42 minuten reizen

Vorige week ging het over een rechte weg. Vandaag gaat het over rechte tunnels. Zoals van Londen naar Moskou. Van Mexico naar Washington. Of van Madrid naar Nieuw Zeeland – dwars door het middelpunt van de aarde. Met capsules die door zulke tunnels ‘vallen’, zou je supersnel van de ene naar de andere plek kunnen reizen.

Hoe snel? Dat is te berekenen. Zo’n tunnel loopt eerst steeds dieper onder het aardoppervlak. Ofwel: dichter naar het middelpunt van de aarde. Totdat halverwege het punt wordt bereikt dat het dichtst bij het middelpunt van de aarde ligt. Daarna loopt de tunnel weer weg van het middelpunt van de aarde – naar het aardoppervlak toe.

Als je het zo bekijkt, dan glijdt zo’n capsule dus eerst steeds sneller van een helling naar beneden. En eenmaal voorbij het diepste punt verliest hij juist vaart tegen de ‘helling’ omhoog. Tot hij, ‘boven’, weer stilstaat.

Eigenlijk moet zo’n capsule natuurlijk niet glijden, maar moeiteloos door de tunnel ‘vallen’. Want een razendsnelle capsule die langs rails, wanden of lucht strijkt, vliegt in brand.

En als het zou werken? Dan schoot je in 42 minuten van Amsterdam naar Moskou. In 42 minuten van Mexico naar Washington. En van Parijs naar Nieuw-Zeeland? Ook in 42 minuten...

Precies, elke reis duurt even lang! Ook zonder formules voor hellingen en zwaartekracht kun je aanvoelen waarom. Kortere tunnels zijn minder steil. Daarin maakt een capsule dus minder vaart. Zo doet hij over een kortere weg toch even lang. Zulke tunnels maken is nog steeds onmogelijk. Gelukkig maar. Anders werd de aarde een gatenkaas.