David Galjaard

Koen: „Ik was bij een internationaal congres in Zuid-Afrika, waar ik een workshop presenteerde. We waren aan het wachten op de keynotespreker, en ik had net gezegd: ‘Zo jammer, dat is meestal een blanke man uit de VS’. En toen kwam Makheni het podium op. Het was geweldig. Ik heb honderden internationale sprekers gezien, maar zij deed het zo ontzettend goed. Zo veel energie. Halverwege dacht ik: ‘als ze niet getrouwd is, ga ik ervoor’. Die avond zocht ik haar, maar kon haar niet vinden. De volgende ochtend zag ik haar pas weer, en hoorde toevallig dat zij naar een workshop over cartoontekenen ging. Ik ging ook en de laatste plaats was recht tegenover haar.”

Makheni: „De hele tijd zochten we oogcontact.”

Koen: „Na de les wilde iedereen met haar op de foto. Ik heb rustig gewacht tot de rij weg was. Toen ik aan de beurt was, heb ik twee vragen gesteld. Als eerste zei ik: Ik heb een vraag voor jou: ben je getrouwd?”

Makheni: „Ik antwoordde: Ik ben al 20 jaar gelukkig gescheiden.”

Koen: „Dan heb ik nog een vraag: ik wil de rest van mijn leven met jou doorbrengen.”

Makheni: „En ik zei: oké.”

Geen man nodig

Makheni: „Vanaf toen zijn we altijd bij elkaar geweest. We wilden zo snel mogelijk trouwen, dat is uiteindelijk binnen twee maanden gelukt. En zes weken na onze ontmoeting had ik een visum en was ik in Nederland.”

Koen: „Dat is nu vijf jaar geleden. Achteraf dacht ik ook: heb ik dat nou zo gevraagd? Maar op moment leek het zo normaal, ik twijfelde ook geen moment of ze ‘ja’ zou zeggen.”

Makheni: „Mijn dochter, die bij de eerste ontmoeting naast me stond, vertelde achteraf dat ze al hoopte dat ik ‘ja’ zou zeggen. Het voelde gelijk heel goed. Terwijl ik in Zuid-Afrika de reputatie heb een mannenhater te zijn. ‘Mannen zijn varkens’, riep ik altijd. Ik dacht dat ik de rest van mijn leven alleen zou blijven, ik vond mijn leven ook prima en perfect. Ik had geen man nodig. Tot Koen dat vroeg, en het voor mij heel logisch was om met hem te trouwen. Zomaar.”

Koen: „Ik was ook helemaal niet met trouwen of relaties bezig. Het was voor mij de eerste keer dat ik ging samenwonen.”

Uit de schijnwerpers

Koen: „Makheni is in Zuid-Afrika een bekendheid. Ze is een van de topsprekers van het land, en talkshow co-host op de landelijke televisie. Ze spreekt 11 Zuid-Afrikaanse talen, en had een heel leven daar. Ik ging er dus ook vanuit dat we in Zuid-Afrika moesten wonen.”

Makheni: „Maar ik vond het juist wel leuk om naar Nederland te gaan. Veel veiliger. En dat beroemdheidwereldje in Zuid-Afrika heeft me nooit getrokken, ik deed juist mijn best zoveel mogelijk uit de schijnwerpers te blijven. Het heeft in het begin wel even geduurd voor ik mijn draai in Nederland vond. De status van beroemdheid verliezen maakt me dus niet uit, maar ik mis wel de sociale impact die ik daar had. Ik was iemand die verschil kon maken, bezocht veel gevangenissen, scholen en kerken. Was heel maatschappelijk betrokken.”

Koen: „Hier moest ze weer helemaal opnieuw beginnen. Ik had al het Nederlandse agentschap van Breinvoorkeuren. Dat is een methode om in kaart te brengen welke clusters van breinprocessen mensen van nature gebruiken. Als je dat van jezelf weet, weet je beter hoe je effectief en met plezier kunt communiceren en samenwerken. Vooral voor teams is dat handig.”

Makheni: „Die coaching hebben we samen verder opgepakt, we leiden nu ook andere coaches op en geven lezingen en workshops.”

Koen: „Dat samenwerken ging gelijk goed. Ze was natuurlijk ook al gewend lezingen te geven.”

Boerenkool met kerrie

Makheni: „We hebben onze huishoudelijke taken verdeeld: ik kook en Koen maakt schoon.”

Koen: „Ze maakt vooral heerlijke originele gerechten.”

Makheni: „Ja, ik kook geen Nederlandse gerechten. Zelfs boerenkool maak ik nog op een bijzondere manier, zonder aardappelen. Maar wel met paprika, uien, champignons, aubergine en wortels. Met een beetje kerrie, heerlijk.”

Koen: „We eten heel gezond, geen pizza of friet. Alleen op cursusdagen eten we wel buiten de deur.”

Makheni: „Meestal eten we de warme maaltijd voor de lunch, en ’s avonds soep of sla. ’s Ochtends maak ik pap van quinoa met gemalen zaden en haverzemelen. De meeste ingrediënten koop ik in de natuurvoedingswinkel. Als we het daar echt niet kunnen vinden gaan we naar de supermarkt.”

Koen: „Komt ook omdat de vrouw van de natuurvoedingswinkel zo’n leuk mens is. Dan ga je er graag boodschappen doen. Ik ga meestal mee om de zware flessen te tillen. En ik doe het huishouden. Ik vind het totaal geen probleem om schoon te maken, dat deed ik natuurlijk ook al toen Makheni hier niet woonde. En we wonen in een rijtjeshuis met trappen, zij zou zo moeten zeulen met de stofzuiger.”

Lees ook de Spitsuur van vorige week: ‘Hij staat soms wel vijftien keer per nacht op’

Breinvoorkeur

Koen: „We hebben soms moeite te stoppen met werken. Zeker in het begin gingen we maar door.”

Makheni: „Dat is het probleem met mensen die hun werk te leuk vinden. Het voelt niet als moeten, maar gewoon als ons leven.”

Koen: „We hebben nu wel de regel dat we elke avond om negen uur echt stoppen.”

Makheni: „Maar uiteindelijk is elke dag bij ons anders. Soms zijn we een cursus aan het geven, dan hebben we weer een hele dag thuiswerken.”

Koen: „Wij houden van afwisseling. Weet je wat het is: wij hebben een breinvoorkeur waarbij je geen behoefte hebt aan structuur. We doen dingen impulsief, in the spur of the moment. Vandaar dat ons besluit om zomaar samen te gaan wonen ook zo goed bij ons past.”

Makheni: „Als ontspanning tussendoor houdt Koen van sporten.”

Koen: „Ik loop ongeveer vier keer per week hard. En we gaan graag samen wandelen en fietsen. En Makheni is gek op schaatsen.”

Makheni: „Ja, dat vind ik zo ontzettend mooi! Wüst, Kramer en anderen glijdend over dat ijs. Ik kan het zelf nog niet zo goed, maar we oefenen. Hand-in-hand kan ik het nu wel.”