Column

Dank de vervalsers

De Nederlandse machthebber op Java toonde lang geen interesse in een heuvel aarde en as bij Djokjakarta, ondanks dat de bevolking vertelde dat er waarschijnlijk een eeuwenoude boeddhistische tempel onder lag.

De Brit die tijdens de Franse bezetting van Nederland tijdelijk het gezag over Java had gekregen, stuurde in 1814 direct een paar mannen met een schep. Ze hoefden niet diep te graven. Sir Thomas Stamford Raffles werd daarmee de ‘ontdekker’ van de Borobodur, sindsdien een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Azië.

Raffles was verheugd maar toonde niet het respect voor zijn vondst dat Unesco tegenwoordig van bezoekers vraagt. De Brit liet een paar hoofden van boeddha’s afzagen en nam ze mee naar Engeland. Talloze westerse toeristen volgden hem, tot 1932, toen een wet dit verbood.

De hoofden zijn nog altijd populair. Een goed gedocumenteerde, ofwel echte, ging in 2007 voor 600.000 euro onder de hamer van Sotheby’s. In de achterkamertjes van chique galeries in Jakarta kun je ze voor zo’n 5.000 euro meenemen. Sterker, in de laatste decennia zijn er zoveel verhandeld, dat er ergens twintig Borobudurtempels moeten staan waarvan alle boeddha’s hun hoofd missen.

Het is bijna onmogelijk, erkennen archeologen, een goede kopie van echt te onderscheiden. In Indonesië groeit het aantal kunstenaars dat hetzelfde gereedschap gebruikt als eeuwen geleden. Bovendien hebben ze zich bekwaamd in het verouderen van de beelden, een tijdrovend proces. De Phnom Penh Post publiceerde deze week een reportage vanuit een van de ateliers bij Siem Reap waar beelden worden vervaardigd alsof ze zijn opgegraven bij het tempelcomplex van Angkor Wat. Ze zeggen eerlijk dat de beelden net zijn gemaakt. De Thaise handelaren die ze van hen kopen bieden ze daarentegen aan westerlingen aan als ‘authentiek’. Voor zo’n 20.000 euro neem je er eentje mee naar huis.

In duur uitgevoerde tijdschriften lees ik regelmatig dat autoriteiten moeten ‘optreden’ tegen deze ‘vervalserspraktijken’. Tussen de regels lees je daarin dat iedere handelaar weet dat er al sinds 1970 een exportverbod bestaat voor de beelden, voor de echte. Ook voor kopers is die kennis slechts één googlesearch weg. Toch blijven ze de beelden kopen en verschepen. Dat betekent dat de kunstenaars, sorry, de vervalsers, ’s werelds cultureel erfgoed een dienst bewijzen. Dankzij hen is er hier en daar nog een tempelcomplex te bewonderen waar boeddha’s een hoofd hebben.