Recensie

Oude ziel in een jonge Belg

Expositie Kasper Bosmans (26) geldt als een grote belofte. Op zijn expositie in De Hallen in Haarlem sleept hij je met zijn wonderlijke combinaties bijna terloops mee in zijn wereld.

Kasper Bosmans

Kasper Bosmans is een hedendaagse magiër – al zou je hem ook een artistieke tovenaarsleerling kunnen noemen. En hij wordt heel snel beroemd. Het afgelopen jaar had Bosmans solo’s in Los Angeles, Rotterdam, Hongkong en São Paulo, hij wordt vertegenwoordigd door twee prestigieuze galeries (Barbara Gladstone en Marc Foxx), hij wint de ene prijs na de andere – en hij is pas 26. Zijn werk is ondertussen verre van jeugdig. Bosmans’ schilderijen en beelden roepen associaties op met zaken als heraldiek, het oude Egypte en middeleeuwse riten. En dan barsten ze ook nog eens uit elkaar van de symbolen: ibissen, schildpadden, adelaars en vishengels buitelen bij Bosmans over elkaar heen als narren in een tarotspel.

Kasper Bosmans, een oude ziel in de huid van een schuchtere jonge Belg.

Maar daar wordt het ook interessant. Want in hoeverre ben je geloofwaardig als je als 26-jarige kunstenaar farao’s combineert met het Atomium, kraanvogels en middeleeuwse voedselrituelen? Moet je voor het opbouwen van zo’n complexe wereld niet een beetje, nou ja, senioriteit meebrengen? Misschien is dat nu juist Bosmans’ bijzondere kracht: dat hij met groot jeugdig elan thema’s als eeuwige krachten, illusie en geloofwaardigheid nieuw leven inblaast en je bijna terloops in zijn wereld meesleept.

Middeleeuwse banieren

Kasper Bosmans. Foto Marc Foxx Gallery/ Gladstone Gallery

Hoe Bosmans werkt, wordt mooi duidelijk in de eerste zaal van zijn laatste solo, in De Hallen in Haarlem. Daar hangen vier schilderijen die door hun kleurrijke patronen en ongebruikelijke trapeziumvorm wel iets van middeleeuwse banieren hebben. Ervoor, op de grond, staan vier oude houten bakken, elk met een (namaak) parelsnoer eromheen. Al snel blijkt dat de bakken schepels zijn, oude inhoudsmaten, en dat ze verwijzen naar het bijzondere middeleeuwse adellijke voorrecht om kraanvogels te eten: als een kraanvogel in staat was om zelfstandig uit de schepel te springen, was-ie oud genoeg voor consumptie. Allereerst denk je: is dit waar? (wat haastig googelen levert geen bevestiging op). Maar dan besef je dat dit er eigenlijk niet toe doet: de pijnlijke paradox van de vogel die meteen wordt opgegeten als hij denkt zijn vrijheid tegemoet te springen is een mooie introductie in Bosmans’ fascinaties.

Zijn hele werk gaat om vragen als: kun je de wereld om je heen ooit overzien? Op welke manier krijgt iets betekenis? En vooral: bestaat er misschien een (eeuwig, onzichtbaar) cultureel fundament onder ons bestaan dat een soort ‘waarheid’ vertegenwoordigt? Wanneer je beseft dat hier Bosmans’ fascinaties liggen, snap je ook meteen de aantrekkingskracht van zijn werk: Bosmans poneert met grote visuele stelligheid allerlei ideeën waar hij zelf ook niet zo zeker over is – en daarin zit een vileine vorm van verleiding. Neem zijn installatie in de tweede grote zaal. Daar staan dertig kleine plexiglazen bakken waaronder steeds een ‘vliegje’ zit opgesloten: een uiterst teer nep-insect, gevouwen van de veren van een ibis of een kraanvogel, een subtiele, ambachtelijke vaardigheid die Bosmans leerde van zijn vader. Elk ‘vliegje’ is virtuoos gemaakt (beheersing van techniek en ambacht is sowieso belangrijk bij Bosmans), maar er zit ook, letterlijk, een angel in verborgen: eronder schuilt een vishaak die bij ieder wezen dat toehapt venijnig in de bek blijft hangen.

Tarotkaarten

Kasper Bosmans. Foto Marc Foxx Gallery/ Gladstone Gallery

Precies die angel is ook de crux van Bosmans’ schilderijen. Op het eerste gezicht onttrekken die zich aan iedere vorm van illusie en persoonlijke expressie: ze zijn vlak en plat geschilderd als speel- of tarotkaarten. Hoewel ze wel volstaan met symbolen in de meest wonderlijke combinaties: twee oud-Egyptische figuren bijvoorbeeld, met een ibis, een gloeilamp, een enveloppe en een dikke rups. Of, op een andere, een kraanvogel, een vreemde groenige ‘dinosaurusvogel’ die op een schildpad staat, een goudstaaf en een pijl. Maar die pijl wijst wél naar een donkerbruine bak die verrassend veel lijkt op de schepels uit de vorige zaal.

Zo krijg je langzaam het gevoel dat Bosmans’ schilderijen en beelden wel degelijk naar een persoonlijk systeem verwijzen, een eigen wereldbeeld. Maar wat is dat voor systeem? Bosmans verkeert op het eerste gezicht in dezelfde categorie als verwante ‘systeembouwers’, zoals Mark Manders of Charles Avery. Alleen: wat zijn werk zo goed maakt is dat Bosmans de zaak nog veel verder openhoudt. Sterker nog: hoe langer je naar zijn werk kijkt, hoe meer je ervan doordrongen raakt dat Bosmans zichzelf op dit moment in een prachtige spagaat heeft gemanoeuvreerd: hij is een onwaarschijnlijk getalenteerd kunstenaar die een unieke eigen wereld aan het opbouwen is, maar die ondertussen ook nog wel zo jong is dat hij nog niet precies weet waar het allemaal naartoe gaat – en dat zelfs een beetje eng vindt. Bosmans verleidt de toeschouwer steeds opnieuw mee te gaan in zijn suggesties, in zijn combinaties, in zijn opvallend krachtige beelden. Niet omdat hij vol is van zichzelf, maar omdat hij hoopt dat hij door de toeschouwer te verleiden ook zelf meer grip krijgt op zijn wereld, op het leven: inderdaad, de tovenaarsleerling, die verbaasd is over zijn eigen talent en nog niet weet wat hij er allemaal mee kan aanrichten.

Kijk hem daar nu staan, op de bodem van de schepel. Hij heeft besloten over de rand heen te springen, heeft geen idee waar hij terecht zal komen en vraagt jou of je mee wilt gaan. Die verleiding, gecombineerd met die onzekerheid, maakt Bosmans’ werk onweerstaanbaar.