Twijfel over gedwongen opname van mensen met een psychische ziekte

Vier vragen

De observatiemaatregel in het wetsvoorstel verplichte ggz roept veel weerstand op. Bij behandelaars en in de Tweede Kamer.

Een isoleercel (separatiecel) in het forensisch psychiatrisch centrum Oostvaarderskliniek in Almere. Foto Marcel Antonisse/ANP

Donderdag is in de Tweede Kamer de Wet verplichte ggz besproken, die gedwongen opname en behandeling van mensen met een psychische ziekte moet regelen. Een ingewikkeld onderwerp: als er te snel wordt ingegrepen, kan dat een ernstige inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht betekenen. Maar wordt er te lang gewacht, kan de patiënt gevaarlijk zijn voor zichzelf of zijn omgeving.

1. Wat staat er in de nieuwe wet?

De twee vaakst besproken grote veranderingen ten opzichte van de huidig geldende Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) zijn de ‘observatiemaatregel’ en de mogelijkheid om de patiënt gedwongen ambulant, dus in de thuissituatie en niet in een instelling, te behandelen. De observatiemaatregel houdt in dat mensen van wie „het vermoeden” bestaat dat zij een „ernstige” psychische stoornis maximaal drie dagen kunnen worden opgenomen ter observatie.

2. Hoe denken behandelaars erover?

De observatiemaatregel roept veel weerstand op. GGZ Nederland, het Landelijk Platform GGz en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) noemden de regel eerder deze week „een ernstige inbreuk op iemands fundamentele recht op vrijheid en zelfbeschikking”. Ze vinden dat de regeling te veel ruimte biedt om mensen gedwongen op te nemen. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunde woensdag het amendement waarin de observatiemaatregel wordt afgewezen.

Ggz-organisaties vinden het wél een goede zaak dat mensen thuis verplicht behandeld kunnen worden. „Dat kan bijvoorbeeld goed van pas komen als iemand een flinke depressie heeft en suïcidaal is”, legt psychiater en directeur van zorginstelling Dimence, Arnoud Jansen, uit. „Die kan er veel baat bij hebben om thuis in zijn vertrouwde omgeving behandeld te worden.” Ook de Nederlandse ggz-organisaties vinden dat het vaak in het belang van patiënten is om thuis in de vertrouwde omgeving behandeld te worden. „Onparlementair gezegd: weggestopt in de bossen in een instelling, genees je niet per se sneller”, zegt Veronique Esman, directeur van GGZ Nederland.

3. Wanneer kan een patiënt nu gedwongen worden opgenomen?

Voordat een gedwongen opname juridisch gezien mag, moeten drie vragen met ‘ja’ worden beantwoord, schrijft Bauke Koekkoek, lector Psychiatrische Zorg bij de HAN in zijn nieuwe boek Verward Nederland. „Is er sprake van gevaar? Wordt het gevaar veroorzaakt door een psychische stoornis?” En: „Is een opname in een ziekenhuis de enige manier om het gevaar af te wenden?” In Nederland kan iemand op twee manieren gedwongen worden opgenomen. „Door middel van een inbewaringstelling: een spoedmaatregel die alleen mag als er echt geen andere oplossing is.” De cliënt moet beoordeeld worden door een arts of psychiater. „Op basis van de geneeskundige verklaring wordt de burgemeester gevraagd toestemming te verlenen. Als de inbewaringstelling is toegewezen moet de persoon binnen 24 uur in een instelling worden opgenomen.” Een andere manier voor een gedwongen opname kan is met een rechterlijke machtiging. „Een beslissing van de rechter dat een cliënt gedwongen opgenomen moet worden of blijven. Het gaat niet om acute situaties en daarom toetst de rechter de juistheid van de beslissing vooraf, en niet achteraf.”

Tussen deze bestaande wet en de mogelijk nieuwe wet zijn veel overeenkomsten. Maar de huidige wet is vooral gericht op de mogelijkheid om mensen op te sluiten als zij een gevaar voor zichzelf of anderen vormen, zegt Arnoud Jansen, psychiater en directeur van zorginstelling Dimence. „Terwijl de nieuwe wetgeving gaat meer in op de mogelijkheid om iemand gedwongen te behandelen.”

4. Hoe werkt dat, iemand in zijn eigen huis gedwongen behandelen?

Dat is volgens Esman van GGZ Nederland, „een uitdaging” „De Inspectie voor de Gezondheidszorg moet samen met behandelaars kijken naar de dwangmogelijkheden thuis.” Over manieren om dat te beoordelen worden volgens Esman nagedacht. „Praktijkvoorbeelden zijn er niet, het is nooit eerder zo gedaan.”