Recensie

Romans waaraan niks mankeert zijn er al meer dan genoeg

Paul Auster

Zoals een kat vele levens heeft, heeft de hoofdpersoon van Paul Austers nieuwe roman er vier. Het levert knap gecomponeerde melodieën en tegenmelodieën op – en vrij veel woorden.

Illustratie Paul van der Steen

Schrijvers zijn net oude vrienden: soms verlies je ze zonder noemenswaardige reden uit het oog. Je hebt eens een dubbele afspraak, iemand belt een keer niet terug, er is geen functionerende Whatsappgroep, een verjaardagsfeest wordt afgelast. Zo is het ongeveer verlopen tussen Paul Auster en mij. Eerst was er liefde. De geweldige New York Trilogy, Moonpalace, The Invention of Solitude, The music of chance. Ik kocht zelfs verzamelingen eerder ongepubliceerd jeugdwerk (Ground Work). Maar het duurde steeds langer voor ik begon aan wat ik kocht. Leviathan bleef jaren op een plank staan, van de waargebeurde verhalen die Auster verzamelde voor National Public Radio las ik de eerste drie. Volgende boeken kocht ik al niet meer. Andere schrijvers, andere boeken. Van de jongste Austers ken ik zelfs de titels niet meer. Laatst bleek Ground work uit mijn kast verdwenen. Kennelijk weggedaan.

Maar nu is er 4 3 2 1, niet alleen een nieuwe roman van Auster (die op 3 februari zeventig wordt), maar bovendien een roman met een interessant uitgangspunt: één hoofdpersoon, Ferguson geheten, heeft dezelfde voorgeschiedenis, maar leidt in vier verhaallijnen uiteenlopende levens. Zo’n idee dat net wat nieuwsgieriger maakt dan andere – en dat het verlangen naar een, zoals dat heet, hernieuwde kennismaking losmaakt. Waarbij ook meteen de risico’s duidelijk worden: met meer dan achthonderd bladzijden is 4 3 2 1 kolossaal; het voelt dan toch een beetje alsof je met je verwaarloosde vriend meteen een week kamperen in de Finse bossen boekt.

Het begin is in elk geval goed. De roman opent met een prachtige anekdote over hoe een joodse immigrant zich eind negentiende eeuw meldt in New York en niet weet welke naam hij moet aannemen. Zeg dat je Rockefeller heet, krijgt hij als advies. Maar eenmaal oog in oog met de autoriteiten is die naam hem ontschoten en mompelt hij in het jiddisch ‘Ich hob fargesn’. Ferguson, noteert de functionaris.

Enig kind

Naar deze Archibald Ferguson wordt de held van Austers verhaal vernoemd. Hij wordt geboren op 3 maart 1947 als zoon van een man die met zijn twee broers een zaak in elektrische apparatuur in New Jersey bestiert, en een New-Yorkse die jarenlang in een fotostudio heeft gewerkt, maar inmiddels huisvrouw is geworden. Die voorgeschiedenis delen de vier Fergusons, vanaf de geboorte vertakt het verhaal zich: van elk hoofdstuk volgen vier varianten waarin ongeveer dezelfde periode uit het leven van een alternatieve Ferguson wordt verteld. Daar zitten overigens best constanten in: in alle verhalen is Ferguson enig kind, dol op honkbal, goed op school en ook geeft hij al snel blijk van liefde voor literatuur. Film en Franse literatuur spelen een grote rol in de verhalen, net als moeizame vaderrelaties en een bijna obsessieve liefde voor New York – kenmerken die de Fergusons trouwens niet alleen delen met elkaar, maar ook met het gros van de personages uit het oeuvre van hun schepper. Bovendien speelt alles zich af tegen dezelfde historische achtergrond: de Koude Oorlog, de komst van de eerste zwarte honkbalspeler in de Major League, John F. Kennedy, Vietnam, de Amerikaanse burgerrechtenbeweging – 4 3 2 1 is óók het portret van een tijdperk.

Auster vertelt prachtig. Over welke Ferguson hij het ook heeft, hij wisselt mooi af tussen het in hoog tempo weergeven van cruciale gebeurtenissen en het vol detail beschrijven van belangrijke scènes: van een basketbalwedstrijd die uitloopt op een interraciale vechtpartij, de eerste stappen op het terrein van de seksualiteit of de grootse extase die een dertienjarige kan voelen bij een onweersbui in het bos. Groots tekent hij de jongensziel.

