De één na langst zittende president van Afrika treedt af

m/v in het nieuws

De 74-jarige leider van Angola is de een na langst zittende op het Afrikaanse continent. In het diepste geheim werd hij behandeld voor kanker.

Jose Eduardo Dos Santos (m) Foto Ampe Rogerio/AFP

Voor de op één na langst zittende president van Afrika is José Eduardo dos Santos een jonkie. Hij mag dan al 37 jaar aan de macht zijn in oliestaat Angola, Dos Santos is pas 74. Dat is bijna twintig jaar jonger dan zijn collega in Zimbabwe Robert Mugabe (92) , die op de derde plaats staat (36 jaar aan de macht).

Alleen de president van Equatoriaal Guinee, Theodor Obiang, regeerde langer. Een maand om precies te zijn.

Vrijdag bevestigde Dos Santos de geruchten dat hij niet kandidaat zal staan voor de komende verkiezingen in augustus. Na de Gambiaanse president Yahyah Jamheh (22 jaar aan de macht) is Dos Santos de tweede dinosaurus op het continent die dit jonge jaar het veld ruimt. Hij doet het vrijwillig. Zijn opvolger maakte hij ook al bekend op een bijeenkomst van regeringspartij MPLA: Joao Lourenco, de minister van Defensie, die immer keurig in de pas van Dos Santos heeft gelopen.

Geen kantoor in Angola mist het portret van José Eduardo Dos Santos: altijd strak in het maatpak op de foto, lang, lenig, licht grijzend aan de slapen. Een schaakspeler en fervent beoefenaar van karate die al jaren kampt met gezondheidsproblemen.

Zoon van een metselaar

Hij is niet Angola’s vader van de natie. Dat is Agostinho Neto, die in 1979 overleed, vier jaar na de onafhankelijkheid van Portugal. Dos Santos was toen nog de redelijk onopvallende minister van Planning. Zoon van een metselaar uit Sâo Tomé e Principe. Hij erfde een land in een oorlog die op afstand werd bestuurd door wereldmachten van die tijd. Zijn marxistische MPLA kreeg steun uit Moskou, terwijl de rebellen van Unita op de been werden gehouden door Washington en het apartheidsregime in Pretoria. Nergens in Afrika werd de Koude Oorlog zo wreed en lang uitgevochten als in Angola. Die oorlog eindigde niet met de val van de Berlijnse muur, maar ging na een korte onderbreking begin jaren negentig, door tot aan de dood van Unita’s rebellenleider Jonas Savimbi, in 2002. Na 27 jaar strijd kostte die oorlog aan meer dan een half miljoen mensen het leven.

Dos Santos had een jaar daarvoor zijn terugtreden al bekend gemaakt. Maar hij bleef toch aan bij de eerstvolgende verkiezingen, en leidde het land ruim tien jaar op de toppen van record olieprijzen en ongeëvenaarde groei. De bodemschatten maakte Angola een gewilde handelspartner van de Chinese regering en Chinese staatsbedrijven, die in ruil voor olie vliegvelden, wegen en treinrails aanlegden. Dos Santos’s dochter Isabel groeide uit tot Afrika’s rijkste zakenvrouw, die onder meer via Nederlandse brievenbusfirma’s tal van bedrijven opkocht in oud-kolonisator Portugal.

Familiefortuin

Dos Santos benoemde zijn dochter vorig jaar tot president van het staatsoliebedrijf Sonangol, en stelde daarmee het fortuin van de familie veilig. Dos Santos verdroeg geen oppositie. De enigen die toch hun stem tegen zijn regering durfden te verheffen, zoals een dertiental rappers, verdwenen onherroepelijk achter de tralies.

Dos Santos zou jarenlang in het diepste geheim zijn behandeld voor kanker. Pas in 2013 zinspeelde hij voor het eerst weer op zijn aftreden: „het is lang, veel te lang geweest”, zij hij toen tegen de Braziliaanse televisie.