Column

Wat gij niet wilt dat u geschiedt

De Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid werd vorig jaar uitgereikt aan SGP-leider Kees van der Staaij. En terecht, zijn bijdragen zijn vaak leerzaam, zitten taalkundig goed in elkaar en hij is niet vies van humor. Het is een plezier om naar hem te luisteren. Van der Staaij is de staatkundige encyclopedie van de Kamer.

Maar mooie zinnen kunnen minder mooie boodschappen verhullen. Er ontstond begin deze week wat commotie rond een manifest van de Staatkundig Gereformeerde Partij over de islam met de toepasselijke naam ‘Islam in Nederland’. Na lezing zou ik graag een suggestie willen doen voor een nieuwe titel: ‘Minder, minder, minder’.

Het manifest werkt erg verhelderend voor wie opgefrist wil worden over het standpunt van de SGP over de islam. Want dat is tegenwoordig niet zomaar een religie, dat is er een waar je als politicus iets van moeten vinden.

Dat de SGP niet veel opheeft met andere religies moge duidelijk zijn. In de partijbeginselen staat dat „ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën” door de overheid uit het openbare leven geweerd horen te worden. „De Kerk van Christus dient wel onderscheiden te worden van elke vereniging en moet naar eigen rechten beschermd worden.”

Zo af en toe herinnert de partij de wereld aan dat standpunt, zoals nu in dat manifest. Wie van taal houdt en zijn zelfbeheersing wil leren trainen, moet het zeker lezen. Er staan ware taalkundige pareltjes in, zoals deze: „Gevoelens van onbehagen en vervreemding dringen zich temeer op naarmate de buurt gehuld wordt in een islamitisch gewaad.”

Goed, de inhoud is wat minder charmant dan de woordkeuze. Een groeirem van de islam door een uitnodigingsbeleid voor asielzoekers. Gebedsoproepen tegengaan („Er is genoeg islam in het Midden-Oosten, dat hoeven we in het Westen niet nog eens dunnetjes over te doen.”) En een gedeeltelijk verbod op de boerka („Niemand moet lijden aan gezichtsverlies”), waar de Tweede Kamer overigens al mee instemde en waar de Eerste Kamer inmiddels onderzoek naar doet.

Dat de partij die van de Hoge Raad moest horen dat ze vrouwen niet langer mag uitsluiten van haar kieslijst een standpunt heeft over wat vrouwen wel of niet mogen dragen, is redelijk ironisch. Zoek in de partijbeginselen op ‘vrouw’ en u zult lezen hoe de partij denkt over haar positie. „De opvatting van het vrouwenkiesrecht voortkomend uit een revolutionair emancipatiestreven, strijdt met de roeping van de vrouw. Dat laatste geldt ook voor het zitting nemen van de vrouw in politieke organen, zowel vertegenwoordigende als bestuurlijke.”

Terug naar dat manifest. Het is niet moeilijk om te raden waarom de SGP daar juist nu mee komt. Niet alleen Rutte maakt zich zorgen om de PVV, ook bij de SGP zijn ze bang dat de anti-islam partij van Wilders de Bezorgde Christen weet te verleiden.

Nou kunt u denken, de SGP, dat is die partij met drie zetels en geen groei in de peilingen. Maar bij winst op rechts zou de SGP zomaar een rol van betekenis kunnen spelen.

Als na 15 maart een formateur na lang praten en weinig knopen doorhakken uiteindelijk met de handen in het haar de kleine partijen uitnodigt, dan maakt Van der Staaij grote kans een warm kopje thee voor zijn neus geschoven te krijgen. Mocht het zover komen, dan hoop ik dat hij zich tijdens het onderhandelen een vers uit de Bijbel blijft herinneren, namelijk Mattheus 7, vers 12: „Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.”

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR, @LamyaeA