Opinie

Echt onderwijs helpt tegen nepnieuws

In de strijd tegen nepnieuws onderwijzen scholen digitale geletterdheid. Maar jongeren hebben meer aan Nederlands, geschiedenis en wiskunde, weet

Collegezaal van de Universiteit Tilburg. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Sinds oktober doet het gerucht de ronde op internet dat dj Tiësto dood is. Het klopt niet, het is nepnieuws. Heus, de man is springlevend. Vooral jongeren lijken gevoelig voor nepnieuws. En dus moeten we ze leren nepnieuws te herkennen en te interpreteren. In de klas natuurlijk. Maar dat is een vergissing.

Nepnieuws is een gevleugelde term, die sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen aan waarde heeft gewonnen. Trumps tegenstanders menen dat valse berichten de uitslag hebben beïnvloed. „Met gemak heb ik de verkiezingen gewonnen en nu proberen schurkachtige tegenstanders onze overwinning te kleineren met nepnieuws”, twittert de president op zijn beurt.

Jongeren schijnen ervan in de war te raken. Onderzoek van de Amerikaanse universiteit Stanford wees uit dat 82 procent van de pubers het verschil tussen een nieuwsbericht en een advertorial niet zag. Nu is een advertorial niet hetzelfde als nepnieuws, maar doorgaans proberen de makers van een advertorial hun boodschap wel te verpakken als een kranten- of tijdschriftartikel.

Nederlandse wetenschappers bevestigen de bevinding van Stanford. Hoogleraar mediagebruik Elly Konijn zegt tegen de NOS: „Het onderdeel van de hersenen dat reflecteert op het waarheidsgehalte van een bericht, de prefrontale cortex, is bij jongeren nog in ontwikkeling. Ze weten wel dat er nepnieuws bestaat, maar ze kunnen het niet zelf goed inschatten.”

Nepnieuws bestrijd je juist met traditioneel onderwijs.

En kijk, daar is de oplossing: laten we jongeren vakoverstijgende vaardigheden van de 21ste eeuw aanleren. Digitale geletterdheid. Mediawijsheid. En dat begint, waar anders, al op de basisschool.

Deze opvatting past het eigentijds onderwijsbeleid als een handschoen. De Europese Commissie tamboereert al even op het aanleren van digitale geletterdheid. In de curriculumherziening voor basis- en voortgezet onderwijs, Onderwijs 2032, in gang gezet door staatssecretaris Dekker (VVD), nemen de vaardigheden van 21ste eeuw een prominente plaats in.

Maar nepnieuws bestrijd je niet met het aanleren van digitale geletterdheid. Dat bestrijd je juist met traditioneel onderwijs, gegeven vanuit vakken die op hun beurt zijn gelieerd aan wetenschappelijke disciplines. Vergelijk het met insecticide die een muggenplaag uit de lucht haalt.

Internet is het vliegwiel van nepnieuws, dat zich via social media exponentieel verspreidt om voort te woekeren in de hoofden van de mensen. In Nederland verspreiden zestig websites nepnieuws – hoe meer hits, moe meer geld ze verdienen. Feitelijke onjuistheden verspreiden ten behoeve van particulier gewin, en daarmee mensen in de war brengen, ziehier het fundamentele bezwaar tegen nepnieuws.

Maar nepnieuws is niet nieuw, het is van alle tijden. Nu is Tiësto zogenaamd dood, maar begin jaren zeventig zong het nepbericht over de dood van muzikant Paul McCartney rond. Er werden radioprogramma’s gemaakt, met achteruit draaiende platen. De prefrontale cortex liet de ruisende nepboodschap ‘Paul is dead’ achteloos doorsijpelen naar het bewustzijn.

Gelukkig is er onderwijs. Algemene vorming voedt kinderen op tot kritische burgers. Door overdracht van kennis. Dan moet die kennis wel beklijven. En dat gebeurt alleen als nieuwe kennis wordt verbonden met oude. Het organiseren van die verbinding is lastig. Vanwege die gigantische informatiestroom. Daarom kent de menselijke zoektocht naar waarheid wetenschappelijke disciplines, waarbinnen vanuit verschillende disciplines intelligent naar een deel van die complexe werkelijkheid wordt gekeken. De vakken op school zijn een aftreksel van die wetenschappelijke disciplines. Een schoolvak zet informatie systematisch en herhaalbaar om in kennis. Door het gedisciplineerd aanwenden van die kennis begrijpen kinderen de wereld om hen heen steeds een beetje beter. In tijden van verandering is juist de constante van die vakaanpak cruciaal. Met een vastberaden en scherpe blik naar een volatiele werkelijkheid kijken, vanuit wat we weten en kunnen, alleen dat brengt delen van de waarheid in beeld.

Deze kennisbasis, gedragen door de gehele bevolking, als gedeeld referentiekader, vermorzelt nepnieuws met gemak.

Vakoverstijgende vaardigheden, zoals mediawijsheid en digitale geletterdheid, de zogenaamde 21ste eeuwse vaardigheden, zijn los van schoolvakken onmogelijk effectief te onderwijzen. Omdat ze onvoldoende verankerd zijn in kennisinhoud en vakaanpak. Vanuit die constatering wordt het leren vrijblijvend en toevallig. De nieuwe vaardigheid verbindt niet met het eerder geleerde. Van beklijving is geen sprake. Die prefrontale cortex van dat puberbrein bonjourt de eigentijdse vaardigheid weg naar het grote niks.

Maar om welke vakken draait het dan in die algemene vorming? De sporen waarlangs wij communiceren zijn taal, getallen en verleden. Daar zit de cohesie van onze samenleving. Zorgvuldig taalgebruik duidt en nuanceert de werkelijkheid, haalt het ongemak uit het gesprek. Getallen, vergelijkingen en grafieken kwantificeren feiten en oorzakelijke verbanden. Ervaringen en gebeurtenissen uit het verleden bepalen wie we nu zijn. Daar leren we van, want techniek mag veranderen, mensen blijven hetzelfde. Precies daarom zijn rekenen, wiskunde, geschiedenis, Nederlands en de wereldtaal Engels cruciaal. Daarnaast ontwikkelen kinderen hun belangstelling en kwaliteiten in de omgang met verwante schoolvakken zoals natuurkunde, biologie, economie, kunst.

Deze kennisbasis, gedragen door de gehele bevolking, als gedeeld referentiekader, vermorzelt nepnieuws met gemak.

Politici als staatssecretaris Dekker, bestuurders en eigentijdse connaisseurs draaien de boel echter om. Geïntimideerd door technologische ontwikkeling denken ze in een unieke tijd te leven. Eisen ze een eigentijds curriculum. Minder schoolvakken. Meer vaardigheden van de 21ste eeuw. Doe het niet. Het levert enkel neponderwijs op.