Interview

‘In elke rol moet je iets overwinnen’

Carry Tefsen (78) zou ook wel tarotkaarten willen leggen, of meer tijd met de kleinkinderen willen doorbrengen. In plaats daarvan staat ze weer op het toneel, met Gouwe Ouwe. ‘Ik heb zo’n mazzel gehad met mijn nieuwe heupen.’

Carry Tefsen Foto Merlijn Doomernik

Vrouwen op leeftijd die graag willen werken – het is kennelijk zo bijzonder dat het zich leent voor komisch theater. In Gouwe Ouwe solliciteren drie best hoogbejaarde vrouwen bij een wegrestaurant. De drie actrices die hen spelen doen het echt: doorwerken tot ver voorbij de pensioengerechtigde leeftijd. Gouwe Ouwe gaat zaterdag in première in de Leidse Schouwburg en trekt daarna door het land.

Voor Ingeborg Elzevier (80) en Trudy Labij (73) is het business as usual – zij speelden vorig jaar ook samen in de komedie Vrouwen van later. Carry Tefsen (78) heeft net een klein jaar geproefd van het leven zonder werk – de musical Billy Elliot, waarin ze de rol van oma speelde, stopte eerder dan verwacht. Het vrije jaar „was zo om”, zegt Tefsen. Geen verveling, geen heimwee – ze zou, denkt ze, het theater zonder moeite de rug toe kunnen keren. „Ingeborg kan zich dat niet voorstellen. Ik denk: dit zou best de laatste productie kunnen zijn. Dat heb ik al vaker gedacht. Maar ja, dan gaat de telefoon…”

Waarom heeft u deze rol geaccepteerd?

„Het leek me zo leuk om een keer met Ingeborg te werken. Ze is een echte vakvrouw, daar heb ik veel waardering voor. Ook het feit dat ze best wel heel oud is en dat toch allemaal maar doet. En het is weer iets héél anders. De laatste jaren heb ik steeds in van die grote producties gezeten. Flashdance, Billy Elliot. Hier sta je met zijn vieren op het podium – wij en nog een jonge jongen.”

De tekst gaat verder na de video

U heeft een andere achtergrond dan uw tegenspeelsters. Merkt u verschil?

„Ik ben een freelancer, zij hebben veel bij gezelschappen gewerkt. Maar uiteindelijk komt het bij acteren toch op hetzelfde neer. Gewoon [ze richt haar blik naar voren]: die kant op kijken en zo praten. Als we eerst alle woordjes maar gezegd hebben, zei [actrice] Kiki Classen eens. Haha. En dan achterom kijken of de mensen vrolijk de zaal uitgaan.”

Geeft ‘Gouwe Ouwe’ een realistisch beeld van oude vrouwen?

„Met een knipoog. Het stuk is lichtvoetig, niet diepzinnig. Hier en daar wordt wel aangetikt wat de moeilijkheden van de ouderdom zijn. De rol die Trudy speelt heeft een zieke man thuis. Zij is in dubio: thuisblijven of niet. De figuur van mij heeft altijd gewerkt, het is er niet van gekomen om te trouwen. Die van Ingeborg heeft een overleden man waar ze nog steeds erg mee bezig is.”

Aan het begin van de eeuw kreeg de ouderdom Carry Tefsen bijna in de klauwen: versleten heupen. „Ik kon echt de straat niet meer oversteken. Ik hing aan mijn mans arm uit te kienen hoeveel stappen het was.” Nieuwe heupen losten het probleem volledig op, een in 2004 en een in 2006. „Daar heb ik zo’n mazzel mee gehad. Het was een nieuw soort kunstheup, ze konden niet zeggen hoe lang ze goed zouden blijven. Op is op, zeiden ze, ze zijn moeilijk te repareren. Tot nu toe heb ik nergens last van.”

Ze zit in het café aan de Amsterdamse Nieuwmarkt achter een kop zwarte koffie, met een rust alsof het haar eigen huiskamer is. Het is moeilijk voorstelbaar, ook door een licht Amsterdams accent, dat ze jaren buiten Amsterdam heeft gewoond. Kopen in Amsterdam was te duur, vertelt ze, zeker voor een gezin met drie kinderen, maar in Soest en Bussum was ze ook niet ongelukkig. Toch, zodra de kinderen waren uitgevlogen, verhuisden ze terug, zij en haar man Ger Hinrichs, ook een theaterman maar op het technische vlak. „Op een of andere manier hoor ik hier thuis. Ik ben in Noord geboren en zat in Zuid op de Vrije School. Met een bootje en de tram ging ik erheen, ik was een uur onderweg. Als ik om half één vrij was, kwam ik ook om vijf uur thuis. Toen is het gegroeid dat ik graag in mijn eentje door de stad dwaal.”

