Recensie

De rattenvanger van Petrograd

Door Lenins collaboratie met Duitsland in 1917 wist hij op tijd Petrograd te bereiken om daarna een staatsgreep te plegen. En dat terwijl de Britten er alles aan deden om zijn tocht uit Zwitserland tegen te houden. Twee Britse historici belichten de Russische revolutie van binnenuit.

Illustratie Joost Hölscher

Eigenlijk is het allemaal de schuld van de Duitsers dat Lenin in november 1917 een staatsgreep pleegde en Rusland in een ongekend wrede dictatuur veranderde. Sterker nog, als de Duitse keizerlijke regering de fanatieke bolsjewiekenleider in de maanden na het uitbreken van de Februari-revolutie niet zo ruimschoots had gesteund, dan was hij misschien nooit aan de macht gekomen. Maar het lot van de geschiedenis beschikte anders, om over dom toeval nog maar te zwijgen.

Om de overwinning op de Engelsen en Fransen te behalen hoopte keizer Wilhelm II dat het revolutionaire Rusland in 1917 uit de oorlog zou stappen, zodat de Duitse legers zich volledig op het westelijk front konden richten. Maar de Voorlopige Regering in Petrograd, die na het afzetten van de tsaar in maart van dat jaar de macht had overgenomen, voelde daar, ondanks de 5,5 miljoen gesneuvelde Russische militairen, niets voor. En ook al snakten de meeste gewone Russen naar vrede, de oorlog moest en zou worden voortgezet.

De radicale bolsjewiek Lenin, die sinds het uitbreken van de oorlog als balling in Zwitserland woonde, dacht er anders over. Zodra hij aan de macht zou zijn gekomen, wilde hij een einde maken aan de Russische oorlogsinspanningen om zijn communistische plannen in de praktijk te brengen. En juist daarom was de Duitse regering er alles aan gelegen om Lenin in Petrograd te krijgen.

Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Russische revolutie zijn twee voortreffelijke boeken verschenen waarin de voorgeschiedenis van Lenins staatsgreep onder de loep wordt genomen. Ze lezen als politieke thrillers en vertellen een verhaal waarvan je je bijna niet kunt voorstellen dat het werkelijk is gebeurd.

Verzegelde trein

In Lenin on the train richt de Britse historica Catherine Merridale (1959), die eerder naam maakte met onder andere Ivan’s War: The Red Army 1939-45, haar aandacht op Lenins terugkeer naar Rusland, in april 1917, in een door de Duitse regering betaalde, verzegelde trein, die hem over Duits grondgebied via het neutrale Denemarken en Zweden naar de Finse grens voerde. Deze route was voor Russische revolutionaire ballingen in het door oorlog geteisterde Europa de enige mogelijkheid om Rusland te bereiken. Met name omdat de Engelsen, die de Noordzee beheersten, te allen tijde wilden voorkomen dat radicale revolutionairen als Lenin per schip naar hun land zouden terugkeren om er de macht te grijpen en uit het bondgenootschap met de geallieerden te stappen. Wanneer Duitsland zou hebben geweigerd Lenin vrije doorgang te verlenen, dan had hij Petrograd nooit op tijd bereikt om zijn belofte waar te kunnen maken.

Merridale heeft Lenins treinreis tot in de puntjes gereconstrueerd, onder meer door hem achterna te reizen en de route in een historisch verband te plaatsen. Het levert een smeuïg en goed gedocumenteerd relaas op, dat je niet weg kunt leggen, zo spannend is het. Daar komt nog bij dat Merridale een gouden pen heeft en met veel gevoel voor humor tussen de regels door een beknopte geschiedenis van de revolutie vertelt. Haar dramatis personae, die zo uit een BBC-televisiedrama lijken te zijn gestapt, dragen daar veel toe bij.

Een belangrijke rol wordt gespeeld door de Britse spion Samuel Hoare (1880-1959). In maart 1916 reisde hij via Zweden naar Petrograd om te inspecteren of de Russen zich wel aan het anti-Duitse handelsembargo hielden en geen ijzererts aan Duitsland verkochten. Ook moest hij uitzoeken of er met het post-tsaristische Rusland gunstige handelsbetrekkingen waren te sluiten, waarbij de Fransen, die van oudsher over betere contacten met de Russen beschikten dan de Engelsen, het nakijken zouden hebben.

