Loslaten

Ik zit op de keukenvloer met zes stoofpannen. Ik denk aan Boeddha die ooit iets wijs heeft gezegd over jezelf bevrijden van gehechtheid. En aan opruim-goeroe Marie Kondo, die vindt dat je alles mag bewaren waar je blij van wordt. Het probleem is: ik word zielsgelukkig van elk van deze pannen. Van Marie mag ik ze dus alle zes houden. Van Boeddha moeten ze allemaal weg. En van mezelf? Ik besluit dat er drie mee kunnen naar mijn nieuwe huis. Maar welke?

Neem nu die twee, precies even grote ovalen stoofpannen. Beiden tweede-, derde of misschien wel vierdehands. De één is oranje, een Le Creuset. Bij elke stoverij die ik erin maak, meen ik de boeuf bourguignons en blanquettes van de vorige bezitters te proeven. De ander is rood en merkloos. Ik kreeg hem voor niks mee van een Franse uitdrager omdat hij smeriger dan smerig was en er geen dop meer op het deksel zat. Aan beide ben ik even gehecht.

Zal ik dan maar die blauwe? Aggosh, dat was mijn eerste ooit. 15 gulden of zoiets op de Albert Cuyp. De vreugde van die aankoop. De trots. In mijn hoofd begint een film te draaien waarin ik alle gerechten die ik ooit in mijn blauwe pan maakte voorbij zie komen, inclusief voor wie. Een bonte fanfare aan soepen, stoven, prutjes, pap, gehaktballen, vrienden, familieleden.

Ik houd een snoezig klein Creusetpannetje in mijn handen. Oranje, met een gewelfd randje en bijpassend golvend deksel. Ooit is hij gevallen maar een ijzersmid heeft de breuk gelast; er kruipt een aandoenlijk litteken van over de bodem. Ik kan er geen afscheid van nemen.

Als leven een oefening is in loslaten, is scheiden en kleiner gaan wonen de perfecte test. Resoluut zet ik drie pannen in een verhuisdoos, en drie exemplaren terug op de plank waar ze stonden. Daar mag mijn ex voortaan in koken. Die blijkt dat namelijk, nadat ik het ruim twintig jaar voor hem deed, ook gewoon te kunnen. Steeds lekkerder zelfs. En hij heeft er nog lol in ook.

Dat zijn de mooiere kanten van opnieuw beginnen. Je ontdekt dat er meer in je zit dan je dacht. De Hongerige Man kan toch koken. Ik word beter in loslaten.

Janneke Vreugdenhil