‘In Syrië dragen we vrouwen veel meer op handen’

Woonproject In het wooncomplex Riekerhaven wonen Nederlandse studenten en statushouders samen. Syriërs moesten wennen aan de kleine studio’s, Nederlanders aan het buitenleven van Eritreeërs.

Studentencomplex Riekerhaven. Fotografie Tammy van Nerum

Het waait hard langs de witte containerwoningen. Wooncomplex Startblok Riekerhaven, vlakbij de Ring A10 in Nieuw-West, straalt niet bepaald romantiek uit. Binnen kleurt tl-verlichting de gangen wit, veel studio’s zijn nog half ingericht en woonkamers zijn rommelig.

Toch is er hier wel iets bijzonders aan de hand. Bewoners, ook Nederlanders, begroeten elkaar met „salaam” (vrede) en „kayf halik?” (hoe gaat het?) op de gangen. In een studio, tussen de doorsnee studentenkamers, knielen islamitische twintigers richting Mekka onder begeleiding van zacht gezang. Op het gras tussen de laagbouw werd op een septemberavond het Eritrese orthodox-christelijke feest Hoye gevierd met een groot vuur. Eritreeërs, Syriërs en Nederlanders dansten eromheen, begeleid door Eritrese liederen. De wijkagent kneep voor de gelegenheid een oogje dicht.

Woonproject op proef

Het is nog maar ruim een half jaar geleden dat de eerste bewoner van het woonproject de sleutel kreeg. In het voormalige sportcomplex kwamen 280 jonge statushouders – vluchtelingen die net een verblijfsvergunning hebben gekregen – en 280 studenten of starters te wonen. De proef komt uit de koker van woningcorporatie De Key en de gemeente Amsterdam. De ervaringen van het project moeten leidraad zijn voor ten minste drie grote wooncombinaties van statushouders en studenten die op de planning staan.

De meeste bewoners hebben een kleine studio met keuken, badkamer en toilet. Een woonkamer delen ze met een woongroep. Bij de student luchtvaarttechniek Jesse van Schijndel (20) zijn dat negen andere Nederlanders, vier Eritreeërs, vijf Syriërs en een Gambiaan. Als samen wordt gegeten, gaat het vaak over cultuurverschillen. „Eritreeërs zijn meer een buitenleven gewend”, zegt Van Schijndel. „Ik moest eraan wennen dat de hele stoep vol zit met mensen.” „Nederlanders zijn stille mensen, die van stille gangen houden”, zegt Syriër Ali Hamzeh (27). „Vaak gaan ze al om tien uur slapen, terwijl bij Syriërs de avond soms dan pas begint.”

Foto’s: De gezamenlijke woonkamer van de woongroep van Ali Hamzeh (26); de studio van studente Wieteke Vonk (21); deur op het wooncomplex Startblok Riekerhaven.

Asielzoekerscentra uit heel Nederland

Nederlanders konden zich met een motivatiebrief plaatsen voor het woonproject, dat met iets meer dan 300 euro relatief lage huren kent. Statushouders werden uit asielzoekerscentra in heel Nederland geselecteerd. Niet iedereen was in het begin enthousiast. „Veel statushouders waren teleurgesteld met hun nieuwe huis”, zegt de Nederlandse bewoonster Fleur Eymann (25). „Vaak woonden ze in hun thuisland veel groter en het is dus even wennen dat jongeren in Nederland vaak kleine woonruimtes hebben.” Ook voelt niet iedereen zich op zijn gemak bij de vrije levensstijl van Amsterdamse studenten, zegt medebewoonster Wieteke Vonk (21). „Sommigen zijn bijvoorbeeld geen fan van homoseksualiteit.”

Zes maanden later begrijpen de statushouders de meerwaarde van het gemixt wonen, zegt Eymann. „Ik leer de taal en gewoonten hier heel snel door alle leeftijdsgenoten”, zegt Eritreeër Noah Berhane (24). „Een Eritrese vriendin van mij woont in een Zeeuws dorpje, waar ze veel moeite heeft om aansluiting te vinden.”

Opvallend aan het woonproject is dat qua opleidingsniveau is geprobeerd een goede mix te vinden, zowel bij de Nederlanders als statushouders. Daarbij is ook gekeken naar laaggeletterdheid.

Woorden leren

Naast de student Jesse van Schijndel woont de Syrische Imad. Een jongen met schuchtere ogen. Hij draagt een felblauwe trainingsbroek en aan zijn blote voeten slippers, ondanks het winterweer. Soms klopt de Syriër – die in zijn thuisland niet kon lezen en schrijven – aan bij Van Schijndel voor hulp bij het leren van de Nederlandse taal. „Hij schrijft ons alfabet steeds achter elkaar op in een schriftje, misschien wel duizend keer”, zegt Van Schijndel. „‘Moeilijk’, was een van de eerste dingen die hij naar me gebaarde.” De twee riepen de hulp in van een Syrische vriend, die per telefoon vertaalt. Deze vriend zei dat Imad de letters wel kan schrijven, maar verder niet echt wat leert. „Dat idee had ik al”, zegt Van Schijndel. „Imad zei een paar keer ‘wilt u koffie, ja lekker koffie’ tegen me, maar volgens mij wist hij niet wat dat betekent.” De student vindt het lastig om zijn buurjongen bij te scholen, naast diens reguliere taallessen. „Ik ben geen leraar Nederlands, dus ik weet niet wat de beste manier is.”

