De charme van Engeland: pragmatisch doormodderen

Engeland is echt anders Nederlanders denken dat ze Engelsen begrijpen, maar ze verkijken zich op de verschillen, schrijft voormalig NRC-correspondent in Londen in haar boek Mind the gap.

Engels nationalisme is onlosmakelijk verbonden met het plezierige Engelse landschap. Foto Getty Images

Even ten noorden van Losser ligt misschien wel het mooiste symbool van wat Nederland is. De fysieke grens met de oostelijke buren is hier al decennia verdwenen. Maar daar waar Nederland begint, ligt een fietspad. Een bospaadje maakt plaats voor strak, recht beton. Met drie verkeersborden en een picknicktafel.

In Nederland is alles georganiseerd, alles maakbaar. Ook de natuur. Je ziet het vanuit de lucht. Rechthoekige weilanden, doorsneden door rechte sloten en rechte wegen, kaarsrechte bomenrijen of geknotte wilgen.

Hoe anders lijkt vanuit de lucht het Engelse landschap: een schots en scheve lappendeken. Velden, omzoomd door ruige heggetjes en rommelige stenen muurtjes. Ze lijken organisch te zijn ontstaan in het glooiende landschap. Maar ook die Engelse natuur is het resultaat van menselijk handelen.

Je hoeft die twee landschappen maar te vergelijken, om te weten dat Nederlanders en Engelsen verschillen. En die verschillen zijn belangrijk om in het achterhoofd te houden als straks de Brexit-onderhandelingen beginnen.

Lees ook dit achtergrondverhaal dat Titia Ketelaar schreef kort na het Brexitreferendum: De oorlog tussen de klassen gaat door

Wij Nederlanders denken dat wij hen kennen. Tussen ons en hen ligt immers slechts een zee, en we spreken hun taal (denken we). Wij zijn elkaars derde handelspartners. Met onze bakstenen bouwen ze hun huizen, in die van ons kijken we iedere avond naar hun televisieseries.

En ja, Nederlanders en Engelsen zijn beide pragmatische en rationele volken. Vrijhandelsgeesten, met een groots maritiem verleden – waarvan wij zijn vergeten dat we het hadden en zij zijn vergeten dat ze niet meer zo groots zijn.

Maar zij zijn niet ‘een beetje zoals wij’. Die zee tussen ons is voor hen mentaal een oceaan. Voor de Engelsen ligt Washington dichterbij dan Den Haag of Brussel. Voor hen komt uit Europa van oudsher weinig goeds, en is de vriendschap met de voormalige koloniën in het Gemenebest net zo belangrijk als – of voor sommigen zelfs belangrijker dan – samenwerking met de naaste buren.

Zo is het ook een misrekening te denken dat zij wel bij zinnen zullen komen over hun Europese lidmaatschap. Of dat die ‘harde’ Brexit die premier Theresa May voorstelt uiteindelijk zal meevallen. „Als” de Britten de EU verlaten, zei onlangs een Eerste Kamerlid. Niet wanneer.

Het eilandgevoel

Om de Engelsen en hun Brexit-stem te begrijpen, is hun eilandgevoel van belang. Dat bepaalt hun volksaard, de manier waarop de Engelsen naar zichzelf en de wereld om hen heen kijken.

Nederlanders zijn open, zoals het vlakke land. Direct, met een gevoel dat er niets te verbergen is. Nederland is het land van de open gordijnen, van de luide privégesprekken in de trein. In Nederland bestaat het idee dat alles ‘moet kunnen’, zolang dat alles maar binnen ongedefinieerde normen, waarden en regels past.

Hun eiland maakt de Engelsen juist gesteld op privacy. Thuis is het enige plekje op het eiland dat eigen is, afspreken doe je, zelfs met goede vrienden, in een pub – een public house. Hun eilandmentaliteit maakt de Engelsen ook tolerant: op een eiland kun je niet ontsnappen aan je buurman. Beter hun excentriciteit, hun geloof, hun gedrag te dulden, dan de confrontatie aan te gaan.

Dat is een van de redenen voor hun omzichtige taalgebruik. Als een Engelsman zegt dat iets „very interesting” is, hoort de directe Nederlander „ah, hij is onder de indruk”. De Engelsman bedoelt: „Dit is overduidelijk nonsens.” Als hij zegt „not bad”, vindt hij dat iets goed is. „With the greatest respect” is allesbehalve respectvol, maar betekent: „U bent een idioot”.

Het vermijden van confrontaties lukt door het vasthouden aan tradities, aan regels, aan in de rij staan, de befaamde queue. Het gaat om het collectieve lijden. Om fair play, het feit dat alle betrokkenen op eenzelfde manier worden behandeld. Achteraan aansluiten staat gelijk aan rechtvaardigheid. En wee de (Europese) immigrant die ervan wordt verdacht voor te dringen bij het krijgen van een huis, werk of uitkering.

Om de Engelsen te begrijpen, is ook belangrijk te onthouden dat de wereldoorlogen die het Europese vasteland voorgoed veranderden, niet op Engelse bodem plaatsvonden. Alles bleef daardoor in Engeland hetzelfde. Haar parlementaire traditie is nooit doorbroken. Maar het betekende ook dat de Engelsen hun land nooit opnieuw hoefden op te bouwen, politiek noch fysiek.

