Hard werken voor een onzeker bestaan

NRC Buurtonderzoek Flexibele arbeidscontracten, onzekere pensioenen, concurrentie om banen, huizen, klanten – de economie trekt wel aan maar veel kiezers voelen er niets van.

Foto David van Dam

De zoon van Huub en Lilly Haagmans uit het Limburgse Born is een doorbijter. De 35-jarige administrateur, vader van jonge kinderen, maakte drie keer mee dat zijn arbeidscontract niet werd verlengd. Bij één baan die hij drie jaar had, hoorde hij pas op de allerlaatste dag dat hij niet meer terug hoefde te komen.

Hij stond al met zijn jas aan bij de deur, begint zijn moeder. Hij had ook een bonus gehad, vertelt zijn vader. Maar een vaste baan heeft hun zoon nog steeds niet. Dus als politierechercheur Huub Haagmans ministers op tv hoort vertellen dat jonge mensen zo dolgraag flexwerker zijn, denkt hij: dream on. „Niemand kan die onzekerheid zo lang aan. Het komt alleen de werkgevers beter uit.”

Vraag kiezers in Amersfoort, Eindhoven en Born naar hun zorgen, en direct blijkt dat ze hunkeren naar houvast op de arbeidsmarkt. Premier Mark Rutte kan nog zo hard roepen dat de crisis voorbij is, verderop in het land merken ze daar weinig van. Vrijwel niemand heeft zijn stemkeuze al bepaald, maar reken maar dat onzekerheid op de arbeidsmarkt meetelt, „ook voor ons”, zeggen Huub en Lilly.

Lees ook het eerste deel van ons buurtonderzoek, over de zorg: Goede zorg krijg je niet zomaar

Driekwart van de mensen bij wie we aanbelden, wilde niet praten. Maar een groep van 42 mannen en vrouwen in de leeftijd van 18 tot 84 jaar stond ons welwillend te woord. Huisvrouwen zoals Miranka van Bronswijk die vanwege de ziekte MS moest stoppen met haar baan in de gehandicaptenzorg en nu voor haar twee kinderen zorgt. Gepensioneerden onder wie de 68-jarige boekhouder Piet Ramakers: „Hadden we mijn pensioen maar nooit in de verbouwing gestopt.”

En veel werkende kiezers. Zoals postbode Wil Cobben die steeds vroeger klaar is met zijn pakketrondje in het vergrijzende Born. En ondernemer Gürsel Kiliç, vijfentwintig jaar eigenaar van een Turkse supermarkt. Kiliç maakt zijn winkel in Eindhoven kleiner. „Het kan niet meer uit. We zijn een gewone buurtwinkel geworden. Albert Heijn verkoopt nu zelfs Turkse producten.”

Vrijwel alle geïnterviewden zijn onzeker over het werk, hun pensioen, de buurt, de woningmarkt. De eigenaar van de Turkse supermarkt kan daar naar eigen zeggen prima mee leven – „Ik ben een positivo” – maar anderen liggen er wakker van. Het overgeleverd zijn aan de grillen van de markt. De geldzorgen, kopzorgen, stress. Is het niet voor zichzelf, dan voor hun kinderen.

De rijken worden rijker en de armen armer, constateert Mark (30) uit Eindhoven – evenals sommige anderen wil hij alleen met zijn voornaam in de krant. Zekerheden verdwijnen. „Wij werken hard om rond te komen. Anderen krijgen een hoge beloning, ook als ze het verkeerd doen.” In Born voelen sommigen zich „de verliezers van Nederland”, nadat de mijnen sloten, chemieconcern DSM banen verhuisde naar lagelonenlanden en sluiting dreigde van autobedrijf Nedcar. „De verzorgingsstaat is hier in ons gezicht ontploft.”

Zitten de geïnterviewden wel aan de goede kant van de financiële streep, dan vrezen ze „de wraak van de verongelijkten”. Zoals een gepensioneerd homo-stel uit Amersfoort-Vathorst. Door de woonkamer schalt klassieke muziek. De mannen brengen hun dagen door met lezen en golfen, musea en concertbezoek. Ze hebben hun koophuis van zes ton afbetaald met de overwaarde van eerdere appartementen.

Peter, gepensioneerd geluidstechnicus „moet er niet aan dénken” dat de PVV de grootste zou worden bij de verkiezingen van 15 maart. De aanhang van Geert Wilders benauwt hem, hun gebrek aan tolerantie tegenover asielzoekers, homo’s, groepen die anders zijn. „Ik ben van 1946, ik heb geleefd in een fantastisch vrije wereld. We moeten onder ogen zien dat het ophoudt. De verzorgingsstaat verkeert in staat van ontbinding. Dat maakt mensen verongelijkt en intolerant. Intussen is de Derde Wereldoorlog al begonnen. Kijk naar Syrië, Rusland, de hackers en nu Trump in de Verenigde Staten. Veel lijkt op het interbellum.”

