Verliefd op de fotografie van Ed van de Elsken

Tentoonstelling De Nederlandse fotograaf Ed van der Elsken werd wereldberoemd met zijn straatfotografie. Zijn beste werk is nu te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Voor NRC kiezen fotografen en een cineast hun favoriete beelden.

Meisjes, Reykjavik, IJsland (1970) Foto Ed van der Elsken

Lief, liefde: het zijn woorden die snel vallen als het gaat over het werk van Ed van der Elsken. „Een en al tederheid, gevoeligheid en zo vol liefde”, omschrijft de Amerikaanse fotograaf Nan Goldin zijn werk „Op elke foto zie je hoe leuk Ed van der Elsken alles vond, en hoe lief hij iedereen vond”, zegt de Nederlandse straatfotograaf Maarten van der Kamp.

De verliefde camera: zo heet, toepasselijk, de Ed van der Elksen-tentoonstelling die op 4 februari begint in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is in 25 jaar de grootste expositie gewijd aan de wereldberoemde Nederlandse fotograaf en filmer. Na Amsterdam is de tentoonstelling te zien in Parijs en Madrid.

Van der Elsken, die in 1990 op 65-jarige leeftijd is overleden, werd bekend door zijn eigenzinnige, persoonlijke stijl en aanpak. Hij fotografeerde vaak op straat. Bestaande situaties zette hij graag naar zijn hand. Hij ensceneerde en maakte contact met de mensen die hij vastlegde, desnoods door ze een beetje te provoceren. Van der Elsken werkte in een tijd waarin fotografie nog lang niet zo’n groot onderdeel was van het dagelijks leven als nu; de mensen die zijn lens inkeken deden dat niet met het geoefende fotogezicht die velen nu opzetten zodra er een camera of telefoon op ze wordt gericht.

Doorgaan tot de dood

Zijn doorbraak kwam in 1956, met het boek Een Liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés. Deze fotoroman over een groep jonge bohémiens in het naoorlogse Parijs was geïnspireerd op zijn eigen leven. Daarna maakte hij meer dan twintig fotoboeken, waaronder Sweet Life (1966, met foto’s die hij tijdens een wereldreis maakte) en Amsterdam (1979). Toen Van der Elsken hoorde dat hij ongeneeslijke prostaatkanker had, maakte hij de film Bye, een zelfportret. De film eindigt een paar maanden voor zijn dood en werd vlak daarna uitgezonden. Ed van der Elsken liet een archief van 45.000 kleurendia’s en 100.000 zwartwit-negatieven na.

Met dank aan het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.

Koichi Kasahara, senior managing director van Sony (1960). Foto Ed van der Elsken

Martin Parr: hij was energiek en uitbundig

„Een goede fotograaf met de juiste houding en energie”, zo omschrijft de Britse fotograaf Martin Parr Ed van der Elsken. „Sorry dat ik het zo suf stel, maar zo simpel is het gewoon.”

In 2008 stelde Parr voor museum Foam in Amsterdam een tentoonstelling samen van de Amsterdamse straatfoto’s van Van der Elsken. Hij had de fotograaf nooit ontmoet, maar „dankzij zijn archieven heb ik hem een stuk beter leren kennen”, schreef hij in het boek dat ter gelegenheid van de expositie uitkwam. „Alleen al door de contactprints te bekijken, voel je de energie en de uitbundigheid van deze fotograaf. (…) Hij was vastbesloten de stad waarvan hij hield vast te leggen. Af en toe kwam ik een foto tegen van iemand die zijn tong uitstak. Zijn weduwe Anneke vertelde me dat het een truc van Ed was om zijn eigen tong uit te steken om zijn onderwerpen te provoceren.”

Meisjes, Reykjavik, IJsland (1970). Foto Ed van der Elsken

De foto’s die Parr voor deze pagina’s uitkoos, zijn niet gemaakt in Amsterdam. De tweelingzusjes zijn gefotografeerd in Reykjavik. Het is een beeld dat vaak aan Parr wordt toegeschreven, zegt hij. „Ik zou willen dat ik het had gemaakt. De truien en de gezichten van de meisjes zijn innemend.” Op de andere foto die Parr koos, houdt een directeur van Sony een Sony-radio en een imitatie daarvan omhoog. „Die radio moet toen geweldig modern zijn geweest. Nu is hij heerlijk ouderwets. Maar de man en de uitdrukking op zijn gezicht zijn tijdloos.”

Simon Vinkenoog met vriendin, Parijs (1950).

Foto Ed van der Elsken

Fotograaf Nan Goldin ontmoette haar voorloper

„Toen ik voor het eerst het boek Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés zag, besefte ik dat ik mijn voorloper had ontmoet”, schrijft de Amerikaanse fotograaf Nan Goldin in de catalogus van De verliefde camera. „Het voelde alsof ik een geliefde tegenkwam of een broer vond. Zijn werk was een en al tederheid, gevoeligheid en zo vol liefde. Zelf was ik altijd bezig met het fotograferen van mensen die mijn geliefde waren, geweest zijn of van wie ik wilde dat ze het werden. Precies zoals bij Ed speel ik in mijn foto’s de rol van lover. Fotografie als sublimatie van seks, als verleidingsmiddel, een poging om een cruciale rol te spelen in iemands leven. Iemand aanraken met een camera, in plaats van fysiek. Geobsedeerd zijn door iemand en die persoon via foto’s een iconische status geven – dat is wat mij aansprak in zijn werk. Ed deed dat met Vali (de danseres die het middelpunt is van het boek, red.).”

