De prenten moeten te zien zijn

Atlas van Stolk

De Atlas van Stolk moet verhuizen. Met zo’n 250.000 prenten, tekeningen, foto’s en affiches is dit misschien wel de belangrijkste nationale beeldcollectie.

Directeur Lina van der Wolde in de kelder van het Schielandshuis, waar de Atlas van Stolk huist. Foto Frank van Dijl

‘Komt u voor de krant?’ vraagt een man met wollen muts die mij om de hoek van het Schielandshuis tegemoet komt. Ik had al op het bordes voor de gesloten hoofdingang gestaan, een op de deur geplakte mededeling verwees naar de personeelsingang opzij. Het Schielandshuis uit 1665, in 1811 kortstondig logeeradres van Napoleon, in 1849 het eerste onderkomen van Museum Boijmans en in 1940 ternauwernood ontsnapt aan het Duitse bombardement, wordt — weer eens — verbouwd.

Beeld Atlas van Stolk

Na het vertrek van Museum Rotterdam (dat eerder Historisch Museum Rotterdam heette) in 2012 was de Atlas van Stolk de enige bewoner — antikraak — van het Schielandshuis. Onlangs trok ook Rotterdam Partners in het gebouw.

Op de vloeren liggen looproutes van karton, uit plastic buizen steken elektriciteitsdraden en de wanden van de lift zijn bedekt met spaanplaat. De man met de muts drukt op de knop voor de derde verdieping. Daar vangt Lina van der Wolde me op. De beeldencollectie waarvan zij directeur is, bevindt zich onder in het gebouw in een betonnen kluis.

Voordat we daar een kijkje nemen, vertelt Van der Wolde onder de balken van haar kantoor over de Atlas van Stolk. In 1835 begon de jonge Abraham van Stolk (1814-1896), telg uit een bekende Rotterdamse familie van houthandelaren, met het verzamelen van prenten die hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis verbeelden. Zo’n verzameling werd in de negentiende eeuw ‘atlas’ genoemd.

De verzamelwoede ging over van vader op zoon en hield nog enkele generaties aan. De uitdijende collectie werd bewaard aan huis, vanaf 1937 in een door Gispen ontworpen systeem van stalen, rechtopstaande laden die in V-vorm kunnen worden uitgeklapt.

Je ziet Van der Wolde griezelen als ze aanstipt dat de prenten door de familie Van Stolk soms werden bekeken in de nabijheid van de open haard.

Op 1 maart komt een advies over een nieuwe locatie voor het museum

Publiek toegankelijk

In 1967 kreeg de gemeente Rotterdam de verzameling in bruikleen. Aanvankelijk werd de Atlas gehuisvest in het voormalige stadhuis van Delfshaven, sinds 1986 is het Schielandshuis de vaste stek en als de voortekenen niet bedriegen ligt nu opnieuw een verhuizing in het verschiet.

Die is wel nodig ook, want sinds 2012 heeft de Atlas niet meer in het Schielandshuis kunnen exposeren. De laatste grote tentoonstelling die de Atlas van Stolk organiseerde, was die over tweehonderd jaar Koninkrijk der Nederlanden in de Kunsthal, twee jaar geleden.

Een van de voorwaarden waarop de familie Van Stolk de collectie in bruikleen gaf, was dat deze voor het publiek toegankelijk zou worden gemaakt. Een expositieruimte is daarom cruciaal, maar overigens is al in 1998 een begin gemaakt met het digitaliseren van de 250.000 prenten, tekeningen, affiches en foto’s waaruit de collectie bestaat.

Van die eerste opnamen voldoet maar ongeveer een derde aan de norm die sinds 2012 wordt gehanteerd toen een gespecialiseerd bedrijf uit Heiloo de digitalisering op zich nam. Een groot deel van de Atlas van Stolk is inmiddels online toegankelijk. Het digitaliseren kost zo’n 150.000 euro per jaar.

„We zijn al ver, maar het is een enorm project waar al een half miljoen in zit. Het zou mooi zijn als we in 2025 klaar zijn,” zegt Lina van der Wolde. „Het is niet alleen maar een kwestie van de prenten scannen. Vergeet niet dat je een plaatje pas toegankelijk kunt maken op internet als je het van de juiste gegevens voorziet. We hebben politieke spotprenten die een paar honderd jaar oud zijn: die moet je duiden en dat doe je niet in vijf minuten.”

