Dit rekenmodel voorspelt 8 op de 10 verkiezingsuitslagen goed

Verkiezingspeilingen

Peilingen zijn in het model van drie Amerikaanse sociale wetenschappers nog altijd de belangrijkste gegevens.

Hillary Clinton verbijt haar teleurstelling na haar verkiezingsnederlaag tegen Donald Trump. De meeste peilingen hadden winst voor Clinton voorspeld. Foto Olivier Douliery/EPA

Verkiezingsuitslagen zijn goed voorspelbaar, met een zekerheid van 80 tot 90 procent. Dat schrijven drie Amerikaanse sociale wetenschappers onder leiding van Ryan Kennedy (University of Houston) in het wetenschappelijke tijdschrift Science dat vrijdag uitkwam.

Zij ontwikkelden een nieuw rekenmodel om verkiezingsuitslagen betrouwbaarder te voorspellen. Meestal worden daar nu peilingen onder stemgerechtigden voor gebruikt.

Die polls liggen onder vuur. Bij het Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk en bij de laatste presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zaten de pollsters er flink naast. Ook de zetelverdeling van de verkiezingen in Nederland en andere landen waar populistische partijen in opkomst zijn, is erg moeilijk te voorspellen op grond van peilingen.

De onderzoekers bouwden hun model op gegevens van 621 verkiezingen die sinds de Tweede Wereldoorlog in 86 landen zijn gehouden. Ze zochten naar factoren die naar hun oordeel nogal eens de doorslag gaven. Er kwamen negen factoren bovendrijven, zoals economische groei, democratische vrijheden (de hoogte van de score op de zogenoemde polityschaal) en de vraag of de zittende machthebber meedoet aan de stembusstrijd. Die combineerden ze in hun rekenmodel met de uitslagen van gehouden peilingen. Ten slotte toetsten ze hun prognoses zowel in het laboratorium als bij echte verkiezingen.

De gebruikte gegevens van 621 verkiezingen waren van vóór 2007. En de onderzoekers testten het model voor de verkiezingen in de periode van 2007 tot 2012. Van de verkiezingen in die jaren voorspelde het model 80 tot 90 procent van de uitslagen correct.

Verrassend in deze tijd, nu er zo veel discussie is over de politieke peilingen, is de conclusie van de onderzoekers dat peilingen verreweg de krachtigste indicator voor de verkiezingsuitslag zijn. De drie wetenschappers concluderen dat het „veel te vroeg is om ‘polling’ af te schrijven”.

Van die negen additionele factoren bleek, alweer verrassend, de economische groei het minst doorslaggevend. Wel duidelijk was dat hoe opener het politieke klimaat is (de polityscore) hoe kleiner de kans voor de zittende machthebber is om te worden herkozen. Zittende leiders deden het overigens gemiddeld beter dan nieuwkomers. In landen die veel economische hulp krijgen (er zaten bij de 86 onderzochte landen ook ontwikkelingslanden) is de kans op herverkiezing van een zittende machthebber kleiner. De auteurs maken hieruit op dat internationale hulp de kans op eerlijke verkiezingen vergroot.

Ten slotte bleken goede betrekkingen met de VS de kansen van de zittende kandidaat te vergroten. De drie onderzoekers zien een samenhang tussen die relaties en hulpstromen die de zittende kandidaat een voorsprong geven in de kiezersgunst. Wie ontwikkelingshulp geeft, koopt dus ook politieke stabiliteit.

Het peilingenonderzoek in Science was onderdeel van een special over voorspellingen. Experts uit verschillende vakgebieden schreven in dat nummer essays over het voorspellen van menselijk gedrag, politiek geweld en de kans op wetenschappelijke doorbraken. En ook over de toegevoegde waarde van zogenoemde big data, zoals tweets geoogst van het internet.

De gewoonte om stembusuitslagen te voorspellen is waarschijnlijk onuitroeibaar. De mens kan slecht tegen onzekerheid en wil al heel lang weten wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zo beantwoordde het orakel in het Griekse Delphi vragen over de wil van de goden en lazen Romeinse priesters in de ingewanden van offerdieren de uitkomst van een veldtocht.

In de loop der tijd namen wetenschappers het over van de waarzeggers. Ze maken prognoses, in de vorm van toetsbare hypothesen, modellen en scenario’s. Want de vraag ernaar is nog altijd groot.