De Trump-revolutie is terecht een hoofdzaak voor NRC

De leugen regeert – en nu eens niet in de journalistiek, maar volgens de media in het Witte Huis. Week Eén Na Trump begon in NRC met Trump verzint zijn eigen feiten en ging in crescendo naar de Liegende leiders op zaterdag, met Alternatief feit is gewoon leugen en Een goede leugen gaat een levenlang mee. Tussendoor nog Ruttes grote leugen van Bas Heijne – ook tegenover de goedlachse premier van het normaal doen worden de mouwen opgestroopt.

En dan beweren ook nog eens 14.000 psychiaters in nrc.next dat de president knettergek is (Psychiaters: ‘Trump lijdt aan kwaadaardig narcisme’, 3 februari). Oeps, de middagkrant trok aan de rem en kopte Trump te snel als ‘kwaadaardig narcist’ neergezet boven hetzelfde stuk. Eh, wat wil NRC nu vertellen? Zelfs in de geestelijke gezondheidszorg gooit The Donald alles overhoop.

Lezer reageren verdeeld. Een (jarenlange) lezer vraagt zich af of het journalistieke normbesef „volkomen is weggevaagd”, zoals in een volgens hem eenzijdig portret van Trumps ideoloog Steve Bannon (Trumps strateeg gedijt bij chaos en verwarring, 31 januari). Een andere jarenlange lezer ergerde zich aan datzelfde stuk, maar nu juist omdat hij de kwalificatie van Bannon als „topstrateeg” veel te positief vond.

Dan was er kritiek van weer een andere vaste lezer, die bezwaar maakte tegen de gelijkstelling van „alternatieve feiten” met „leugens”. Trumps woordvoerder Spicer had gezegd dat diens inauguratie „het grootste publiek ooit” had gehad, „wereldwijd”, dus op tv – en dat kan best waar zijn. Geen leugen dus, vindt de lezer, maar een ander feit.

Op zichzelf een goed punt, want met alternatieve feiten kan bedoeld zijn: andere feiten die in de media onderbelicht blijven. Maar in dit geval, licht correspondent Guus Valk toe, zijn de feiten toch deze: Spicer zei dat meer mensen dan ooit de inauguratie hadden bijgewoond, „zowel persoonlijk als wereldwijd”. Dus niet bij elkaar opgeteld, zoals later werd gesuggereerd. En het eerste, fysiek, is niet waar, en dat had Spicer, en dus Trump, kunnen weten.

Toch is er meer aan de hand dan ‘leugeninflatie’. Het verschil met eerdere politici die een opportunistische verhouding hadden met de waarheid, is dat Trump ook de meest basale feiten onderdompelt in een shock-ideologie, waarin geen ruimte is voor debat of tegenspraak, louter voor conflict of instemming. Ook met zichzelf: hij doet wat hij heeft beloofd. Tot ontzetting van veel kiezers, al is er ook steun (‘Hij houdt tenminste woord’, 1 februari).

Dat is niet alleen voor lezers hier confronterend, maar ook voor media die de laatste jaren veel tijd en energie hebben gestoken in post-ideologische verbreding van hun merk, met ruime aandacht voor de lichtere kanten van het bestaan. Nu blijkt het opeens, zowaar, menens en ook best eng in de buitenwereld.

Hoe moet NRC zich opstellen?

Soms klinkt het manhaftig dat journalisten de handschoen moeten opnemen, nu Trump hun de oorlog heeft verklaard. Media moeten niet terugschrikken voor een rol als „oppositiepartij”, vond bijvoorbeeld Volkskrant-columnist Bert Wagendorp, want „dat zijn ze ook en dat moeten ze vooral blijven”. Leugens zijn leugens, en media moeten zich niet „in bochten wringen”.

Nee, liever niet, maar ook niet in een krampachtig oppositionele bocht. Een pers die louter leugens ziet en niet zal rusten voor ook de allerlaatste declaratie-wethouder in Limburg is gestruikeld, zou net zo’n karikatuur zijn van de democratische rol van media als een hielenlikkende, hakkenklakkende vinger-aan-de-hoedjournalistiek waarin ministers weer ‘excellenties’ zijn.

Journalistiek moet wél agressief zijn, in de Amerikaanse betekenis van dat woord: actief onderzoekend, kritisch en vasthoudend, in dienst van openbaarheid en de publieke zaak. In die zin mogen mediaorganisaties, die steeds meer productiebedrijven zijn geworden voor heel de genietende mens, de bakens best verder verzetten: minder kuddegedrag, minder divertissement, meer eigen agenda en reporting. Wat NRC betreft op basis van Beginselen (1970) die haaks staan op het revolutionaire mono-nationalisme van, in Nederland, de PVV en overzee dat van Trump.

Maar dat is iets anders dan jezelf opwerpen als ‘oppositie’. Daarin schuilt het risico van contra-afhankelijkheid: jezelf bewonderen in het bolle of holle spiegelbeeld dat Trump je voorhoudt.

Reuters-hoofdredacteur Steve Adler heeft zijn organisatie daarom de volgende richtlijnen voor Trumpberichtgeving gegeven: niet wijken voor intimidatie, maar je ook niet laten meeslepen in zijn „oorlog tegen de pers”. Wél doen: je minder fixeren op officiële berichten en zogenaamde ‘toegang’ tot de macht; meer het land ingaan en laten zien hoe burgers leven en oordelen.

Nu is Reuters een algemene nieuwsdienst en die moet, net als in Nederland de publieke omroep, neutraal zijn. Voor media als NRC, Trouw of de Volkskrant ligt dat anders: zij hebben een traditie, beginselen en een stellingname die wordt uitgesproken in het Commentaar. Zij zijn dus niet neutraal, maar wel objectief – feiten zijn feiten – een onderscheid dat door mediacritici, van links tot rechts, meestal niet wordt gemaakt of honend wordt weggewuifd.

Koppen en maatvoering zijn een ander verhaal. Daar dreigt het risico van ‘zeggen waar het op staat’: drammerige herhaling of gewoon botheid.

Dat ligt niet aan Trump. Over burgemeester Van der Laan van Amsterdam kopte nrc.nl deze week aanvankelijk Burgemeester van der Laan heeft uitgezaaide longkanker. Ja, dat had hij zelf bekendgemaakt. Maar ook bij zulk nieuws moet het publieke belang voorop staan: dat een burgemeester ernstig ziek is, is relevant, maar waar hij precies aan lijdt hoeft niet in de kop te worden uitgeschreeuwd. De waarheid is geen kwestie van uitroeptekens.

Reacties: ombudsman@nrc.nl