Recensie

Een lammetje dat eigenlijk een varkentje wil zijn

Elke week bespreekt NRC online een nieuw kinderboek. Deze week: het slimme eerste transgender-prentenboek van Nederland.

Het lammetje dat een varken is in twee zinnen: een lammetje rolt graag in de modder als een varken, en dat wordt gek gevonden. Zelf voelt hij zich doodnormaal, vanbinnen althans, en voor de buitenkant kan hij zich bij de dierenarts laten behandelen.

Wat werd gepresenteerd als ‘het eerste Nederlandse transgender-prentenboek’ is meteen al een hitje. Terecht: Het lammetje is een sympathiek prentenboek, zit goed in elkaar, debuterend schrijver Pim Lammers (1993) heeft een prettige, treffende toon te pakken én een goed gevoel voor timing en tempo. De tekeningen van illustrator Milja Praagman (1971) zijn ook nog aantrekkelijk.

Maar er is meer aan de hand. Iets ingewikkelds vertellen we kinderen graag met een omweggetje, we voeren ze dan graag over een pad geplaveid met onschuld en eenvoud – dat is zo’n beetje een uitgangspunt van kinderliteratuur. Het lammetje is een parabel over transgender zijn, een sprookje – in de praktijk gaat het over wollen vachten en krulstaarten, over een lammetje dat een varken is. En dus niet over jongens die meisjes zijn of meisjes die jongens zijn – maar het is iets minder letterlijk. Je zou kunnen zeggen: met zo’n verpakking haal je de scherpe kantjes ervan af.

Zeg eens bèèh?

Toch is het verhaal van Pim Lammers juist niet tandeloos of simplistisch zoetsappig – en dat maakt Het lammetje ijzersterk. Het gebeurt subtiel, maar het onbegrip dat transgenders tegenkomen zit er óók in. Bijvoorbeeld de boer, de eigenaar der dieren, zit vol vastgeroeste vooroordelen: ‘Een schaap dat in de modder wil rollen? Dat kan helemaal niet! Hier moet een dierenarts naar kijken.’ Die voel je. Net als de druk om je te conformeren, die het verhaal aanstipt: ‘Zeg eens bèèh?’ vraagt de dierenarts, maar het lammetje zegt: ‘Oink.’ Dat doktersbezoekje heeft overigens wel een positief gevolg: de arts heeft de oplossing, in de vorm van het scheerapparaat en de krultang. Mooi! Al kun je ook denken: lichtelijk verontrustende apparaten, vooral die krultang voor de varkensstaart (au!). Met zo’n detail belicht Lammers’ verhaal de niet geringe impact van een transitie.

Door die subtiele details heeft het verhaal specifiek betrekking op transgenders, maar wel onder de oppervlakte. Wat voortdurend overheerst, is het universele uitgangspunt. Het gaat over kunnen zijn wie je wilt zijn, wie je bent, over een lámmetje godbetert – iets waar je het toch onmogelijk mee oneens kunt zijn. Daarin schuilt de slimheid van Het lammetje: met zo’n onschuldige omweg krijg je misschien ook een gesprek op gang met types die menen dat een afwijkende genderidentiteit een psychische aandoening is waarmee je kinderen „niet moet lastigvallen”.

De heersende norm

Die twee lagen zitten ook in de illustraties van Milja Praagman (1971). Op het eerste gezicht zijn ze rechttoe-rechtaan en zoet, met knuffelbare dieren en blosjes op de boerenwangen. Maar de secure kijker ziet dat Praagman ook een paar vastgeroeste normen doorbreekt. Haar schapenweide is felgeel, sommige boomstammen zijn blauw, en de perspectieven kloppen van geen kant. Zo suggereert Praagman diepte door een perspectivisch kloppende hoek van een kamer te tekenen, maar plaatst ze in die kamer tegelijk een kaarsrechte tafel die zich om geen diepte bekommert.

Dat geeft Praagmans illustraties iets kinderlijks en toegankelijks, maar je kunt ze ook interpreteren als optische illusies met een extra betekenis. Als bescheiden Escher-effectjes, die zeggen: de heersende norm geldt hier niet én zo kan het ook. Precies daarover gaat Het lammetje dat een varken is, het onschuldige kinderboek dat eigenlijk een genuanceerde vertelling is.

Bekijk hier enkele illustraties van Milja Praagman uit het boek: