Interview

‘Fantasie is de sleutel, niet het wereldnieuws’

Ballet

Paul Lightfoot en Sol León vormen al meer dan 25 jaar samen één choreograaf. Een stel zijn ze niet meer, maar ze zijn nog wel verbonden als een stel. Sterker zelfs.

Paul Lightfoot en Sol León maakten al meer dan vijftig balletten. Foto Frank Ruiter

De dansers stromen door een ouderwetse stationswachtkamer. Paren zoeken elkaar. Er is elegantie, er is hoekigheid. Er zijn avances en beklemming. Er is onheil en er is geluk. En alles wordt voortgedreven door de listige gevoeligheid die de balletten van León & Lightfoot zo onweerstaanbaar maakt.

Dit is een repetitie voor een nieuw werk. De choreografen zitten in zichzelf gekeerd achter een tafeltje. Hij staart gebiologeerd naar de dansers. Zij doet af en toe gedachteloos een beweging mee. Buigt een arm boven haar hoofd, neigt haar hals, alsof ze notities met haar lichaam maakt.

Het nieuwe stuk heet Singulière Odyssée: een reis met vele omwegen en vele avonturen. Samen met het ballet Silent Screen (2005) gaat het in première in het programma Scenic Route.

En het is nog niet af. „We moeten nog vijf minuten”, zegt Paul Lightfoot. Volgens Sol León zijn het er acht.

Paul Lightfoot (Kingsley, 1966) en Sol León (Córdoba, geboortejaar houdt ze voor zichzelf) zijn samen één choreograaf. Al hun balletten, meer dan vijftig stuks inmiddels, maakten ze getweeën. En altijd voor het Nederlands Dans Theater, waar ze eerst dansers waren en later choreografen werden. Lightfoot trad zes jaar geleden in de voetsporen van Jiri Kylian, als artistiek leider. „Jiri was een kapitein. Ik ben een teamspeler. Vooral met Sol, ik steun op haar sterke geest. Ik neig tot wankelen.” Hij zegt dat ze „geen al te beste overleggers” zijn. „We praten niet veel. We zitten te kijken, maken aantekeningen, reageren op wat de ander maakt en vertrouwen op elkaars intuïtie.”

De tekst gaat verder na de video

De winst van pijn

Hij is een spraakwaterval, zij een orkaan.

Paul Lightfoot: „Ik vertrouw Sol volledig. Een stel zijn we niet meer, maar we zijn nog wel verbonden als een stel. Sterker zelfs. Angstaanjagend.”

Sol León: „We kennen elkaar 30 jaar. We kregen een kind. We zijn gescheiden. We gingen door. Paul is mijn inspiratie. Ken je één koppel dat uit elkaar is en zo intiem samenwerkt als wij? Het is ongelooflijk. Met liefde is het moeilijker om volwassen met elkaar om te gaan. Met pijn is dat makkelijker. En de winst van pijn is poëzie.”

Lightfoot: „Sol wil graag aan het roer zitten, ik vind dat best. Ik ben de dromer, zij is de doener. Ik ben het jongetje dat iets wil en dat twee minuten later vergeten is. Zij is het meisje: ze laat niet los voor ze haar zin heeft.”

León: „Paul denkt nooit vooruit en hij kan erg emotioneel reageren. Dan ben ik soms ruw, maar ik moet wel.”

Het decor voor het nieuwe stuk dat ze maken, is een kopie van het statige Warteraum van het station van Basel, uit het begin van de vorige eeuw. Lightfoot belandde daar bij toeval. Hij keek om zich heen en was betoverd. „Ik zei tegen Sol, dit is ons decor. Station Basel was vroeger het grootste internationale station van Europa. Een knooppunt van spoorlijnen, het barstte er van de grenzen.”

Hij is de dromer, zij is de doener

León was enthousiast over de ruimte, maar: „Laten we het perspectief veranderen.” En zo gebeurde het. De wachtkamer op het podium lijkt realistisch. Alles is er, de strakke stalen art-decokroonluchter. De banken langs de wand. De stijlvolle houten lambrisering tot schouderhoogte. Het licht. De leegte. En de klok. Maar als Marne van Opstal, een grote danser, opkomt door een deur achterin, lijkt hij extra kolossaal, aangezien die deur verkleind is ten behoeve van een overspannen perspectief. Het decor is, zegt Lightfoot, ook een hommage aan Pina Bausch, de legendarische theatermaker: „Ik ben dol op haar grote, groezelige DDR-zalen die zij volstortte met leven.”

„Het is geen politiek statement”, zegt Lightfoot. „Niet dat het niet mogelijk is. Ik zag een choreografie van [de Brits-Israëlische] Hofesh Shechter: Clowns. Een ballet over terrorisme, met mensen die elkaar constant afmaken en daar plezier in hebben. Ik vond het erg goed, maar ik ben niet jaloers. Natuurlijk, Singulière Odyssée staat niet los van dit vreemde jaar waarin de wereld zichzelf op zijn kop heeft gezet, het begin van een tijdperk waar we ons zorgen over maken. Maar het stuk verwijst naar een wereld waar mensen reizen. Omdat ze moeten. Of omdat ze willen.”

