Vanuit alle hoeken klinkt enkel lof voor Van der Laan

Talk of the Town

Het nieuws kwam hard aan: Eberhard van der Laan is ernstig ziek. Eens te meer werd duidelijk hoe geliefd deze burgemeester is. Van links tot rechts: louter lof.

Eberhard van der Laan kreeg veel reacties op zijn briefje. „Ik zal bij allah voor uw genezing bidden.” Foto Remko de Waal/ANP

Als het Sociaal en Cultureel Planbureau schrijft dat het wel goed zit met het vertrouwen in de politiek, dan bedoelen ze dat de meeste mensen de regering als rapportcijfer een 5 of een 6 geven. Dat maar vijftien procent van de ondervraagden aan de regering een 1 of een 2 uitdeelt, en dat toch al gauw zeven procent een 8 of hoger geeft. Ze zijn blij dat intussen weer de helft van de Nederlanders vertrouwen heeft in de regering.

Ruim een week geleden schreef Eberhard van der Laan aan ons, „lieve Amsterdammers”, dat hij ernstig ziek is, dat hij heeft begrepen dat er weinig reden tot optimisme is over zijn prognose en, schreef hij: „Ik blijf graag nog een poosje uw burgemeester.”

Wie Van der Laan vaker heeft horen spreken, weet dat goed geformuleerde bescheidenheid een van de precisie-instrumenten is uit zijn rijk gevulde retorische gereedschapskist. „Mag ik iets geks zeggen?” Met zulke zinnetjes kan hij vooraf welbewust de scherpste kantjes van zijn betoog afhalen. Zo schept hij ruimte voor zijn gesprekspartners. Het „graag nog een poosje” uit de brief heeft dezelfde functie. Uit wellevendheid, niet uit berekening: hij wil voor zijn stadgenoten de scherpste kantjes van zijn onheilstijding afhalen.

Verplaatsen

Het vermogen zich in zijn gehoor te verplaatsen is een van de sterke kanten van de burgemeester. Of hij nou in raadsvergaderingen luistert naar insprekende burgers, of hij op straat met demonstranten in gesprek gaat, of dat hij zich laat aanspreken in de Arena – altijd vindt hij een common ground, ligt die in de overeenstemming over een kwestie; maar als hij het niet eens is met zijn gesprekspartner, dan vinden ze elkaar wel in de toon die hij aanslaat en de mate waarin de ander zich daardoor serieus genomen voelt.

En dat was precies wat dit briefje deed. Amsterdammers werden in vertrouwen genomen door hun burgemeester. De reacties zijn ernaar. Op de site van de gemeente staat het briefje, met enkele honderden reacties. „U voelt als een eerlijk, hartstochtelijk en waarachtig mens”, schrijft de een. „U bent onze hoop in bange dagen”, schrijft een ander. Een moslim schrijft: „Ik zal bij allah voor uw genezing bidden en iedere andere bewoner van onze stad hopelijk tot zijn eigen god.” Iemand met zo’n andere eigen god schrijft: „Mijn man en ik zijn diep geroerd door dit slechte nieuws, en hopen dat er toch mirakelen bestaan (ook voor niet-katholieken).” Een volgende suggereert: „3 theelepels zéér fijngemalen lijnzaad eten asap.”

Columniste Aaf Brandt Corstius las berichten op de Facebookpagina van Het Parool (meer dan duizend) en schreef verbaasd in de Volkskrant: „Alleen maar aardige reacties. Van aardige mensen. Lieve Amsterdammers. Ze bestaan gewoon.” Meestal, schreef ze erbij, voelt ze zich chagrijnig of superieur als ze comments op internet leest. Ditmaal liepen de tranen haar over de wangen.

Nou hebben Nederlanders door de bank genomen een ingewikkelde relatie met emoties. Ze worden vaak als ‘direct’ (lees: lomp) bestempeld, maar geef ze een goeie aanleiding – de begrafenis van een volkszanger, hooligans die op afspraak knuffels naar zieke kinderen gooien – en ze huilen tranen met tuiten. Maar de reacties op de brief van Van der Laan zijn niet sentimenteel, ze zijn warm.

En sommige maken nog iets anders duidelijk. Een Amsterdammer schrijft: „Het is mij opgevallen dat ik nog nooit trots geweest ben op een bestuurder alleen op u.”

Dat is hoopgevend. Dat betekent dat de hakken-over-de-sloot rapportcijfers voor politici niet categorisch worden uitgedeeld. Van der Laan bewijst dat het uitmaakt wie de politicus is en wat hij doet.

Voor bekend werd dat hij een tweede termijn als burgemeester ambieerde, hield bureau Onderzoek en Statistiek een enquête. Van der Laan kreeg een 7,7.

De brief waarin hij zijn ziekte openbaar maakte:

Lieve Amsterdammers,

Met deze brief breng ik u op de hoogte van slecht nieuws.

Deze week is bij mij uitgezaaide longkanker geconstateerd. Hoewel er de komende tijd meer duidelijk zal worden over de aard en de prognose, lijkt het er op dat de diagnose weinig reden geeft voor optimisme.

Mijn werk als burgemeester wil ik blijven doen, in overleg met de gemeenteraad en het college van B en W, op een manier die recht doet aan de stad en aan het ambt. Ik blijf graag nog een poosje uw burgemeester. Wel zullen uiteraard de komende tijd bepaalde taken en openbare optredens worden overgenomen door de andere leden van het college van B en W.

Intussen ben ik in goede handen van mijn naasten en van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis.

Mocht er aanleiding toe zijn dan informeer ik u nader.

Met vriendelijke groeten,

Eberhard van der Laan