Column

Literatuur is een erratumvelletje bij de werkelijkheid

Een uitgever stuurde me de nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis, die geheel gewijd was aan een fascinerende collectie: boeken met errata. U weet wel, van die blaadjes waarop drukfouten rechtgezet worden van het soort: ‘Pagina 20, 6de regel v.b.: praat moet zijn paart’. Een gedicht op zichzelf – en een adequate weergave van de tragiek van tienduizenden onbeholpen jongenslevens. Deze hoort bij de bundel Winterkoren van Joh. C.P. Alberts.

Of anders de rechtzetting uit Majesteit van Louis Couperus. Daarin moet de zin ‘Zij draagt een blauwen serge blouse’ gelezen worden als ‘Zij draagt een eenvoudigen blauwen serge rok en witte blouse’. Waar kwam die rok ineens vandaan? Omdat, zo blijkt, Couperus bang was erop aangekeken te worden dat hij zijn meisjespersonages rokloos over het strand liet lopen. Een erratum bij een luxe editie uit 1921 van Bezette stad van Paul van Ostaijen meldt dat waar ‘snaars pringt’ staat, eigenlijk ‘snaar springt’ moet staan – bij Van Ostaijen weet je het nooit. Slordig boek trouwens: het erratum telt liefst 16 punten. Al moet u niet denken dat u daarom korting krijgt. Het boek kost 11 duizend euro.

De aantrekkelijkheid van een tastbaar erratumvelletje zit natuurlijk ook in de wetenschap dat ze een zaak van het verleden aan het worden zijn. Deels omdat de digitale wereld er een is van stilzwijgende verbeteringen, deels omdat, eh, juistheid wat naar beneden is weggezakt op de agenda. Deze week las ik verbijsterd het interview in het onmisbare universiteitsblad Folia met de historici Marthijn Wouters en Aron Brouwer. Die waren vorige week in NRC hard aangepakt om de fouten in hun boek over Willem van Oranje. Het bleek ze niets te kunnen schelen. Natúúrlijk hadden ze gewoon verzonnen (en opgeschreven) dat het motregende bij de doop van de Vader des Vaderlands. En dat ze hem een leger lieten verzamelen bij Charleroi, tachtig jaar voordat die stad ontstond, ontlokte hen de ontluisterende apologie: „Tja. We hadden inderdaad pagina’s kunnen uitwijden [voor in het erratum: ‘uitweiden ipv uitwijden] over de exacte locatie. Maar dat zegt lezers niks, die haken af.” Een knappe jongen die de zin ‘in de buurt van waar nu de stad Charleroi ligt’ weet uit te rijden tot ‘pagina’s’, maar goed. Zorgelijker is dat Wouters en Brouwer onder het motto ‘Nuance is er al genoeg’ verzinsels in hun boek zetten. Alsof je niet ongenuanceerd kunt zijn zonder te liegen. Laat uitgeverij Nieuw Amsterdam, die zichzelf vast nog serieus neemt, maar snel met een erratavelletje komen.

Dan laten we het verzinnen aan de professionals over, met de plotselinge, zeer ware uitroep van Lodewijk Asscher in gedachten: ‘Literatuur is nooit een paardenmiddel.’ (Of zei hij nou ‘paarmiddel’, denkt de jongen uit het erratum van Joh. Alberts). Of lees daar gewoon: ‘Literatuur is een erratumvelletje bij de werkelijkheid.’ Waarop niet staat wat er fout is, maar hoe het zou kunnen zijn.

Lees ook: De recensie van De opportunistische Vader des Vaderlands door René van Stipriaan.