‘Moeilijk’, was een van de eerste dingen die hij naar me gebaarde

Startblok Riekerhaven is een project van zelfbeheer, met een organisatie bestaande uit statushouders en studenten, verschillende teams en per woongroep twee ‘gangbeheerders’, die in ruil voor huurverlaging mensen zoals Jesse en Imad met elkaar in contact brengen.

Eritreeër Berhane is ook gangbeheerder, hij organiseert taaluitwisselingslessen in het clubhuis van het Startblok. Nederlanders leren bij hem het Eritrese Tigrinya, Eritreeërs leren Nederlands. Berhane kende Nederland alleen van Oranje. Eenmaal hier leerde hij in noodvaart de Nederlandse taal door ook ’s avonds urenlang te studeren. Hij verruilde de muziek van zijn thuisland voor Nederlandse popmuziek, zoals hiphopcollectief Broederliefde. „Niet de ideale afspiegeling van het Nederlands, maar je kan er wel wat woorden door leren”, zegt Berhane. Ook zegt hij, trots: „Bij een vergadering laatst heb ik alles begrepen wat er werd gezegd.”

In zijn half ingerichte studio staan drie oranje-roze banken van de kringloopwinkel. De Nederlandse studenten hielpen de statushouders bij het vinden van meubels: er waren gezamenlijke reisjes naar de IKEA en de Praxis gaf statushouders korting.

In beeld: Ali en Wieteke in de kamer van Ali. Tammy van Nerum

Ali Hamzeh (26) was de eerste die introk in het Startblok. Hij was al geïnstalleerd toen hij de breedlachse Nederlandse studente American Studies Wieteke Vonk leerde kennen, die een huizenblok verderop woont in het Startblok. Veel bewoners melden waardevolle contacten te hebben opgedaan, maar een hechte vriendschap als bij dit duo is bijzonder. Hamzeh leerde Vonk Arabische woorden. Zij liet hem poffertjes en Belgisch bier proeven en nam hem mee het nachtleven van Amsterdam in. Ook kookt ze voor hem – maar hij is altijd te druk om voor haar te koken, klaagt Vonk. „Ik ben beter in eten dan in koken”, grapt Hamzeh.

Anekdotes over hun vriendschap zijn er volop. Toen Hamzeh Vonk met zware boodschappentassen zag zeulen, bood hij aan om te helpen. Ze wees dat af, waarop hij plagend zei: „Oh ja, je bent natuurlijk een sterke, onafhankelijke Nederlandse vrouw.” De verhouding tussen mannen en vrouwen is een terugkerend gespreksonderwerp in het Startblok. „In Syrië dragen we vrouwen veel meer op handen”, zegt Hamzeh.

Water stond aan de rand

In zijn thuisland deed Ali Hamzeh, destijds student in Damascus, lang zijn best om de oorlog te ontkennen. „Het had geen zin om het nieuws te volgen: het ene televisiekanaal vertelde een eenzijdig verhaal en bij het andere kanaal werd juist het tegenovergestelde verkondigd.”

Op zijn balkon, op een zomeravond in 2015, besloot hij uiteindelijk om te vertrekken. „De overheid overwoog elke man die een wapen kon dragen te rekruteren voor het leger. En als rebellengroepen me zouden rekruteren, was dat nog erger geweest. Ze klimmen door je raam naar binnen en als je niet meegaat, leggen ze je om. Ik wilde niet vechten.”

Ze klimmen door je raam naar binnen en als je niet meegaat, leggen ze je om

De Syriër vluchtte met drie vrienden. Een Iraakse vluchteling voer hen, in totaal zestig volwassenen en vijftien kinderen, in een rubberboot van Turkije naar Griekenland. Het water stond tot aan de rand. In Hongarije klom hij met een gevonden houten ladder over het gebouwde hek, daarna moest hij weg sprinten voor de politie. Vanaf Boedapest kon hij de trein nemen. Om niet gepakt te worden, kocht Hamzeh een net pak en waste hij zich. Hij ging naast een blond meisje zitten en knoopte met haar een gesprek aan toen de marechaussee de trein inspecteerde. „Ze vroegen me niks”, zegt Hamzeh. „De Syriër achter mij werd wel aangesproken.”

Privacy

Na elf maanden in vijf asielzoekerscentra kwam hij in het Startblok te wonen. „De privacy vond je vooral zo fijn, toch?”, vraagt Wieteke Vonk. „Zeker”, zegt Hamzeh. „In het AZC deel je een toilet en douche met negen anderen.”

Toen hij laatst een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst kreeg, belde hij meteen Vonk. „Ik wilde dat ze erbij was.” Ze schoot uit haar pyjama en vertaalde de brief voor hem, waarin bleek te staan dat de verloofde van Hamzeh niet mag overkomen voor gezinshereniging. „Ik voelde me zo slecht voor je”, zegt Vonk. „Maar jij bleef maar zeggen: dit is pas de eerste poging, ik voel dat het goedkomt.”

Andersom lucht Vonk ook haar hart bij Hamzeh. „Zijn positieve mindset is fijn. Als ik me ellendig voel, vraagt hij: ‘Ben je gelukkig in deze situatie? Nee? Dan moet je de situatie veranderen’. Ali is een soort wandelende positiviteitsgoeroe voor me.”