Merridale laat zien hoe jongensboekachtig de Britse spionagepraktijken waren

In Lenin on the train laat Merridale goed zien hoe jongensboekachtig de Britse spionagepraktijken in die tijd waren. Hoare, die in het neutrale Zweden zijn identiteit als Brits officier moest verhullen, vermomde zich als moefti, in een kostuum dat hij uit een verkleedkist haalde, die hij kort voor zijn vertrek in een Londense theaterwinkel had gekocht. Kort na zijn aankomst in Rusland zou hij de Britse regering waarschuwen voor het verlangen naar vrede door het overgrote deel van de Russische bevolking. Het zorgde ervoor dat de Britten er nog meer op gespitst raakten om Lenins terugkeer te verhinderen.

Een andere Britse spion die een vermakelijke rol speelt in dit geweldige boek is de schrijver W. Somerset Maugham, die later in zijn verhalenbundel Ashenden verslag zou doen van zijn Russische ervaringen. En dan is er nog de Britse ambassadeur in Petrograd, de aristocratische Sir George Buchanan, die in alles zijn diplomatieke waardigheid behield.

Maar ook aan Russische kant presenteert Merridale fascinerende lieden, zoals de revolutionaire avonturiers Alexander Helphand, bijgenaamd Parvus, en Yakov Fürstenberg. Parvus functioneerde sinds 1915 in Kopenhagen als agent van de Duitse regering, die hem twee miljoen mark had gegeven om in Rusland de revolutie te bevorderen. Fürstenberg was sinds februari 1917 in Stockholm betrokken bij de repatriëring van Russische ballingen en onderhield per telegram contacten met de Duitse regering over het benodigde geld voor Lenin.

Lenin de collaborateur

Om niet van collaboratie met de vijand te kunnen worden beschuldigd, moest Le- nin uiterst voorzichtig te werk gaan. Zo eiste hij van de Duitse regering dat de spoorwagons waarmee zijn gezelschap door Duitsland zou reizen tot extra-territoriaal gebied werden verklaard. Ook zou er onderweg geen paspoortcontrole mogen plaatsvinden en moest het aantal tussenstops tot een minimum worden beperkt. Parvus en Fürstenberg waren hierbij van onschatbare waarde.

De spanning liep op toen de Voorlopige Regering in Petrograd op 9 april 1917, de dag waarop Lenins trein uit Zürich vertrok, bepaalde dat elke Russische balling die met behulp van de Duitsers naar Rusland terugkeerde aan de grens gearresteerd zou worden. De Duitse regering zette nu alles op alles om Lenin nog eerder in Rusland te krijgen. Zijn trein kreeg zelfs voorrang op die van de Duitse kroonprins.

Aan de Russische grens hadden de geallieerden een laatste kans om Lenin tegen te houden. Maar na een urenlange ondervraging, waarin Lenin volhield slechts een journalist te zijn, werd hij toch doorgelaten. Blijkbaar durfde geen van de aanwezige Britse en Amerikaanse spionnen hem uit de weg te ruimen. Een telegram van de Britten aan de Voorlopige Regering, waarin stond dat Lenin op het punt stond Russische bodem te betreden, werd in de wind geslagen.

Niets stond Lenins victorie daarna nog in de weg. Eenmaal op het Finlandstation in Petrograd, werd hij door een enthousiaste menigte aanhangers onthaald. Vanaf dat moment begon hij met zijn hysterische toespraken het hongerige volk op te hitsen. Zeven maanden later pleegde hij met succes een staatsgreep.

Pas na de val van de Sovjet-Unie in 1991 kwamen de telegrammen van Fürstenberg aan de Duitse regering boven water. Lenins collaboratie met de Duitsers, zowel voor als na zijn terugkeer, werd hiermee eindelijk bewezen. De dictatuur die hij in het leven had geroepen, had toen al meer dan 20 miljoen slachtoffers gevergd.

Een perfecte aanvulling op Merridale’s boek is Midden in de revolutie. Petrograd 1917 van de eveneens Britse historica Helen Rappaport (1947). Aan de hand van dagboeken, memoires en verslagen van westerse diplomaten en journalisten, die in dat rampjaar in de tsarenhoofdstad verbleven, schetst ze zowel de chaos die een revolutie met zich meebrengt als het toeval dat bepaalt wie uiteindelijk de macht in handen krijgt.