Favoriete films

Er is veel te zien tijdens Scenic Route, kleine gebeurtenissen maken zich los van het grote geheel. Je moet af en toe wel wat missen, maar alles wat je wél ziet is enerverend. Zo gaat dat in een wachtkamer, zegt Lightfoot. „Daar kijk je naar de mensen. Je kent ze niet en je weet niet wat er tussen hen gebeurt, maar je voelt dat er iets is. En dat ‘iets’, daar gaat het om.” Bij wijze van houvast vertaalde hij scènes uit favoriete films naar dansduetten. Uit welke films? „Uit Brief Encounter natuurlijk, dat speelt zich af op een station. Uit Who’s Afraid of Virginia Woolf, over twee mensen die van elkaar houden door elkaar te haten. En een stationsscène uit The Hours: als Virginia Woolf probeert weg te lopen en haar man haar achterna komt. Hij is zo bezorgd om haar en zij voelt zich zo verstikt.” Je moet dat niet letterlijk nemen, waarschuwt hij. Maar toch, zodra je het weet, zie je het ook: een vrouw zit stilletjes op een bank in de wachtkamer, een man vlindert om haar heen. Alleen is hij geen vlinder maar een soort stoomwals.

Foto Rahi Rezvani

De muziek is van Max Richter, een Duits-Britse minimalistische componist. Met de wachtkamer in zijn achterhoofd schreef hij voor León & Lightfoot een aanzwellend muzikaal verhaal. Lightfoot noemt zijn muziek „een smartelijke bolero, 36 keer het thema, groter en groter, het stroomt als een rivier, er is geen einde aan.”

Ook León is opgetogen over Richters muziek. Maar: „Max heeft het over vluchtelingen. Ik begrijp zijn zorgen, ik deel ze. Maar in een ballet? Dat wordt pathetisch. Hoe erg het is, hoe verschrikkelijk, dat valt niet met dans uit te drukken. Tegenover Max’ muziek zet ik een wachtkamer waar reizigers voorbij trekken. Wie dat zijn? Kinderen en oude mensen zijn voor mij de bron voor elk verhaal. En sprookjes, waar de oplossing altijd de verbeelding is. Fantasie is de sleutel, niet het wereldnieuws.”

Sol León weigert Singulière Odyssée verder te interpreteren. „Nee. Dat mag jij doen. Ik ben kunstenaar, ik doe dat niet. En ik hoop dat Paul dat ook niet heeft gedaan?”

Anders dan in elke wachtkamer staat in het decor de klok stil. Bewegingen worden versneld, vertraagd, bevroren. De tijd speelt een hoofdrol, dat is duidelijk.

„Door die stilstaande klok besef je dat we in een wachtkamer leven”, zegt Lightfoot. Trouwens, er was wel budget voor een werkende. „Maar toen hakte Sol de knoop door: we zetten hem stil. Op 9 uur 33, de tijd dat onze dochter 18 jaar geleden werd geboren.”

León: „Het enige wat we zeker weten, is dat we allemaal komen en dat we allemaal gaan. Basta. En niet dat iemand dat doorheeft, maar het patroon van de bewegingen van de groep is gebaseerd op het ritme van barensweeën.”

Lightfoot: „Voor mij gaat dit stuk over de vraag: wat doen we hier? Ik ben een man van middelbare leeftijd, ik word nostalgisch. Ik kijk terug en ik kijk vooruit, naar de tijd die ik nog heb. Waarom breken we onze harten en kraken we onze hersenen? In december verloren we Gérard Lemaître, we dragen het programma Scenic Route aan hem op. Hij kwam in 1960 naar Nederland en NDT als geliefde van Hans van Manen. Hij werd een vaderfiguur. Voor mij. Voor het complete NDT. Tot kort voor zijn dood liep hij hier rond, bezocht de lessen, moedigde iedereen aan, gaf iedereen een goed gevoel. Dit stuk is een saluut. Het is Sol en ik, het is de dansers, het is het gezelschap. Het is dat allemaal bij elkaar.”

Marne van Opstal danst het enige constante personage in Singulière Odyssée. Een figuur die zich soms verbindt met anderen maar ook minutenlang stil aan de kant blijft.

Sol León: „Alle dansers zijn passanten, Marne blijft altijd in de wachtkamer. Hij is de poortwachter van de dood.”

Paul Lightfoot: „Marnes personage is de stationschef. Hij observeert ons, hij past op ons. Hij is de Dood, of zo. Nee! Wat zeg ik nou? Hij is níét de Dood.”