‘Kijk bij behandeling jonge crimineel ook naar biologische factoren’

Bij de behandeling van jonge criminelen moet meer aandacht zijn voor biologische factoren, schrijven onderzoekers van Justitie. Dat gebeurt nu nog te weinig.

De jeugdgevangenis Doggershoek in Den Helder. Foto Koen Suyk/ANP

Bij de behandeling van jeugdige criminelen moet meer aandacht komen voor biologische oorzaken, schrijven onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Kennis van neurowetenschappelijke (biologische) factoren als hormoonhuishouding en de werking van het brein, kan helpen bij de aanpak van jeugdcriminaliteit, aldus het WODC.

Het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie zegt dat er de afgelopen jaren veel kennis bij gekomen is over de invloed van biologische factoren bij agressie en criminaliteit, maar die wordt bij justitie nog weinig gebruikt. Staatsscretaris Klaas Dijkhoff (VVD) heeft het rapport donderdag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Verkeerde vrienden, drugsgebruik

Momenteel wordt crimineel gedrag van jongeren louter verklaard door sociale en psychologische factoren, zoals verkeerde vrienden hebben, drugs of problemen op school. Biologische factoren zijn “puzzelstukjes die nodig zijn om menselijk gedrag te verklaren”, schrijven de onderzoekers:

“Neurowetenschap kan ook helpen om innovatieve preventie- en interventie methoden te ontwikkelen. Zoals neuropsychologische trainingen om bepaalde hersenfuncties te versterken, mindfulness training en biofeedback om stress en agressie te verminderen.”

In het rapport staat verder dat jeugdinrichtingen meer moeten kijken naar de mogelijk positieve invloed van voedingssupplementen en serious games. Verder zouden bepaalde computerspellen met een therapeutische of educatieve insteek onderdeel kunnen worden van behandelprogramma’s. Onderzoek zou hebben uitgewezen dat die een positief effect hebben op de jongeren.

Voedingssuplementen

Volgens de onderzoekers loopt Nederland voor op het gebied van de toepassing van neurowetenschappelijke factoren bij criminaliteit. Ruim een jaar geleden kondigde Nederland als eerste land ter wereld aan gevangenen voedingssupplementen te geven om te onderzoeken of daarmee agressie tegengegaan kan worden.

Gedetineerden in vijf gevangenissen en twee jeugdgevangenissen konden meedoen aan een pilot om voedingssupplementen te krijgen om agressief gedrag tegen te gaan.

Er lopen intussen ook enkele andere projecten. Een ervan richt zich op het signaleren van oplopende agressie door het meten van de hartslag. Een lage rusthartslag zou een risicofactor kunnen zijn voor het ontwikkelen van probleemgedrag. Ook wordt gekeken of het slikken van voedingssupplementen zoals omega-3-vetzuren helpt bij voorkomen van verhoogde stressniveaus. Wie te weinig van het stresshormoon cortisol heeft, zou minder worden afgeschrikt door een straf.

Geweld van gedetineerden komt veel voor in gevangenissen. Een kwart van de medewerkers in penitentiaire inrichtingen heeft ermee te maken, volgens wetenschappelijk onderzoek uit Leiden.