Interview

Keepster Joyce Sombroek (26) stopt bij de nationale hockeyploeg

Joyce Sombroek

Joyce Sombroek stopt bij de nationale hockeyploeg. De atletische keepster heeft te veel last van haar heup om op niveau te kunnen spelen. Eerder al vertrokken de belangrijke speelsters Naomi van As, Maartje Paumen en Ellen Hoog.

Joyce Sombroek stopt na 117 interlands bij de hockeyploeg. „Ongelooflijk zuur”, zegt ze over haar heupklachten. Foto Bastiaan Heus

Topsport heeft haar veel gebracht, zegt ze. Maar nu „is het mooi geweest” en is ze aan een nieuwe fase in haar leven toe. Joyce Sombroek (26) heeft er lang over gepiekerd, heeft „het er echt heel moeilijk mee gehad”. Was het nog verantwoord om negen keer per week te trainen terwijl haar heup opspeelde en er ook voor haar studie geneeskunde te weinig tijd was? Nee, maar na zeven jaar bij de nationale ploeg ga je niet zomaar weg. Het is ook afscheid nemen van een periode die gevuld is met succes en vriendschap in het team. Haar beslissing is onomkeerbaar. En daarmee verliest het vrouwenhockey een van de meest getalenteerde keepsters uit de historie. Opnieuw verliest de nationale ploeg een representant van de gouden generatie. De afgelopen tijd stapten Ellen Hoog, Maartje Paumen en Naomi van As op.

Ze was de jongste keeper ooit die het tot de nationale selectie bracht (19), twee keer was ze wereldkeepster van het jaar, ze won olympisch goud in Londen (2012), zilver in Rio en werd wereldkampioen in Den Haag (2014) zonder één bal door te laten. Ze heeft donderdag de technische staf en haar teamleden op de hoogte gebracht. Met een belletje of emailtje. En natuurlijk is er respect, waardering en begrip voor haar „stoere besluit”, vertelt ze.

Op verzoek van de fotograaf heeft ze haar keepershelm meegenomen die haar altijd enigszins in de anonimiteit hield. Vond ze ook prettig, omdat ze niet zo graag op de voorgrond treedt. Maar desondanks wordt ze herkend, ook in Australië en Nieuw Zeeland waar ze aflopen twee maanden co-schappen liep en onderwijl kon nadenken over haar toekomst. Maar ook nu ze definitief de helm afzet zal ze in de publiciteit wat meer onzichtbaar worden, zegt ze met een glimlach. „Ik ben een heel optimistisch mens”. En ze blijft voorlopig op topniveau hockeyen, bij haar club Laren waar ze met Naomi van As voor internationale ervaring zorgt. In mei beslist ze of ze daar kan blijven keepen. Met twee keer trainen in de week kan ze voorlopig nog wel mee.

Atletisch, hypermobiel

Ze is heel atletisch, „hypermobiel” zoals ze dat zelf als arts in spe noemt. Maar juist omdat ze zich de gekste houdingen kan permitteren, waarmee ze ook onmogelijk reddingen verricht, zijn er problemen ontstaan aan haar rechterheup. „Ik ga vaak in de split om ballen te pakken. Er is lokale schade ontstaan, zowel aan de kop als in de kom”, vertelt Sombroek, terwijl ze met de knokkels van de ene hand een scharnierende beweging maakt in de palm van de andere. „Ja, artrose. En met negen trainingen in de week heb je geen tijd meer om te herstellen.”

Het probleem met die heup is „ongelooflijk zuur”, zegt Sombroek, waarmee ze direct een dieptepunt in haar glanscarrière benoemt.

Ze moet er niet aan denken dat ze in de toekomst niet meer kan sporten of met kinderen kan rennen. En als arts – ze heeft nog anderhalf jaar co-schappen voor de boeg – moet ze fysiek ‘mobiel’ zijn.

Het goud van Londen was niet het enige hoogtepunt in haar carrière. Om de eerste plaats wedijveren het WK in Den Haag, met vrienden en familie op de volle tribunes („kippevel”) en de Spelen in 2012. Maar ook de Spelen in Rio, waar Nederland in de finale verloor van Groot-Brittannië, waren bijzonder. „Ik kijk naar het hele proces”, analyseert ze. „In dat toernooi zat heel veel emotie, we kwamen van ver.” In de kwartfinale tegen Argentinië met drie man minder, een shoot-out-thriller tegen Duitsland met Sombroek in de hoofdrol en verlies in de finale van Groot-Brittannië. „We wilden natuurlijk heel graag winnen, maar achteraf was het absoluut goed voor de hockeysport dat Groot-Brittannië nu eens won.” Ze verwacht dat de Britse Maddie Hinch op 23 februari tot wereldkeepster van het jaar wordt gekozen. Zelf was ze dat de laatste twee jaar.

Op internationaal niveau niet meer honderd procent presteren, is geen optie voor de vrouw die van keep chasing the one percent een soort levensmotto heeft gemaakt. Om nóg beter te worden deed ze oogtraining, ging ze kijken bij de keeperstraining van Ajax, oriënteerde ze zich bij ijshockeyers en handballers en volgde ze logopedie om in een stadion met schreeuwende Argentijnen nog aanwijzingen te kunnen geven.

Vooral de mentale kant van sport boeit haar. „Ik heb er veel van geleerd: doorzettingsvermogen, discipline, samenwerking, concentratie, feed back geven, hoe je onder druk presteert.”

Militaire exercitie

Een van de indringendste ervaringen in haar loopbaan was het trainingskamp in Alicante in de winter voor de Spelen in Londen. Onder het voorwendsel dat ze het trainingskamp in Londen zouden gaan bekijken, verzamelden de vrouwen zich op Schiphol. Maar in plaats van een chic hotel wachtte de hockeysters een door Nederlandse militairen geleide exercitie van drie dagen in de Spaanse bergen. De berg oprennen, opdrukken, in tentjes slapen, geblinddoekt in een kring zitten. Fysieke grenzen verleggen, teamgeest, leiderschap – daar was het de toenmalige bondscoach Max Caldas om te doen. „We zijn toen als team gegroeid. Kregen het gevoel dat we van iedereen konden winnen. ‘Alicante’ werd een codewoord dat we tijdens de wedstrijden gebruikten.

Ze wil graag bij de sport betrokken blijven. „Misschien ga ik ooit als sportarts mee naar de Olympische Spelen. Maar coach ga ik niet worden.”