De stralende koningin van de VPRO

De laatste bladzijde Karen de Bok (1961-2017) trok de VPRO uit het elitaire moeras en ontdekte vele nieuwe tv-gezichten. Haar donkere kant kende bijna niemand.

VPRO-hoofdredacteur Karen de Bok kon „beschaafd woedend” worden en was „vurig onverzettelijk”. Foto Quintalle Nix

„Karen werd van het meisje met de mooie benen de koningin van de VPRO”, zei tv-maker Britta Hosman in de VPRO Gids. „Ze brak geruisloos het glazen plafond waarvan wij vonden dat het niet bestond. Ze trok de VPRO uit zijn elitaire moeras en ondertussen kregen de meisjes het steeds meer voor het zeggen.”

Karen de Bok overleed op 19 januari. Ze was 55 jaar. Volgens haar man Emile Fallaux had zij „een uitweg gekozen uit een depressie die haar zwaar raakte”.

Als hoofdredacteur van VPRO Televisie stond De Bok aan de wieg van successen als Zondag met Lubach, De Hokjesman en meer dan twintig reisseries. Onder haar leiding won de omroep vier keer de Nipkowschijf.

De Bok groeide op in Den Haag. Haar vader was Max de Bok, parlementair verslaggever voor De Gelderlander. Haar moeder Ellen Beek werkte ook voor die krant. Via haar vader kwam De Bok na het Haags Montessori Lyceum in 1982 als NOS-stagiaire ook op het Binnenhof terecht. Daarna werkte ze voor Radio Rijnmond in Rotterdam, om in 1984 als 22-jarige haar vaste plek te vinden bij VPRO.

Karen lachte: ho ho ho

Haar man, Emile Fallaux, ontmoette ze in 1988 in San Francisco waar hij voor de VPRO een reisserie maakte. Eigenlijk was een andere VPRO’er met De Bok op vakantie, in de heimelijke hoop iets met haar te kunnen beginnen. Maar zodra zij Fallaux ontmoette, kon de rivaal het vergeten. Fallaux: „Karen was mooi. Ze was toen 27. Mijn dochter van zestien, uit een eerder huwelijk, zei: ‘Kom je nou weer met een blonde bimbo aanzetten?’”

Met Fallaux deelde De Bok de liefde voor film en boeken. Zij hield de Nederlandse literatuur bij, hij de Amerikaanse. Ze kon „beschaafd woedend” worden, en was „vurig onverzettelijk” als een zaak haar aan het hart ging. Mindere eigenschappen kan Fallaux niet noemen: „Nou ja, ze deed nooit de administratie.”

Mede-hoofdredacteur (tot 2011) Frank Wiering: „Ze had een speciale lach. De meeste mensen lachen: ha ha ha. Karen lachte: ho ho ho.”

Voor ze in 2008 aantrad als hoofdredacteur verkeerde de VPRO in crisis. Hilversum was heringericht: de netmanagers van koepelorganisatie NPO bepaalden voortaan wat er op tv kwam. Onder dit nieuwe bewind kwamen de gebreken van de VPRO naar boven: in zichzelf gekeerd, een tikje arrogant, elitair.

Dat veranderde volledig, eerst onder het duo-leiderschap van Frank Wiering en Bregtje van der Haak, en daarna onder Wiering en De Bok. Wiering: „We waren soldaten van Hilversum. Dat zeiden we altijd tegen elkaar als we weer eens naar de NPO moesten voor overleg.”

De Bok vond dat er te weinig buitenland op tv was. Dus begon ze een reeks reisseries waarin de presentator een prominente rol speelt. Hiervoor gaf ze haar vertrouwen aan nieuwe tv-gezichten als Jelle Brandt Corstius (Rusland), Thomas Erdbrink (Iran), Ruben Terlou (China) en Bram Vermeulen (Afrika, Turkije).

Ze was een zeldzaam soort leider. Wilfried de Jong: „Hard als het moest, zacht als het kon.” Stan van Engelen, haar mede-hoofdredacteur sinds 2012: „Ze was grappig, onverschrokken, ze had een scherp onderscheidingsvermogen, ook in ingewikkelde kwesties, en ze dwong respect af omdat ze wijsheid uitstraalde.”

Tegelijk was ze een warme vrouw die belangstellend de sores van vrienden en collega’s aanhoorde, van de scheiding van twee collega’s tot de kantinemensen die in een verbouwing zaten. Jelle Brandt Corstius in de VPRO Gids: „Ze had de zeldzame kwaliteit haar rust over te brengen op de ander.”

Iedere ochtend stralend

Van haar donkere kant wist bijna niemand. Haar eigen problemen deelde ze niet. Marije Meerman, eindredacteur van Tegenlicht: „Ze kwam iedere ochtend stralend het gebouw binnenlopen, mooi jurkje, het haar netjes geföhnd.”

Volgens haar man kon De Bok de problemen van de zaak en van anderen niet van zich af zetten. Fallaux: „Ze eiste veel van zichzelf. Naar buiten toe was ze stoer, kordaat, brutaal. Maar daarachter zat iemand die zich alles te veel aantrok.” Vorig jaar kwamen daar twee sterfgevallen bij: Wim Brands van VPRO Boeken, en haar vader – haar ‘ijkpunt’. Verder had Karen een auto-immuunziekte waarvoor ze zware medicijnen slikte en die haar erg moe maakte.

Fallaux somt de mogelijke oorzaken op, maar zegt erbij: „Ik kan niet met zekerheid zeggen dat de depressie daarmee te maken heeft. Het is nauwelijks te analyseren waar het nou precies scheef ging.” Uiteindelijk dacht Karen dat ze alles fout had gedaan. Ze zei: „Ik kan niets.”

Wiering: „We waren soldaten van Hilversum. En ze is gewoon gesneuveld.”