Is acteren nog spannend als je al zoveel rollen hebt gedaan?

„Wat je ook speelt, er is altijd iets wat je moet overwinnen. Acteurs die niet in het gareel lopen, een decorstuk dat ineens voor je neus blijkt te staan. We hadden pas een try-out in Woerden, een heel kleine zaal. Jij staat hier, de mensen zitten hier [ze strekt haar arm uit]. De mensen kijken je aan. Zo. Recht. Ze bewegen, pakken een tasje. Dat heb je niet als je op een hoog toneel staat in zo’n grote zaal. Het maakt dat je je extra moet concentreren, zeker als de tekst nog vers is, nog niet achter in je hoofd zit.”

Wat je ook speelt, er is altijd iets wat je moet overwinnen

Uw eerste filmrol was in ‘Blue Movie’ (1971), ook de eerste Nederlandse film met expliciet bloot. De broeierige liftscène kwam onlangs voorbij in het tv-spelletje De Slimste Mens.

„Dat was ik niet hoor. Dat was…” Ze komt niet op de naam. „Het kon me eigenlijk niet zo schelen in die tijd. Ik ging al wel met mijn huidige man, maar nog niet zo vast als nu. Ik wilde ontzettend graag film doen – maar hoe kom je ertussen. Dan word je gevraagd – dat laat je niet schieten. Tegen de tijd dat de film uitkwam, was ik vast met mijn man. Zijn vrienden zeiden wel: nou, die vrouw van jou. Tegen de kinderen op school werden ook dingen gezegd. Kort daarna werd ik gevraagd voor Oh Calcutta, een musical waarin iedereen bloot liep. Ik dacht: nou maar even niet.”

U presenteerde ook de eerste datingquiz op de Nederlandse tv, ‘Op goed geluk’.

„John de Mol belde: Ik zou dat graag met jou doen. Ik heb het drie jaar gedaan maar het was niet echt mijn ambitie. Presenteren is moeilijk, hoor. Je weet nooit wat mensen gaan doen of zeggen. En ik wilde niet met de autocue werken, ik wilde spontaan zijn. Met polaroids van de kandidaten voor me ging ik hun hobby’s uit mijn hoofd leren. Die doet handbal en volleybal, die doet volleybal en waterpolo. John zei: doe nou die autocue, maar ik was eigenwijs.”

De voorstelling Gouwe Ouwe met Carry Tefsen (links), Trudy Labij, Jelle Mensink en Ingeborg Elzevier. Foto Ben van Duin

De tv-comedy ‘Zeg ’ns Aaa’ maakte u in de jaren tachtig definitief beroemd. Was Mien Dobbelsteen later een blok aan uw been?

„Néééé. Je speelt zo’n rol en dat heeft impact, dat weet je, dat hoort erbij. Zeker toen, met maar twee televisiezenders. Hockey- en voetbalclubs verzetten hun avondjes – Zeg ’ns Aaa móest je zien. En alles was echt waar: Er was eens een uitzending met bedorven garnalen; visboeren razend want ze verkochten geen garnaal meer. Op een gegeven moment kwam voor mij de commercie erbij. De vraag: wil je als Mien Dobbelsteen die en die supermarkt openen. Dat heb ik veel gedaan. Het was soms leuk. Om met mensen te praten, ergens te komen, ik ben een nieuwsgierig mens. En het was soms verschrikkelijk. Stond je naast een vrieskist met bevroren spinazie te sterven van de kou. Dan was je blij dat je er goed geld voor kreeg.”

Ze is alweer benaderd voor een volgende rol. Ze twijfelt nog, er is veel waar ze meer tijd voor zou willen hebben. Schilderen. Tarotkaarten leggen. Het tweede huis in Spanje. Het oude campertje. Zeven kleinkinderen. Twee achterkleinkinderen.

U lijkt me geen oppasoma.

„Nee, ik ben echt een rot-oma.” Lacht met lichte twijfel. „Ik denk zelf: ik moet vaker naar ze toe. Gelukkig is mijn man een troetelopa.”