Amersfoort rond de Darthuizerberg in Vathorst.

Stop met dat doemdenken, roept zijn man, voormalig schooldirecteur Piet Jan: „Ik kan volstrekt gelukkig zijn als ik ’s ochtends mijn golf-rondje loop en de bomen staan te dampen in de zon”. Doemdenken deden onze grootouders ook, zegt Piet Jan. „En wat gebeurde er? Niks. Ze onderschatten de kracht van hun kinderen en kleinkinderen. Dàt is waar ik me zorgen over maak. Hebben we de kinderen en kleinkinderen van nu niet te veel gepamperd? Beseffen die wel hoeveel ze te verliezen hebben?”

Mark doet dat zeker, hij woont in de Bloemfonteinstraat in Eindhoven. Gemillimeterd haar, oorbellen, armen vol tattoos en een vriendelijke oogopslag. Vijftien jaar geleden stopte hij met de Mavo, hij kon aan de slag bij een grote bakkerij. Nu leidt hij de inpak-afdeling. Met tweeduizend euro netto verdient hij „prima”. Zijn vrouw werkt drie avonden in de horeca; overdag is ze er voor hun dochters van acht en zes jaar.

Moeiteloos vat hij samen hoe zijn wereld is veranderd sinds hij volwassen werd. Alles wordt duurder. Een patatje frikadel kostte 2 gulden, nu 2 euro 50. Of neem de zorgverzekering: „Toen ik 18 was betaalde ik 45 euro, nu meer dan honderd per maand. En die verzekeraars maar winst maken.” En dan heeft hij het nog niet over de Polen die naar Eindhoven zijn gekomen. „Polen werken goedkoper dan Nederlanders en krijgen onze banen.”

Poolse bouwvakkers

Je vindt de Polen om de hoek bij Friture Thijsco, het familiebedrijf van Jos Claas en zijn vrouw. „We hebben negen personeelsleden – bijna allemaal familie – en we stemmen VVD.” Vrijdagochtend half twaalf staat het er stampvol met Poolse en Bulgaarse bouwvakkers op kistjes in overall. Ze bestellen zelfgemaakte kippenflappen, lampions en smikkeltjes.

Je vindt de Polen ook in de Bloemfonteinstraat tegenover het huis van Mark. Daar woont Monika (27), met haar man en twee kinderen (9 en 7 jaar). Hij is vorkheftruckchauffeur, zij schoonmaakster. We hebben het goed, glundert ze, beter dan we het in Polen zouden hebben. Het gezin gaat elke week naar de kerk, ze hebben Poolse kennissen in Eindhoven en de kinderen krijgen twee straten verderop goed onderwijs. „Ze kijken Nederlandse televisie – dat is goed voor hun taal. En binnenkort gaan ze op zwemles.”

Elk huis dat de laatste jaren in deze van oorsprong katholieke volksbuurt vrijkomt – doordat de bewoner sterft of naar het verpleeghuis gaat – wordt verkocht door de woningbouwcorporatie. Aan Nederlanders en aan Polen. ‘Slim kopen’ heet het project dat de straat moet opkalefateren: want kopers schilderen hun huis, bouwen een dakkapelletje en nemen, in theorie, verantwoordelijkheid voor de buurt.

Steeds groezeliger

Uit afgebladderde verf op raamkozijnen en hekjes blijkt dat de corporatie daar zelf geen geld voor vrijmaakt. Tot ergernis van Jolanda (51), die opgroeide in de wijk en de straten „steeds groezeliger” ziet worden. „Wij wachten al twee jaar op vloerbedekking op de trap en de voordeur moet geschilderd”, vertelt ze. Maar ze doen niks, zegt ze. Ook niet voor haar dochter. „Zij moest noodgedwongen een jaar met haar kleine bij ons inwonen voordat ze een flatje kon krijgen.”

Anderen kregen voorrang, blaast Jolanda als ze in de Turkse supermarkt haar shoarmavlees afrekent. „Nederlanders en ook Polen.” Verdringing is een belangrijk verschil met de tijd dat de Turkse gastarbeiders kwamen, zegt supermarkteigenaar Gürsel Kiliç. Toen hij in 1974 naar Eindhoven kwam was er werk in overvloed, nu vervangen Polen duurder betaalde Nederlandse krachten die vast geklonken zitten aan cao’s. Dat geeft scheve gezichten. Tegelijkertijd ziet hij Polen heel hard hun best doen om te integreren. „En ik ben het bewijs: dat kan.”

