Column

De banken los laten lopen is een grote fout

Terwijl Amerikaanse banken in spanning afwachten hoeveel regels Donald Trump voor ze gaat schrappen en intussen weer hoge winsten boeken, pleit de Europese Banken Autoriteit voor het oprichten van een vuilnisbank voor de meer dan 1.000 miljard euro aan probleemleningen die banken in de EU hebben. 1.000 miljard!

Het is ruim acht jaar na de financiële crisis van 2008 en ik heb het gevoel dat ik naar een slechte film kijk. Europa is werkelijk hemeltergend sloom met het aanpakken van de problemen bij de banken. Weet u nog dat de Europese Centrale Bank in 2014 eindeloos bezig was met het doorlichten van de grootste Europese banken op verborgen troep? Het viel allemaal reuze mee met die troep, bleek toen. Die 1.000 miljard euro aan probleemleningen zal wel allemaal bij de niet doorgelichte banken zitten dan.

Dat een toezichthouder met droge ogen acht jaar na de financiële crisis over de oplossing begint die de Amerikanen meteen kozen, is verbijsterend. Een bad bank of een vuilnisbank waarin je alle rommel stopt terwijl je banken en hun geldschieters dwingt om verliezen te nemen is een prima idee. Maar waarom in hemelsnaam pas nu?

Ik vraag me de laatste tijd voortdurend af: hebben Europa en de Verenigde Staten iets geleerd van de immense crisis die westerse economieën in 2008 zo’n optater gaf dat ze pas net weer een beetje opstaan? Het antwoord is vrees ik: weinig tot helemaal niks.

Ik keek vrijdag naar Gary Cohn, ex-Goldman Sachs-bankier en nu directeur van de National Economic Council van Donald Trump, die doodleuk zei dat het grootste probleem van de banken is dat ze de afgelopen jaren verplicht zijn meer en meer bufferkapitaal aan te houden. Europese politici vinden het met die kapitaalbuffers ook mooi geweest. De EU verzet zich al tijden tegen strengere Bazel-regels voor banken, want daarin dreigden fors hogere kapitaalbuffers te worden geëist. Dat kan niet de uitkomst van de nieuwe regels zijn, zei de verantwoordelijke eurocommissaris in oktober al.

Hogere kapitaalbuffers zijn de simpelste en daarmee beste manier om banken veiliger te maken. Ze hebben dan grotere buffers om verliezen op te vangen, dus is de kans kleiner dat belastingbetalers banken moeten redden. Bovendien wordt gokken voor banken minder lucratief. Het is naïef om te denken dat de buffers nu hoog genoeg zijn. Ja, ze zijn hoger dan ze waren in 2008. Maar niet hoog genoeg, zeggen deskundigen. Zeker niet omdat de financiële sector in omvang is toegenomen. Het financiële systeem heeft een ingebakken drang om excessieve risico’s te nemen. Laat de teugels vieren en die drang wordt groter.

Is het dus nu gedaan met strengere eisen aan banken? Niet per se. Tot nu toe liepen de strenge Amerikanen voorop, maar dat lijkt onder Trump voorbij. Uit Europa gaan de strenge regels ook niet komen. Dus moeten we onze hoop vestigen op een klein landje dat eigenwijs een andere weg kiest: Nederland. Opvallend veel partijen schrijven in hun verkiezingsprogramma’s dat de buffers die banken aanhouden omhoog moeten: PvdA, SP, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de ChristenUnie. (PVV, VVD, VNL, SGP, Denk en Forum voor Democratie zeggen er niks over.) Het CDA wil dat grote banken hun risicovolle activiteiten afsplitsen of staken. En 50plus wil „de nutsfunctie waarborgen” van banken. De kans is groot dat één van de bankkritische partijen nodig is om een kabinet te vormen. Ik zou zeggen: maak er een breekpunt van.

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie