Black Rebels daverend succes op IFFR

Evaluatie filmfestival

De sfeer was weer uitmuntend tijdens het IFFR in Rotterdam. Maar meer politieke en meer echt goede films zou fijn zijn.

Shay Kreuger maakt een selfie met Koning Willem-Alexander tijdens de premiere van de film Double Play Foto Remko de Waal/ANP

Hollywoodsterren kunnen geen microfoon voorbijlopen zonder iets kritisch te zeggen over Trump. Maar waar blijft het artistieke deel van de filmwereld, zoals de filmmakers die de afgelopen tien dagen op het Rotterdams Filmfestival waren? Het bleef er akelig stil: geen petities, geen vlammende toespraken van bezorgde cineasten.

Aan festivaldirecteur Bero Beyer, dit was zijn tweede IFFR, heeft dat niet gelegen. Hij nodigde makers nadrukkelijk uit om zich uit te spreken over de snel veranderde toestand van de wereld. Maar de zaaldiscussie daarover verzandde al snel in omtrekkende bewegingen.

De Franse filmmaker Arnaud des Pallières voelde zich „niet bevoegd” om met gezag iets over politiek te zeggen. De Belgische regisseur Elias Grootaers zag geen wezenlijk verschil tussen president Obama en president Trump. Juri Rechinski uit Oekraïne kwam er ronduit voor uit dat voor hem het leven te kort is om te proberen om al die miljoenen mensen die in de ban zijn van het populisme van hun ongelijk te overtuigen. Alleen de Bulgaar Konstantin Bojanov vond dat hij meer direct geëngageerde films moest gaan maken, in deze „gevaarlijke tijden”. Een flink deel van de filmmakers lijkt nog steeds te geloven dat de kunst een hogere, wezenlijker sfeer vertegenwoordigt dan de dagelijkse politieke actualiteit – een gevaarlijke illusie. Daardoor leek de gure buitenwereld soms ver weg op het IFFR.

Black Rebels als hoogtepunt

Maar dat was zeker niet zo niet bij het programmaonderdeel Black Rebels, dat dit jaar het hoogtepunt van het festival vormde – met een fraai filmprogramma, met nieuwe films en klassiekers, een gedenkwaardige zondagmiddag met muziek en debat in de Rotterdamse schouwburg, en gasten die tot de fine fleur behoren van de zwarte cinema.

Onder die gasten bevond zich ook Barry Jenkins. Als regisseur van het veelbesproken, aangrijpende drama Moonlight is hij the man of the moment. Jenkins was de dag nadat bekend werd dat hij acht Oscarnominaties had ontvangen bij de opening van het IFFR. Daar legt het festival eer mee in. Directeur Beyer beloofde plechtig dat hij elk jaar structureel aandacht wil besteden aan zwarte cinema. Het programma Black Rebels was zo’n daverend succes dat het de andere festivalonderdelen enigszins overschaduwde.

Moonlight bleek ook bij het publiek een grote favoriet en gaat al vanaf het begin aan kop bij de publieksprijs. De enige serieuze concurrent leek de documentaire Het doet zo zeer van schrijfster Heleen van Royen over haar dementerende moeder (en zichzelf) – een film die ondanks het weinig opbeurende onderwerp gelukkig nergens larmoyant is.

Tobben met de Tiger Competitie

Met de Tiger Competitie, toch de belangrijkste prijs die het IFFR te vergeven heeft, blijft het tobben. In de competitie zijn te veel hermetische, hooguit halfgeslaagde pogingen tot auteurscinema te vinden. Uitschieters – zoals de Nederlandse bijdrage Quality Time van Daan Bakker, het écht originele en experimentele Rey van Chileen Niles Atallah – waren schaars. In voorgaande edities was een meer divers spectrum van films te zien in wat toch een paradepaardje van het festival moet zijn. De Tiger Awards zijn weer terug in hun schulp gekropen. Het drastisch verminderen van het aantal titels dat meedingt – nog acht films – heeft niet tot een significante verbetering van de kwaliteit geleid.

Rotterdam is een groot festival waar zo’n 400 korte films en speelfilms te zien zijn. Dat is misschien gewoon te veel. Je kunt in redelijkheid de vraag stellen of er ieder jaar wel zoveel echt goede en opmerkelijke nieuwe films te vinden zijn. Het festival is door die omvang ook lastig te navigeren. Directeur Beyer doet weliswaar pogingen om meer helderheid in de programmering te brengen, maar daarbij is nog veel te winnen.

Rotterdam is de afgelopen decennia uitgegroeid tot een groot festival met een duidelijke positie in de internationale filmwereld en degelijke banden met bepaalde filmmakers en soorten cinema. Daardoor is het misschien niet het opwindendste festival ter wereld. Maar tegelijk is die stevige continuïteit wel een waarborg voor kwaliteit. Het publiek is divers, groot en welwillend. De band met de stad is hecht. Tijdens het festival hangt er een feestsfeer in Rotterdam. Het IFFR zet terecht niet lichtzinnig zijn positie op het spel, al zou je in roerige tijden wel meer reuring wensen.

Prijswinnaars IFFR 2017:

Tiger Award:
Sexy Durga Regie: Sanal Kumar Sasidharan (India)
Roadmovie over jong stel op de vlucht in het zuiden van India, doorsneden met beelden van Hindoe-rituelen.

Special Jury Award
Rey Regie Niles Atalla (Chili)
Experimenteel epos over een negentiende-eeuwse Fransman die zich opwierp als koning van inheemse volkeren in Chili.

IFFR Publieksprijs
Moonlight Barry Jenkins (VS)
Rotterdams publiek liep weg met dit fijnzinnige portret van de moeizame jeugd van een homoseksuele jongen in een achterstandswijk van Miami.

Prijs van de internationale filmkritiek
Pela janela Regie: Caroline Leone (Argentinïe)
Broers en zus op leeftijd komen nader tot elkaar tijdens lange autorit van Sao Paolo naar Buenos Aires.

Prijs van de Nederlandse filmkritiek
King of the Belgians Regie: Peter Brosens, Jessica Woodworth (België)
Absurdistische verwikkelingen rond een staatsbezoek aan Turkije van de Belgische vorst.

Moviezone Award (jongerenjury)
Quality Time Regie: Daan Bakker (Nederland)
Stuurloze dertigers met levensangst in een formeel vindingrijke film.