Gürsel Kiliç (56) heeft vanaf zijn vijftiende onafgebroken gewerkt en jarenlang ’s avonds van zes tot half elf op school gezeten, „voor vakopleidingen. Mijn diploma’s kan ik niet meer tellen”. Hij was kippenslachter, glazenwasser, bankwerklasser, automonteur en jongerenwerker voordat hij in 1991 met een compagnon uit Turkije de supermarkt begon. Tegelijkertijd zette hij zich in voor „een Turkse vereniging. Ons uitgangspunt was: we blijven hier. Wij zijn geen gastarbeiders, we gaan niet meer terug”.

Nooit komt hij meer in Turkije, ook ’s zomers niet. „Ik heb niks meer met dat land. Ik huur hier een huis, heb hier een zaak.” Ook hier, in Noord-Brabant, hebben zijn kinderen toekomst. Een zoon werkt in de supermarkt, de ander is programmeur, zijn dochter leert voor accountant. Alleen pensioen heeft hij nooit opgebouwd. Maar daar zit Gürsel Kiliç niet mee. „Zo gauw ik moet stoppen met de zaak, weet ik zeker dat ik de volgende dag weer een baan heb.”

Foto David van Dam
Foto David van Dam
Doornakkers-West in Eindhoven, rond de Bloemfonteinstraat. Supermarkteigenaar Gürsel Kiliç. „Zelfs Albert Heijn verkoopt nu Turkse producten.”

Verbouwing

Piet Ramakers (67) helpt ’t hem hopen. Het is de gepensioneerd boekhouder in Born nooit gelukt. Toen hij 56 was, stond hij na een reorganisatie op straat en begon hij voor zichzelf. „Tachtig sollicitatiebrieven heb ik geschreven, drie keer had ik een gesprek.” Lang verhaal kort: Piet vond geen baan, krijgt nu pensioen. En dat is geen vetpot. „We krijgen 745 euro, het was 1.100 euro netto geweest als Ans niet werkte.”

Zijn vrouw Ans werkt een paar uur per week als bibliothecaresse in Born. Ook zij heeft een reorganisatie meegemaakt. Zeven vestigingen moesten sluiten, achttien collega’s werden ontslagen. Ook een goeie kennis kon vertrekken, 25 jaar had Ans met hem gewerkt: „Hij heeft twee studerende kinderen en nog altijd geen baan.” Piet: „Vind je het gek? Het is hier achtergebleven gebied als het om werk gaat. Sinds hier de mijnen sloten en in Groningen het strokarton verdween, heeft Holland de randen van het land opgegeven.”

Piet en Ans Ramakers – „we tanken in Duitsland, scheelt 20 cent per liter” – draaien elke euro om. Dat moet ook omdat een deel van Piets pensioen is gebruikt om een kamer bovenop de garage te bouwen. Piet: „Voor onze autistische zoon.” Ans: „Maar Jasper kreeg gedragsproblemen.” Hij ging schreeuwen en slaan en toen hij volwassen werd verhuisde hij alsnog naar een zorginstelling. Ans slaat haar ogen neer. „Het waren tropenjaren. We hadden geen keuze.”

Born, gemeente Sittard-Geleen, rond de Tuinstraat.
Bibliothecaresse Ans Ramakers. Haar man Piet raakte zijn baan kwijt. „Het is hier achtergebleven gebied als het om werk gaat.”

Alleen in vinexwijk Vathorst in Amersfoort voelen bewoners de economie voorzichtig aantrekken. Vorig jaar werd een huis bij de Zijpenberg verkocht op executie. Het stel had schulden en bezweek onder de hoge hypotheek. 295.000 euro leverde het pand op – minder dan de koopprijs tien jaar eerder. Recent werd een identieke woning verkocht voor 380.000 euro. Bewoner Miranka van Bronswijk: „De hele buurt is opgelucht.”

De smalle koopwoning van Van Bronswijk (38) staat in een rij van 25 identieke huizen. Ruime parkeerplaatsen en groen voor de deur. Bij elke voordeur hangen namen – van ouders en hun kinderen. Iedereen gaat twee keer per jaar op vakantie, vertelt Miranka. „De meesten hebben twee auto’s. Maar dit is ook de kampioen scheidingswijk van het land. Vaak moeten de ouders allebei hard werken voor de hypotheek. Huizen stonden lange tijd onder water.”

Zelf is ze gelukkig met haar man, vertelt ze. Hij leidt een hypotheekkantoor en verdient drie keer modaal. Doordat hij veel verdient, heeft het gezin geen recht op huishoudelijke hulp. Die heeft Miranka nodig omdat ze met haar MS in slechte periodes amper kan lopen en haar evenwicht verliest. „Die hulp betalen we dus zelf.” En omdat zij op termijn almaar meer zorg nodig heeft, zal daar steeds meer geld aan op gaan. „Het is niet zo dat we wat kunnen achterlaten voor onze kinderen.”

