Column

Hij, Jan Cremer

Nooit gedacht dat ik oude mannen ook aantrekkelijk zou kunnen vinden. En dan heb ik het niet over vijftigers of zestigers, maar over echt oude kerels, van minstens 75 jaar oud. Mijn eigen (10 jaar oudere) echtgenoot loopt ook al tegen de zestig, maar toen ik 27 jaar geleden verliefd op hem werd was hij een slanke, knappe dertiger. Gek genoeg is mijn voorkeur sindsdien blijven steken bij die leeftijdscategorie. Een beetje treurig is het ook wel, want ik geloof niet dat ik nog enige kans maak bij zulke jonge mannen, als ik het al zou willen. Dus verbaasde ik me over mijn plotselinge interesse voor de oude Jan Cremer (76), die vorige week in Rotterdam was voor de opening van een door hem samengestelde expositie in het Nederlands Fotomuseum op de Wilheminapier. Uit de museumcollectie selecteerde hij zijn 15 favoriete foto’s van naakte vrouwen. Niet zo verwonderlijk dat hij voor dat thema koos, want Cremer heeft – ondanks zijn leeftijd – een reputatie hoog te houden, dacht ik.

Jan had zijn knappe, veel jongere vrouw Babette meegebracht, maar die liet mij even alleen met haar Jan zodat we in alle rust samen de tentoonstelling konden bekijken. Ik viel meteen maar met de deur in huis door zogenaamd luchtig te constateren dat hij nog steeds op jong, blond en slank valt. „Dat vind ik mooi ja”, antwoordde Jan koeltjes. „En die foto’s van die vrouwen met die grote, zwarte poezen Jan, vind je die mooi?” probeerde ik. Jan zei dat hij dat hij daar helemaal niet op let, maar dat het hem gaat om de „schoonheid van de vrouw in het algemeen” en dat die in dit geval grote, zwarte poezen hebben omdat het toevallig oude foto’s betreft en schaamhaar in die tijd nog mocht groeien waar het maar wilde.

„Slaat het dood Jan, al dat naakt ,of vind je het nog steeds opwindend?” vervolgde ik onbeschaamd. „Ik heb er zo veel gezien, ik kijk er anders naar dan anderen”, mompelde de oude Jan nuchter. Het was duidelijk dat Jan helemaal geen zin had in zijn eigen clichés (of in mijn geflirt?).

Pas toen het gesprek op Rotterdam kwam, begonnen zijn ogen weer te glimmen. Hij vertelde over de Van Ghentkazerne waar hij zat om beroepsmarinier te worden, dat hij de Rotterdamse haven goed kende uit de tijd dat hij op de grote vaart zat en dat zijn allereerste expositie in Rotterdam was, in ’t Venster. Ik heb maar niet meer gevraagd naar zijn beroemde, maar nog altijd mysterieuze ‘flipstand’, want dat leek me inmiddels ongepast.

Ik weet niet waarom precies, maar ik viel dus voor die oude Jan Cremer, hoewel uit alles bleek dat die aantrekkingskracht niet wederzijds was. En ik heb me nog lang afgevraagd of dat te maken heeft met zijn leeftijd of de mijne. Eerlijk gezegd vrees ik het laatste.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.