Make do and mend, de slagzin uit de Tweede Wereldoorlog om de sokken te stoppen, geldt sindsdien voor alles. Want waarom zou je iets aanpassen dat in de Victoriaanse tijd of lang daarvoor prima werkte? Dat is de charme van Engeland: als de Engelsen geneigd waren tot rooien en slopen, was hun plezierige countryside verdwenen. Net als al die leuke cottages, landhuizen, kastelen.

Maar pragmatisch doormodderen betekent niet alleen het stoppen van een sok, of het dichten van een gat in de weg (want waarom zou je de hele weg opnieuw asfalteren), maar geldt ook de politiek, waar kortetermijndenken heerst. En dáár zit hem het grootste verschil met de Nederlanders.

Betaal het zelf maar

Neem de overstromingen die ieder jaar delen van Engeland teisteren. Na iedere overstroming wordt de schade gerepareerd. Daar wordt nadrukkelijk geld voor vrijgemaakt, maar meer dan het terugbrengen van dijken en uiterwaarden in oude staat is het meestal niet.

Deels omdat – anders dan in Nederland – maar een zesde deel van het land gevaar loopt. Deels omdat het probleem niet louter van de zee komt of van rivieren die buiten de oevers treden, maar ook van water dat van heuvels de vallei instroomt. Maar deels ook omdat de gedachte is dat als Engelsen bescherming willen, zij er zelf maar voor moeten betalen – alleen dan legt de overheid geld bij. Terwijl Nederland een Deltaprogramma heeft, en van polderen een werkwoord en werkwijze heeft gemaakt.

Post-referendum hadden de Engelsen inderdaad geen idee wat te doen. Zelfs de Brexiteers hadden niet durven dromen dat zovelen voor Brexit zouden stemmen. Die eerste dagen in juni vorig jaar leek het Verenigd Koninkrijk daardoor eerder een land op drift, dan een land dat had gedaan wat de slagzin had voorgehouden: ‘Take back control’.

Maar dat was tijdelijk. Make do and mend is in werking getreden, de sokken worden gestopt, het Brexit-plan wordt met de dag helderder.

De opdracht is duidelijk: de Engelsen stemden tégen de status quo. Waar ze voor stemden, lijkt vanaf de andere kant van de Noordzee misschien vaag, maar is samen te vatten als: de Engelsen willen Engeland terug. Dat is eenzelfde behoefte die zich in Nederland vertaalt in het immigratiedebat.

Terug betekent in dit geval niet louter dat er zeggenschap en bevoegdheden terug moeten komen uit de handen van ‘Brussel’, maar ook dat de Engelsen zich weer thuis willen voelen in het green and pleasant land waarvan ze altijd dromen. Engels nationalisme is onlosmakelijk verbonden met dat plezierige landschap, en het idee bestaat dat het verdwijnt, zowel fysiek door oprukkend beton, als door de aanwezigheid van nieuwkomers.

Zacht – heel zacht – was dat heimwee naar Engeland de afgelopen decennia al te horen. De Engelsen was eeuwenlang voorgehouden dat het benadrukken van hun identiteit, van hun culturele achtergrond, de Unie uit 1707 met de Schotten in gevaar zou brengen. ‘Engelsheid’ week voor de politieke constructie die ‘Britsheid’ heette.

Heimwee

Dat werkte zolang de Engelsen en Schotten (en Welsh en Noord-Ieren) één gezamenlijk doel voor ogen hadden – de uitbouw van het Britse Rijk bijvoorbeeld, of de bouw van de welvaartsstaat. Dat werkte zo lang zij één gezamenlijke vijand hadden: de centrale mogendheden in de Eerste Wereldoorlog, en nazi-Duitsland in de Tweede.

Maar sinds de Schotten in deze eeuw begonnen te tornen aan de Unie, is ook de Engelse geldingsdrang gegroeid. In samenspel met de in sommige Engelse ogen steeds grotere bemoeienis vanuit ‘Brussel’, en de bezorgdheid over wat de komst van immigranten met Engeland zou doen, zorgde dat voor ‘a perfect storm’: de stem voor Brexit.

„Over twintig jaar spreken we elkaar weer, en dan is Engeland terug bij waar het ongeveer in de jaren zeventig was. Totaal verouderd, enorme werkeloosheid, totaal verpauperd. Dat lijkt mij niet het model voor de toekomst van Engeland”, zei minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vorige maand op het World Economic Forum in Davos.

Dat is een onderschatting van de Engelsen. Je hoeft maar aan een Engels wandelpad te denken. Dat gaat dwars door graanvelden of weilanden met schapen en koeien, zich niets aantrekkend van andermans grenzen. En af en toe is er een stile, een trappetje, om over de ergste hindernissen heen te klimmen.

Titia Ketelaar was tot september 2016 correspondent in Londen voor NRC. Dit is een bewerkte voorpublicatie van haar boek Mind the Gap dat vrijdag verscheen bij uitgeverij Het Spectrum.