Miranka denkt erover in maart CDA te stemmen omdat ze zich ergert aan de ‘morele neergang’. „Je mag andermans kinderen niet aanspreken op slecht gedrag. Ik vind: dat moet kunnen.” En ze stoort zich aan de individualisering. Die is doorgeslagen, zegt ze. „Iedereen zit de hele dag op zijn telefoon. Bij zwemles, in de speeltuin, in de wachtkamer, bij de bushalte. Zelfs moeders die achter de kinderwagen lopen! Er is gewoon geen gesprek meer.”

Daarin valt Jolanda uit Eindhoven haar bij. Zij mist in Doornakkers-West „de samenheid”. Vroeger kwam de hele straat op kraamvisite, nu is het „ieder voor zich”. Buurtbewoners, zegt ze, staan met de ruggen naar elkaar en zien niet naar mekaar om. Terwijl de ouderen die Nederland na de oorlog hebben opgebouwd, eenzaam in hun huisjes zitten, vaak alleen met een AOW-uitkering. „Ons ma ook, ze woont bij ons om de hoek.”

Net gingen haar moeder en zij samen naar de supermarkt, vertelt Jolanda. „Koopt ze alleen melk, brood en bonen. Vraag ik: ‘moet jij niet meer hebben, het gaat vriezen’. Antwoordt ze: kan niet. Nou dan breekt mijn hart, ik wil dat ze het goed heeft. Dus komt ze vaak bij ons eten, al hebben wij het ook niet breed, mijn man is slachter. Of ik ga met haar naar de Intratuin voor een lekker ontbijtje van een euro.”

‘Geef Geert Wilders een kans’

Uit protest gaat Jolanda in maart PVV stemmen. Net als bibliothecaresse Ans uit Born, haar man Piet twijfelt nog. Allebei de vrouwen vinden het „een grof schandaal” dat achtereenvolgende kabinetten „de eigen ouderen” in de steek laten en „voedselbanken noodzakelijk maken”. Elke minister belooft beterschap, maar „er verandert niks”, zegt Jolanda die eerder PvdA stemde. Klopt, beaamt Ans. Als iemand het roer kan omgooien, is het Geert Wilders. „Geef die man een kans.”

Piet begint over de statushouders en de Polen in Limburg. Zij worden „voorgetrokken” als het gaat om werk en huisvesting. Dat moet stoppen. En dat kun je aan Rutte en z’n VVD niet overlaten. Piet, schamperend: „Zei de premier niet: er gaat geen cent meer naar de Grieken? Nou, dat hebben we geweten. Prachtig land hoor, ik was er op vakantie. Maar weet jij wanneer Grieken met pensioen gaan? Als ze veertig zijn. Is dat één Europa?”

Ze putten hoop uit de ervaringen afgelopen week in de Verenigde Staten. Als je ziet hoe voortvarend president Donald Trump zijn verkiezingsbeloften nakomt, weet je dat er ook politici bestaan die „doen wat ze hebben beloofd” en „landgenoten beschermen”. In Amersfoort jaagt dat geïnterviewden juist schrik aan. Laat de PVV alsjeblieft niet de grootste partij worden, huivert Miranka van Bronswijk. Als Wilders wint, zal hij groepen tegen elkaar uitspelen en het land verder verdelen, denkt ze.

„Ik ben liberaal”, vertelt Piet Jan in zijn Amersfoortse koopwoning met grasdak. „Dat is iets anders dan het ikke, ikke, ikke van Mark Rutte. Die heeft Nederland overgeleverd aan het marktgeloof. Maar in liberalisme zit solidariteit ingebakken. Dat zie ik niet bij de VVD en te weinig bij D66. Dus ga ik op Jesse Klaver stemmen, dat is tenminste een leider die het opneemt tegen Wilders en zijn krachten.”

Supermarkteigenaar Gürsel Kiliç knikt. Geert Wilders en ook Tunahan Kuzu van DENK vindt hij „beroepsmopperaars, negativisten, die overdrijven en de gemeenschap ondermijnen”. Hij wil juist gaan stemmen op een partijleider die kiezers bij elkaar brengt, niet uit elkaar drijft. En wie is dat? Dat weet hij nog niet. „Maar ik weet wel dat we de democratie in Nederland moeten koesteren. We hebben hier een prachtig land. We hebben het hier relatief goed. Er wordt gediscussieerd, de wetten worden nageleefd, ik kan hier zelf nadenken en zelf kiezen. Kom daar in Turkije maar ’ns om.”