Interview

‘We moeten beeldbepalend worden’

Pepijn Kuyper directeur Filmtheater Lantarenvenster

Pepijn Kuyper kent LantarenVenster nog van toen hij er als jongetje rondliep. Nu gaat hij leiding geven aan het filmtheater. „Dit is mijn wereld.”

Pepijn Kuyper wil „mensen uit de hele stad verleiden met onze verhalen”. Foto Rien Zilvold

De nieuwe directeur van LantarenVenster is door zijn ouders vernoemd naar een theater: Theater Pepijn in Den Haag. En dat is niet raar: hij komt uit een gezin dat werkte in de kunsten, zowel zijn vader, muziekjournalist, als zijn moeder, die beeldend kunstenaar is. „Wij werden als kind overal mee naar toe gesleept: muziek, film, theater.” Maar let op: Pepijn Kuyper is een geboren en getogen Rotterdammer, dat meeslepen gebeurde vooral hier. „Mijn moeder werkte bij nog bij De Lantaren, de voorganger van LantarenVenster. Ik herinner me dat ik als jongetje met haar meeging en daar rondliep.”

Op 1 april begint Pepijn Kuyper (39) als de nieuwe directeur van LantarenVenster, het Rotterdamse theater voor film en muziek op de Kop van Zuid. Tot die tijd werkt hij nog bij LUX, een vergelijkbaar podium in Nijmegen. Daarvoor was hij, in de woorden van het persbericht dat vorige week zijn komst aankondigde, „als adviseur en manager betrokken bij de organisatorische en strategische ontwikkeling van poppodia, theaters, centra voor de kunsten en festivals, maar ook bij brancheorganisaties en overheden”.

Dat deed hij na een aantal opleidingen in management en kunstbeleid. Was het meteen duidelijk dat hij leiding wilde geven? Pepijn Kuyper: „Eigenlijk wel, ik wilde graag mensen aansturen. En toen ik achttien was dacht ik niet: ik moet mijn werk maken van kunst. Pas toen ik stage liep in de muziekindustrie begreep ik: dat is mijn wereld, toch.”

Nieuwe concurrentie

Mensen aansturen, mensen verbinden. Toen Pepijn Kuyper drie jaar geleden begon in Nijmegen, had LUX een negatief eigen vermogen, ook was er net gereorganiseerd. Onder zijn leiding is het theater in rustiger vaarwater gekomen. „Daar ben ik echt trots op. Spraakmakende programma’s, nieuwe samenwerkingsverbanden, meer jonge bezoekers: wat we wilden is er ook gekomen.”

LantarenVenster lijkt op LUX: ook breder dan alleen film, ook bijna honderd mensen die er werken (35 voltijdsbanen). Maar met LantarenVenster mag het dan goed gaan (5,5 miljoen euro aan inkomsten in 2016, een stabiele 200.000 bezoekers per jaar, vier keer zoveel als voor de verhuizing in 2010), er is ook concurrentie gekomen: Kino, een filmtheater in nota bene het oude gebouw van LantarenVenster aan de Gouvernestraat, de plek waar Pepijn als jongetje nog rondliep.

Jan de Vries en Frank Groot openden Kino vorig jaar, het pand heeft vier filmzalen en een café-restaurant. In een vraaggesprek met NRC zei Jan de Vries eerder: „Voor een deel zal onze programmering overlappen. Maar in Amsterdam zie je dat het juist versterkend werkt als op meerdere plekken dezelfde films worden vertoond.”

Hoe kijkt Pepijn Kuyper daar tegenaan? Eerst even, zegt hij: „Kino is een parel voor de stad. Ik drink regelmatig een biertje met Jan en Frank. Het is heel mooi wat ze daar doen.” En over die concurrentie? „Zo denk ik er ook over, we versterken elkaar. Vooral ook omdat de stad verandert: meer jongeren, nieuw publiek op zuid, grotere interesse in cultuur.” Tegelijk, zegt hij ook: „We moeten wel verschil willen maken, de stad verder willen brengen. Waarom ga je naar ons toe? Wat is precies ons profiel?”

Dus dat is zijn missie, deels geïnspireerd op zijn werk bij LUX, dat behalve voor film en muziek ook een podium is voor dans, theater en debat. LantarenVenster, zegt hij, moet beeldbepalend worden in de stad. „Door meer samen te werken met andere culturele instellingen, maar vooral door meer combinaties te maken, cross-overs van film met muziek, films met na afloop debat, films die aansluiten bij de actualiteit.”

Verbreding en verdieping, heette dat al in het persbericht over zijn komst. „Op die manier moeten we mensen uit de hele stad, noord en zuid, met onze verhalen weten te verleiden.” En oh ja, dan is het een voordeel dat je ook zelf uit Rotterdam komt. Lachend: „Ik spreek de taal, ken ik je versekere”.