Een favoriete Van der Elsken-foto van Nan Goldin is deze van dichter Simon Vinkenoog met zijn vriendin, in 1950 in Parijs. „Zijn foto’s van omhelzingen zijn meer dan foto’s. Dat is duidelijk te zien in deze opname. Het is alsof ik voor het eerst lichamen zie. Zo fysiek aanwezig, zo naakt. Het is alsof ik ze kan voelen.”

Muurtekst, Amsterdam (1975). Foto Ed van der Elsken

Fotograaf Maarten van der Kamp: ‘hij kon iedereen voor zijn karretje spannen’

Al vrij snel nadat Maarten van der Kamp was begonnen met zijn analoge straatfotografie werd er gezegd: dat lijkt op het werk van Ed van der Elsken. „Ik dacht: ja, ja, het zal wel. Ik wist natuurlijk enigszins wat hij had gemaakt, maar ben me toen erin gaan verdiepen.”

Maar er zijn veel verschillen tussen de werkwijzen van de twee fotografen, ontdekte Van der Kamp. „Hij ensceneerde veel. Dat vind ik knap, maar ik doe dat niet. Ik maak eerder geen contact dan wel. Mensen mogen zien dat ik er ben, maar ik wil ze vangen voordat ze doorhebben wat ik precies aan het doen ben. Zijn fotografie is ook romantischer, ik denk dat ik een wat donkerder persoon ben. Bij hem zie je op elke foto hoe ontzettend leuk hij het allemaal vond, hoe lief hij iedereen vond. Dat is bijzonder opbeurend.”

Naaktstrand, Zandvoort (1975). Foto Ed van der Elsken

De foto van de muur koos Van der Kamp omdat je je als fotograaf met zulke foto’s eigenlijk niet meer kunt onderscheiden. „Alles wat stilstaat, wat er gewoon is, dat fotograferen mensen toch wel met hun telefoon. Alleen de dingen die je niet gemakkelijk kunt fotograferen met een telefoon zijn de moeite waard. Dit is zo’n beetje de kaalste foto die Ed van der Elsken heeft gemaakt, dat vind ik er ook leuk aan.”

Het blote stel aan het strand toont volgens Van der Kamp dat Van der Elsken in staat was „iedereen voor zijn karretje te spannen. Iemand in de stad fotograferen is één ding, maar mensen op een naaktstrand zo natuurlijk en losjes vastleggen, is wat anders. Dat vind ik knap en heel bijzonder.”

Japanse gansters (yakuza) op straat, Kamagasaki, Osaka, Japan (1960). Foto Ed van der Elsken

Jan de Bont: ‘als kijker heb je het gevoel dat je erbij was’

Lastig om twee foto’s te kiezen, zegt cameraman, regisseur en filmproducent Jan de Bont. „Hij is een van de groten en heeft een ongelooflijke hoeveelheid werk van zeer hoge kwaliteit gemaakt.” De Bont financierde een project waarbij alle dia’s die Van der Elsken maakte voor tijdschrift Avenue zijn gerestaureerd. Nu selecteert hij twee foto’s „die niet alleen belangrijk zijn in het oeuvre van Van der Elsken, maar ook de manier waarop we naar fotografie kijken hebben veranderd en fotografen wereldwijd hebben beïnvloed.”

Nozems op de Nieuwendijk, Amsterdam (1955). Foto Ed van der Elsken

Wat de foto’s van de nozems op de Nieuwendijk en de Japanse yakuza (gangsters) zo speciaal maakt, zegt de Bont, is dat de geportretteerden „niet betrapt zijn door de fotograaf, maar vol zelfvertrouwen en zonder angst de camera inkijken. Dit zijn echte straatportretten. Je voelt dat er een band is tussen de kunstenaar en zijn onderwerpen. Het is alsof de mannen de fotograaf hebben uitgedaagd om hen te fotograferen zoals ze gezien willen worden. Die persoonlijke betrokkenheid van de fotograaf was destijds nieuw en is te vinden in veel van zijn werk. Vooral de foto’s die hij in de jaren vijftig in Parijs maakte, laten een sterke emotionele en sociale betrokkenheid zien en geven de kijker het gevoel er op dat moment bij te zijn.”

Man bij machine, Nigeria (1959). Foto Ed van der Elsken

Weduwe Anneke Hilhorst: ‘Ik herken nog steeds nieuwe dingen in zijn foto’s’

Een concertpianist met zijn vleugel. Zo ziet Anneke Hilhorst de man op de foto hier rechtsboven. „Hij is zo elegant, een danser bijna. Hij vormt een twee-eenheid met de machine, eigenlijk een archetype van een machine. En dan komt er boven zijn rechterhand ook nog stoom uit en staan die mooie oliegietertjes bij zijn voet. Alles bij elkaar een ongelooflijk beeld, het ontroert me.”

Hilhorst is fotograaf en de weduwe van Van der Elsken. Tijdens zijn leven hielp ze hem, nu beheert ze zijn nalatenschap. „Ed is al zo lang dood, maar ik ben nog altijd enthousiast over zijn foto’s. Ik ontdek er nog steeds nieuwe dingen in.”

Man op 42nd Street, New York (1960). Foto Ed van der Elsken

De tweede foto, gemaakt op 42nd Street in New York, laat Van der Elskens „ouderwets-degelijk socialistische achtergrond” zien, een aspect dat naar Hilhorsts mening te weinig wordt belicht. „Die man zit in de goot, en die vrouw in haar mooie kleren. Aan de doos te zien heeft ze lekker kunnen winkelen. En dan het hondje dat naar die man toegaat, en dat allemaal in die typisch Amerikaanse omgeving. Als je deze foto ziet, kun je niet anders dan nadenken over je positie in de maatschappij. Het is een politieke en een menselijke foto.”

De tentoonstelling De verliefde camera is te zien van 4 februari tot en met 21 mei in het Stedelijk Museum in Amsterdam