Over een ander euvel van het Schielandshuis sloeg de Atlas vijf jaar geleden alarm. In de door grondwater omgeven ondergrondse kluis werden zilvervisjes gesignaleerd, piepkleine beestjes die zich voeden met papier. De wanden van de expositieruimte voelden vochtig aan; er was schimmelvorming en dagelijks moesten grote aantallen pissebedden worden verwijderd. Deze problemen zijn inmiddels bestreden.

Van der Wolde: „Dat we in het Schielandshuis terechtkwamen, was een bezuinigingsoperatie, want voor het Historisch Museum alleen was deze locatie te duur. Ik vind dat we hier nooit goed tot ons recht zijn gekomen. Wij zijn een nationale collectie, we zaten hier nogal verstopt achter het Historisch Museum en zonder tentoonstellingsruimte zijn we een gemankeerd museum.’’

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) heeft het belang van de Atlas van Stolk onlangs bevestigd en brengt op 1 maart aan de gemeente advies uit over een nieuwe locatie. De bruikleenovereenkomst loopt in 2025 af, maar de Atlas kijkt verder dan die termijn. Een draaiboek voor de verhuizing ligt al klaar. Er wordt ook gezocht naar partners, waarvan de Centrale Bibliotheek, met zijn Erasmus-collectie, misschien wel de meest voor de hand liggende is.

Politieke prenten

De nieuwste aanwinst van de Atlas van Stolk zijn 4000 politieke tekeningen van Theo Gootjes (1942). Hij werkte tussen 1970 en 1991 voor Het Vrije Volk en tot 2005 voor het Rotterdams Dagblad (in 1991 ontstaan uit de fusie van Het Vrije Volk en het Rotterdamsch Nieuwsblad). Gootjes, die zijn tekeningen signeerde met ‘Teo’, ontwikkelde een herkenbare eigen stijl.

„Ik ben erg blij met deze tekeningen,” zegt Lina van der Wolde. „Veel ervan zijn op hemelsbreed 200 meter hier vandaan tot stand gekomen. Het Vrije Volk zat op de hoek van de Witte de Withstraat en de Hartmanstraat, het Rotterdams Dagblad aan de Westblaak. Maar Theo begon vaak al thuis aan een tekening als hij naar het journaal had gekeken. Hij is een bevlogen linkse tekenaar, zo’n beetje de laatste van een generatie.”

De politieke prenten van Theo Gootjes worden met voorrang gedigitaliseerd. „Het is relatief recent werk, maar niet alles is gedateerd, dus voor de duiding moeten we nogal eens zoeken. Daar gaat veel tijd in zitten, maar de tekeningen zijn het waard.”

In de lift met de spaanplaten wanden gaan we naar beneden. Nog een trapje af en na een deur met een ingewikkeld slot staan we in het voorportaal van de kluis, die nog weer iets dieper ligt en schuil gaat achter een stalen deur. Hierachter, in een betonnen, waterdichte bak, bevindt zich de volledige collectie. Links: in een lange rij de verticale stalen schuifladen van Gispen, rechts een moderner systeem uitgevoerd in hout. De prenten zijn opgeslagen in chronologische volgorde.

Lina van der Wolde trekt links een schuif naar buiten en klapt de lade open. Een tekening toont de openbare executie van de moordenaar van Willem van Oranje. Uit een houten lade rechts komen parodieën op verkiezingsaffiches uit de jaren zeventig tevoorschijn, maar ook scabreuze prenten waarop bekende politici en leden van het koninklijk huis in compromitterende houdingen zijn afgebeeld.

Van achterin de kluis komt Van der Wolde aanlopen met een van de kostbaarste stukken van de Atlas van Stolk: gehandschoend slaat ze een van de beroemde atlassen van Blaeu uit de zeventiende eeuw open op een in deze tijden van satellietbeelden wonderlijk accurate plattegrond van het Rotterdam van toen, prachtig met de hand ingekleurd.