Harris-tweed

Rappaport, die meer aanstekelijke boeken over tsaristisch Rusland op haar naam heeft staan, beschrijft Petrograd, dat vóór de oorlog Sint-Petersburg heette, als een kosmopolitische stad met een grote expatgemeenschap. Sommige buitenlanders woonden er al decennia lang en werkten voor Amerikaanse en Engelse fabrieken of hadden er hun eigen bedrijf. Het beste Harris-tweed, de heerlijkste Engelse zeep en de mooiste brogues waren in de Russische hoofdstad te koop.

Met zo’n tweeduizend zielen vormden de Britten er de omvangrijkste expatkolonie. Ze leefden zoals ze in Londen deden, compleet met hun eigen golf-, tennis- en herenclubs. De Britse ambassade was het trefcentrum van de hele expatgemeenschap. Hier werden de grote feesten gegeven en circuleerden de belangrijkste roddels en geruchten. De spil in het geheel was de ook door Merridale geroemde ambassadeur Sir George Buchanan (1854-1924), die Rappaport neerzet als de personificatie van de ondergaande oude wereld. Eind 1916 had Buchanan geprobeerd de tsaar over te halen om sociale en politieke hervormingen door te voeren voordat het te laat was, maar de hooghartige Nicolaas II wuifde alles weg en benoemde hierna een aartsreactionair tot minister van Binnenlandse Zaken.

De onverstoorbare Buchanan, die na de Februari-revolutie te voet afscheid wilde nemen van de tsaristische minister van Buitenlandse Zaken en waardig tussen de vechtende partijen door naar diens ministerie liep alsof hij onkwetsbaar was voor hun kogels, waarschuwde in de hierop volgende maanden de Britse regering voor de goed georganiseerde Lenin, die als enige van de revolutionaire leiders over een vast omlijnd politiek programma beschikte. Eerder al had hij de Voorlopige Regering geadviseerd ervoor te zorgen dat Lenin ophield ‘soldaten op te hitsen om te deserteren, om het land in te nemen en om te moorden’.

Fotograaf

Buchanan was niet de enige buitenlander in Petrograd die Lenin doorhad. Ook de Amerikaanse fotograaf Donald Thompson en de Amerikaanse ambassadeur David Francis zagen algauw in dat de kale bolsjewiek een ramp voor het revolutionaire Rusland betekende. Zo zei Thompson in juli 1917 tegen zijn vrouw, nadat Lenin een mislukte opstand tegen de Voorlopige Regering had ontketend, dat Lenin en Trotski meer hadden gedaan om Rusland te verwoesten dan welke twee andere mannen in de geschiedenis. De meestal niet zo kritische Francis, die met name geïnteresseerd was in betere handelsbetrekkingen met het nieuwe Rusland, meende in diezelfde maand dat als de Voorlopige Regering Lenin niet zou arresteren, veroordelen wegens verraad en executeren, een nieuwe revolutie onvermijdelijk was.

Rappaport beschrijft hun spannende belevenissen in geuren en kleuren, waardoor ze de revolutie heel dichtbij brengt. Ook heeft ze tal van boeiende verslaggevers, zoals de Canadese journaliste Florence Harper, aan de vergetelheid ontrukt. Een mooie rol heeft ze daarbij gereserveerd voor de Afro-Amerikaanse chauffeur van de Amerikaanse ambassadeur, die er onder de gevaarlijkste omstandigheden in zijn T-Ford op uit ging om voedsel te kopen en de tijd van zijn leven had.

Met een scherp oog beschrijft Rappaport de bijna surrealistische tegenstellingen tijdens de eerste revolutiedagen. Zo zette de hoofdstedelijke elite haar luxe-leventje gewoon voort en bezocht ze theaters en operavoorstellingen, terwijl op straat de politie op hongerige betogers schoot. Daardoor bleef die elite tot op het laatst blind voor de woede van het volk, dat in de loop van de volgende maanden steeds gewelddadiger werd en een bloedige mensenjacht hield op tegenstanders van de revolutie.

Na Lenins overwinning in november 1917 zou die mensenjacht een nog wreder gezicht krijgen. De bolsjewiekenleider bleek de rattenvanger van Petrograd te zijn. Onder zijn terreurbewind en dat van zijn opvolger Stalin was niemand zijn leven nog zeker.