Als het lente wordt, begint het parkeergedonder weer

Parkeren

Pretpark Plaswijckpark trekt ruim twee keer zoveel bezoekers als vijf jaar geleden. Die moeten ergens parkeren, en wijkbewoners worden wanhopig.

De grond van de tennisvereniging is van Plaswijckpark, en zou een ideale parkeerplaats zijn. Foto Rien Zilvold

Wat te doen met de parkeerproblemen bij familiepark Plaswijckpark? Omwonenden, tennissers en natuurliefhebbers zijn het niet eens. De gemeente, de Raad van State en de kantonrechter hebben zich er over gebogen. Een uitkomst is nog niet in zicht.

Plaswijckpark, tussen Schiebroek en Hillegersberg, is in vijf jaar gegroeid van zo’n 200.000 bezoekers per jaar naar 460.000 vorig jaar. Dat leidt tot drukte in de omgeving. Met mooi weer staan de straten vol auto’s en is het dringen om een plekje.

Vraag het Lex Burki, lid van Bewoners Organisatie Parkeerproblematiek Plaswijckpark (BOPP). Hij woont naast het officiële parkeerterrein op de Meidoornweide met enkele tientallen plaatsen. „Kom in het voorjaar eens een middag voor het zolderraam meekijken”, zegt Burki. Hij zag slaande ruzies, vond luiers in de tuin en zag zijn oprit geblokkeerd.

Voor Plaswijckpark zijn zo’n 300 extra parkeerplaatsen nodig. Daarvoor overweegt de gemeente enkele opties. Een is in het Berg- en Broekpark, dat naast het familiepark ligt. Dat plan stuit op weerstand van omwonenden – verenigd in bewonersverenigingen en actiecomités – die opkomen voor het stadsgroen.

Een andere mogelijkheid is op grond aan de Plaswijcklaan, die in bezit is van Plaswijckpark. Maar daar liggen nu de elf banen van de tennissers van LTC Plaswijck ’62. Het 30-jarige huurcontract van het familiepark met de vereniging loopt dit jaar af.

De onderhandelingen over een nieuw contract – Plaswijckpark wil een hogere huur en een kortere termijn – hebben tot een bodemprocedure geleid. LTC vreest dat het park andere toekomstplannen heeft met de grond. De rechter heeft de partijen verzocht opnieuw te onderhandelen. Komt het niet tot een overeenkomst, dan volgt in maart een uitspraak.

Plaswijckpark wil het liefst zijn parkeerplaatsen op de plek van de tennisbanen. De accommodatie van LTC ligt in een kuil. Daar zou een parkeergarage moeten komen met nieuwe tennisbanen op het dak, ter hoogte van het maaiveld. Ook Burki ziet die optie zitten, als er voor goede ontsluiting wordt gezorgd.

Mocht de gemeente voor dat plan kiezen, dan zou de financiering een struikelblok kunnen zijn. „Wij kunnen geen 1,5 tot 2 miljoen euro ophoesten”, zegt bestuurder Gerard Steenvoorden. „De gemeente zou mee moeten betalen. Dat vind ik ook reëel. Ik zou niet weten waarom wij tennissers zouden mee financieren.”

LTC ziet niets in het plan voor een garage met nieuwe tennisbanen. „We zijn op deze plek geworteld”, zegt voorzitter Hans de Hoog. „We hebben 1.200 leden en een sociale functie voor honderden mensen die naar maatschappelijke projecten komen op onze accommodatie.”

De Hoog betitelt het plan wegens de hoge kosten als een vergezicht. Hij ziet meer in een parkeerterrein op grotere afstand van het park, waarbij pendeldiensten op drukke dagen de bezoekers vervoeren. „Dat is ingewikkeld, maar niet ondoenlijk.”

Het lijkt erop dat de rechter alsnog uitspraak zal moeten doen, erkennen beide partijen. LTC wilde met een mediator erbij opnieuw onderhandelen. Plaswijckpark doet dat liever zonder. Steenvoorden: „Als ze het niet willen, moeten ze het niet huren.”

De gemeente komt in de eerste helft van dit jaar met een plan, zegt een woordvoerder van wethouder Pex Langenberg (Mobiliteit, D66). „We wegen van alle plannen de plussen en minnen. Nu spreken we nog geen voorkeur uit.” Over de financiering van de oplossing zegt zij: „De verantwoordelijkheid voor parkeerruimte ligt bij Plaswijckpark.”

Omwonenden vrezen het voorjaar, zegt Burki. „Plannen als plantenbakken of eenrichtingsverkeer om in ieder geval de overlast te verminderen zijn nog onzeker. Omdat het geld dan misschien voor niks zou worden uitgegeven. Maar intussen kijkt iedereen als konijnen in de koplampen naar wat er komen gaat en zijn we weer een jaar verder.”