Al heel snel weet Auster zo sympathie te wekken voor de vier Fergusons – áárdige joodse jongens, allemaal – waarbij meespeelt dat je ze na een paar honderd pagina’s nog maar moeilijk uit elkaar kunt houden. Omdat ook sommige bijfiguren terugkeren treedt een fraai samenspel van melodieën en tegenmelodieën op. Het meisje dat in de ene verhaallijn door Ferguson vergeefs wordt begeerd, blijkt in een andere een langdurige wederzijdse liefde. Een conflict tussen Fergusons vader en een van zijn broers loopt de ene keer goed af, maar keert bij een andere Ferguson in een fatale variant terug. Zo ben je je doorlopend bewust van wat er óók had kunnen gebeuren en worden de verhalen intenser: daar betaalt Austers methode zich helemaal uit. Daarbij hoort een van Austers favoriete thema’s: de sturende rol van het toeval in een mensenbestaan. En wij lezers kunnen ons troosten met de gedachte dat de ramp die de ene Ferguson treft, de andere bespaard blijft.

Er zijn echter ook nadelen: want als je de Bildung van vier verwante jonge mannen wil vastleggen, dan moet er nogal wat gebeuren. Zo worden we, verspreid over de vier alternatieven geconfronteerd met branden, scheidingen, diefstallen, auto-ongelukken, beroerten, blikseminslagen, vechtpartijen en heel veel dode grootouders. Vier eerste verliefdheden, vier moorden op Kennedy: het leidt tot een overdaad aan Momenten van Grote Emotionele Impact, waardoor de leeservaring soaperiger wordt dan nodig. Al bedenkt Auster tussendoor prachtige dingen, zoals de jongen die een film maakt die alleen maar bestaat uit beelden van een gezin dat urenlang naar de nasleep van de moord op Kennedy kijkt op tv. Of het door een jonge Ferguson geschreven verhaal Sole Mates, over het leven van twee schoenen, dat alleen al memorabel is wegens de observatie hoe de schoenen in de fabriek bij toeval tot paar benoemd werden. Heel mooi laat die passage ook zien hoe veel een jonge schrijver in een verhaal stopt en hoe weinig lezers, in dit geval een docente eruit halen. Die zien slechts een schoenendoos in een klerenkast verdwijnen. Ferguson merkt vertwijfeld op: ‘hoe had ze dan kunnen begrijpen dat de kast een concentratiekamp was’.

Toevalligheden

Veel is prachtig, maar veel kost veel ruimte – ook al omdat Auster alles beschrijft tegen de achtergrond van Fergusons tijd, die ook zijn tijd is. Dus voel je in het tweede deel van het boek de aandacht soms wat verslappen. Bovendien maakt de breedte van het viersporenverhaal dat het boek al begin jaren zeventig eindigt. Hoe de Ferguson-variaties boven de dertig, vijftig of zeventig uitpakken, paste niet meer in de roman. Dat is zonde, juist omdat het boek zo nadrukkelijk uitnodigt tot gedachten over hoe toevalligheden in iemands jeugd, een verder leven bepalen.

In een strenge bui zou je 4 3 2 1 dus een mislukte roman kunnen noemen. Maar als het dat is, dan is het een grootse mislukking. Want onderweg met zijn vier Fergusons, heeft Auster ons wel getrakteerd op een bijzondere meerlagige vertelling die je nadrukkelijk wijst op de betekenis van wat ons in ons leven zoal overkomt en waar we voor kiezen. En over hoe we die twee slecht uit elkaar kunnen houden. Bovendien confronteert 4 3 2 1 je met je leesneigingen. Zo ontkom je niet aan de gedachte dat één van de vier variaties ‘echter’ is dan de andere. Helemaal aan het slot blijkt dat inderdaad zo te zijn, als een van de vier Fergusons zich bekend maakt als de schrijver van alle vier de verhalen. Dat is een voor de hand liggend slotakkoord, maar de consequenties zijn de moeite waard. Met die kennis in het achterhoofd zie je plotseling hoe de belevenissen van de andere drie jongens variaties zijn op het bestaan van de vierde. Sterker: dat de schrijver in die varianten druk bezig is om goed te maken wat er is misgegaan in zijn eigen leven. Dat klopt, want veel in het bestaan van de vierde Ferguson draait om het verlangen om andermans plaats in te nemen.

Zo is 4 3 2 1 een boek met een uitgesproken doordachte en uitgevoerde compositie. Auster laat niet alleen de drie verschillende verhalen zien die een schrijver kan verzinnen, maar ook de grondstof waaruit die verhalen zijn ontstaat. Zo gaat deze roman evenzeer over lezen als over schrijven – en over de wonderlijke wijze waarop die twee op elkaar inwerken. En het is ook een boek dat je niet graag zou hebben willen missen. Romans waarin niets misgaat zijn er immers genoeg; dan liever eentje waaraan van alles mankeert, maar die je toch nooit zult vergeten. Net als sommige oude vrienden, wat dat aangaat.