De verbeelding is niet bestand tegen de realiteit

‘Ga naar Perzië, je zou daar een beschaving vinden die je alleszins bekoren kan’, is een raad die Arthur Ducroo in Du Perrons Het land van herkomst (1935) krijgt wanneer hij zich beraadt op zijn positie in de ‘nieuwe wereld’. Het boek speelt zich deels af in het Parijs van 1933-1934, een tijd met frauduleuze activiteiten rond banken, een aanval op ‘democratische slapheid’ onder gejuich van velen die zich niet meer veilig voelen en bewondering voor opkomende dictators. Het is ook een tijd waarin de elite, waartoe Du Perron en Ducroo schaamteloos behoren, niet weet wat te doen. Het land van herkomst is een fantastisch portret van machteloosheid en van een poging onafhankelijk te blijven terwijl je schippert tussen twee werelden, waarvan er eentje verdwijnt. De stoelpoten waarvan je dacht dat de beschaving erop gebouwd was, worden onder je weggezaagd.

Wie nu op sociale media kijkt, voelt de wanhoop in grote golven op zich afkomen. ‘Grappige’ filmpjes over Trump worden gedeeld. Artikelen vol uitroeptekens en lijstjes ‘hoe herken je een fascist’ komen telkens langs. Er is woede over de gematigde reacties van Nederlandse politici die vrezen een ‘bevriend staatshoofd’ te beledigen, terwijl dat staatshoofd Nederland beschouwt als een financiële provincie van Duitsland. Geen belediging: net als bij dat bevriende staatshoofd 80 jaar geleden.

Wat Du Perron wilde schreef hij in 1935 aan zijn uitgeverij: Je kan dit boek beschouwen als actueel boek, ‘niet als een boek dat zich uitsluitend en journalistiek bezighoudt met iets dat in de mode is, maar dat essentieel gevoel tegenover de realiteit van nu, ook als het daartegen niet bestand mocht zijn.’ Du Perron formuleerde zijn antwoord in 600 pagina’s: zoveel woorden heb je nodig om als ‘abjekte intellectueel’ weerwerk te bieden tegen de ondergang.

‘Het schijnt dat mensen die niet aan politiek doen, in deze tijd eigenlijk niet bestaan,’ merkt Ducroo op. Bas Heijne sluit zijn essay De staat van Nederland af met: ‘De vraag is niet: wie zijn wij? De vraag is: wie willen we zijn? Voor de rest gaat het om, zoals Huizinga schreef, „behoud van moed en het vertrouwen en het vervullen van de eigen plicht”. Dat is geen praktisch tienpuntenplan, en ook allesbehalve een „oplossing”. Maar het is wel een verantwoordelijke houding. Op die houding komt het aan.’

Ducroo liep vast in de actualiteit, daarvan getuigt de indrukwekkende slot wanneer hij alle greep op zichzelf kwijt is omdat hij is ingehaald door de werkelijkheid. De discussie ging erover deze week in DWDD naar aanleiding van Philip Roth, Du Perron toont het: de verbeelding is niet bestand tegen de realiteit.

De rubriek ‘Fictie bij de feiten’ verbindt de actualiteit met literatuur.