Eten als God in Frankrijk met op en top Franse keuken

Foto Rien Zilvold

In een ondeugende bui denk ik wel eens dat chef Alain Caron een Fransman speelt en niet is. Zelfs op zijn Facebookpagina spelt hij zijn Nederlandse mededelingen consequent in charmant Nederfrans. Het is zijn handelsmerk geworden. Dat hij wel degelijk echt een Fransman is, werd klip en klaar bij een bezoek aan zijn restaurant Café Caron aan de Frans Halsstraat. Het is een familierestaurant dat hij samen met zijn zoons David en Tom runt en ook zijn vrouw is van de partij, zij is gastvrouw. Alain is parttime chef, heeft naast de zaak veel ander werk, zoals voor tv. In het verleden kookte hij voor grote zaken in Frankrijk. De keuken van Caron is dan ook op en top Frans, niet chic Frans, eerder eenvoudig, burgerlijk of zelfs wat boers. En het is lekker, héél lekker – je waant je God in Frankrijk.

Vorige week ontvingen we lezerspost waarin een beetje boos werd opgemerkt dat we nadrukkelijk uitbundig vlees aten, dus schuldbewust zoeken we dit keer weer iets uit voor carnivoren én voor vegetariërs.

Eerst viel ons oog op een gefrituurd eendenei met eekhoorntjesbrood dat op de kaart stond, maar deze was op (eendeneieren zijn niet onbeperkt leverbaar), dus werden het bietjes (8,-) voor de één en voor de ander Noordzee bijvangstsoep (11,-). De bietjes, rode en gele, zijn eerst gepoft en dan gerookt, wat fantastisch smaakt, en de crèmeachtige dressing en groene sla maken dit tot een eenvoudig, smakelijk voorgerecht. De soep is perfect en goed gevuld met krabschaar, Hollandse garnalen, inktvis, wat dungesneden venkel in een uitstekende bisque en met een pittige rouille en stevig zuurdesembrood – chapeau!

Dan de hoofdgerechten: wildzwijnwang met zuurkool en spruitjes (22,-) en gesmoorde prei met preicoulis en walnoten (14,50). De wang is gebraden en gestoofd, prachtig hoog op smaak en boterzacht met romig-zure zuurkool en krokante, geblakerde spruitjes; een heerlijk wintergerecht. Maar de prei overtuigt nog meer: twee gesmoorde preistengels met een volle saus met gehakte walnoten en een coulis (dikke saus) van prei en een stevige mosterdvinaigrette… hoe een groentegerecht met gemak een hoofdgerecht kan zijn.

Ook de wijn bevalt uitstekend: na een glas Blanquette de Limoux (6,-) waar de avond mee begon, kiezen we wijnen per glas: chardonnay uit de Macon (7,-), pinot noir uit de Pfalz (5,50), een glas cider Dupont (6,-, helaas nauwelijks prik) en viognier uit de Rhône (5,50). Naast de ‘gewone’ wijnkaart is er voor echte liefhebbers ook nog een lief, rood schriftje met ‘kelderrestanten’; kostbare en bijzondere wijnen.

Ten slotte de desserts: risotto met abrikoos en roomijs (7,50) en camembert salade grand cru (8,50). De risotto zouden wij in een Frans eetcafé riz au lait noemen, hoe dan ook: het is verrukkelijk. De romige rijst met de fijngesneden abrikoos in contrast met het koude ijs pakt goed uit. De camembert met sla is goed rijp; dit is een leuke variant op het kaasplankje.

Het mag duidelijk zijn, we zijn dol op Café Caron. De inrichting en sfeer zijn ongedwongen, de prijzen schappelijk en het eten is heerlijk.

Waarom dan geen vette 9? Omdat we door het reserveringssysteem van het restaurant alleen om 18.15 uur terecht konden, maar tijdens de avond constateerden dat er later ook genoeg plek was. Navraag leert dat er geprobeerd wordt twee shifts te draaien, een vroege en een late (om 20.30 uur), vandaar. En dus aten wij op een tijdstip waarop vooral gezinnen met kinderen aan tafel gaan drie uitgebreide gangen plus bubbels vooraf, en klokten we om kwart over acht weer uit. Dit voelt wat opgejaagd, het tempo is hoog, alsof we er binnen twee uur weer – excusez le mot – uitgebonjourd worden. Kan pater familias Caron zich hier nog eens over buigen?

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.