Recensie

Het geweer is een opluchting

Ivo Victoria

Er zijn vriendschappen die alles overstijgen, die draaien om de vrijheid en lichtheid van een trampolinesprong. Dat is mooi natuurlijk, totdat een trampolinesprong leidt tot een coma.

De Vlaamse, in Amsterdam woonachtige schrijver Ivo Victoria Foto Patrick Post/Hollandse Hoogte

Het lijkt een teken des tijds. Net deze week rolde er een filmpje door de online tijdlijnen waarin een meisje, Presley heet ze, jonge tiener, een cadeau uitpakt. Hevig geëmotioneerd en opgewonden haalt ze een Beretta tevoorschijn, een reusachtig jachtgeweer. Het intrigeert. Wat bezielt haar?

Leuk toch, een luchtbuks? De ouders van Seb in Billie & Seb hebben hun zeventienjarige weten te paaien met een nieuw speeltje waarmee hij kan schieten. Een airsoftgeweer, om precies te zijn – een ding dat nauwelijks is te onderscheiden van een echte, en precies daarom zo’n succes bij Seb. ‘Hij genoot van het gevoel deel uit te maken van iets wat groter was dan hijzelf’, schrijft Ivo Victoria (1971) aan het einde van het eerste hoofdstuk.

Dat hoofdstuk begon met: ‘Het geweer was een opluchting’ (zo onheilszwanger zijn veel zinnen in deze roman), want Seb is eindelijk weer tot leven gekomen. Met zijn wapen brengt hij lange dagen buitenshuis door, met anderen, oorlogje spelend in de duinen. De jongen Seb had zich maandenlang van de wereld afgewend, na een ongeluk waardoor zijn zielsverwante Billie in coma was geraakt. Van haar val, na een trampolinesprong, was hij de enige getuige. Dat maakte Seb verdacht en isoleerde hem nog verder in het afgelegen kustdorpje Gaspel, ergens in een gefantaseerd Vlaanderen.

Billie & Seb begint landerig, met de beklemming van een dorp waar twee noemenswaardige dingen ooit gebeurden: de dood van vijf Engelse piloten in de Tweede Wereldoorlog en Billies val. De speelruimte lijkt beperkt, het verhaal overzichtelijk. Victoria beschrijft dan de vriendschap van Seb en Billie – er was iets dat vriendschap oversteeg, iets dat draaide om volkomen eerlijkheid en puurheid, om de vrijheid en lichtheid van een trampolinesprong, om momenten die zo’n indruk maakten dat ze bevroren in de tijd en een moment later onbereikbaar waren geworden.

Klimopplant

Dat is nogal wat – en op de zinnen die dat weergeven lijkt Victoria soms net iets te lang gestudeerd te hebben, zodat ze overwritten aandoen, alsof de taal net boven zijn macht reikt. Maar die zinnen en de beperkte speelruimte zijn geen bezwaar, ze zijn allemaal deel van het plan.

Billie & Seb begint geconcentreerd en gaat vervolgens niet alleen vooruit, maar groeit dan ook als een klimopplant, de hoogte en de breedte in. Er ontstaan takken die zich verbreiden en hun reikwijdte vergroten naar de wereldproblematiek en de geschiedenis, terwijl ondertussen de wortels zich steeds dieper verankeren in de karakters van de personages.

De roman heeft ook zijn wortels in Victoria’s eerdere werk, je moet zelfs zeggen dat die in zijn vierde roman culmineren. De jongens uit deze roman delen de wil om iets te worden met die uit zijn debuut Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (2009), Billie is een herneming van een personage uit Gelukkig zijn we machteloos (2011), dat toen ook al een toonbeeld van puurheid was, en het melancholische verlangen naar extase herinnert aan Dieven van vuur (2014). Die lijnen zijn mooi om te leggen – omdat ze ook tonen welke ambitie Victoria aan Billie & Seb heeft toegevoegd en hoe deze roman daarom een hoogtepunt in zijn oeuvre is, en volledig geslaagd bovendien.

Voorbeeldmensen

In het hart ervan ligt de oorlogshobby van Seb, die een teken is van zijn tijd. Lusteloosheid is zijn deel, terwijl via de televisie van zijn ouders beelden binnenkomen van een wereld die in brand staat. Intussen drukt het oorlogsverleden van Gaspel nog zwaar op de mensen en lijkt het landschap nog schuld te dragen. Het middendeel van het boek werpt ons terug in die tijd. Dat heeft ook zijn weerslag op Seb. Pas door de loop van het airsoftgeweer ziet hij betekenis. Billie & Seb bevat geen eenduidige amateurpsychologie, maar heeft de grilligheid en een waarachtige complexiteit die echte mensen van de personages maakt. (En ook al daarom zijn de soms complexe, bedwelmend lyrische zinnen van Victoria zo treffend in deze roman.)

Deze roman is het hoogtepunt in het oeuvre van Victoria, en is volledig geslaagd bovendien.

Echte mensen worden ook de personages om Seb heen, al worden zij slechts als hun rol beschreven, de arme drommels. Je hebt ‘de moeder’, ‘de vader’, ‘de oom’. Alleen degenen die nog puur en vormbaar zijn, de schietende pubers en Sebs vrolijke kleine zusje, hebben namen. Voor hen zijn de volwassenen beklagenswaardig lege voorbeeldmensen, terwijl ze wél de macht hebben om de wereld te vormen. Zoals de oom, die in een loft in de stad woont en vanuit zijn raam meent te kunnen zien wat er mis is met de wereld – maar hij ziet alleen wat hij denkt te zien, en doet niks. Zoals de moeder van Seb, in een schrijnend tragikomische seksscène waarin zij als vrouw eindelijk de macht grijpt in een verhaal dat door louter mannen beheerst wordt. (Maar, o tragiek, zonder dat er echt iets verandert.)

Testosteron en mannelijke geldingsdrang zijn het probleem, want de kleine, bescheiden puurheid ligt in coma. Zo toont de roman zich diep en overtuigend geëngageerd met de wereld van nu, en dan niet met een plat oplossinkje voor een onderwerpje, maar met een weidse en diepgravende analyse.

Het oorlogje spelen van de jongens wordt steeds minder een spel, want het gevoel dat ze ervan krijgen is echt. Om te radicaliseren hoef je echt geen Jamal te heten (zoals de overbuurjongen die juist slachtoffer wordt); in een ideologieloos vacuüm zonder waarachtigheid zijn Seb en zijn vrienden (en Presley) echt net zo gevaarlijk. En helaas zijn ze niet machteloos.