Akkoordendrift bindt partijen

Politieke pacten

De politieke partijen sluiten in de aanloop naar de verkiezingen talrijke pacten over belangrijke thema’s. Van de meeste daarvan is de status echter niet duidelijk.

Bij de SGP vonden ze het wel jammer dat ze in eerste instantie niet mochten meedoen. Mantelzorg, vrijwilligerswerk – het zijn thema’s die allemaal heel goed passen bij de staatkundig gereformeerden.

Toch stond onder het manifest Waardig ouder worden, dat deze week verscheen, niet de naam van de SGP. Wel die van ChristenUnie, SP en CDA. Het manifest is een antwoord op de kabinetsplannen om de euthanasiewetgeving te verruimen voor mensen die hun leven ‘voltooid’ achten. Daar zijn deze partijen tegen. Ze stellen maatregelen voor om de levenskwaliteit van ouderen te verbeteren: bestrijding van eenzaamheid, betere palliatieve zorg, een minister van Ouderenzaken.

Het ouderdomspact is een van de talrijke akkoorden die politieke partijen dezer dagen presenteren. Vóór 15 maart proberen ze op thema’s die ze belangrijk vinden duidelijkheid te geven aan de kiezer: als u op een van ons stemt, maken wij ons hier in de formatie samen hard voor.

Inmiddels zijn aangekondigd: een pact voor goede zorg, een coalitie voor een ander zorgstelsel, een stembusakkoord voor eerlijk werk, een pact voor beter onderwijs en een verbond tegen klimaatverandering.

En we zijn nog niet klaar. Deze vrijdagavond is het COC-verkiezingsdebat, met enkele politieke kopstukken. De homobelangenvereniging heeft de inzet van het debat al bekend gemaakt: een ‘regenboogstembusakkoord’ voor de bescherming van lesbiennes, homo’s, transgenders, biseksuelen en mensen met een intersekseconditie.

Waar komt die akkoordendrift vandaan? Een ‘pact’ werkt goed in verkiezingstijd – zeker als je een verrassende combinatie van partijen weet te vinden. Dat is ook de reden dat de SGP niet en de SP wél werd uitgenodigd voor de lancering van het ouderenpact: een verbond van louter christelijke partijen, zo redeneerde initiatiefnemer ChristenUnie, heeft minder kans van slagen.

Voor de linkse partijen geldt dat ze er samen heel slecht voorstaan in de peilingen. Door op bepaalde thema’s samen op te trekken, tellen ze voor méér. Voor PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher is het lanceren van een pact ook een manier om zich als op te werpen als de leider van links – iets wat hij gezien de peilingen nog niet is.

En tenslotte: verkiezingspacten kunnen effectief zijn. Hét voorbeeld is het ‘roze stembusakkoord’ uit 2012, waar het COC deze vrijdag een vervolg aan hoopt te geven. Alle vijf beloften uit dat akkoord werden in deze kabinetsperiode gerealiseerd, van het einde van de ‘weigerambtenaar’ tot de verbetering van de juridische positie van lesbische ouders.

Onduidelijke status

Het roze akkoord kon een succes worden door gunstige omstandigheden en een goede timing. Alle partijen behalve de christelijke zetten hun handtekening, bijna viervijfde van de Tweede Kamer. Vervolgens schaarde de ‘paarse’ coalitie van VVD en PvdA zich er ook achter. „Veel van de maatregelen speelden al langere tijd”, zegt D66-Kamerlid Vera Bergkamp, die het akkoord destijds als scheidend COC-voorzitter initieerde. „Er was dus al veel voorwerk gedaan.”

Aan die voorwaarden voldoen de meeste pacten in deze campagne nog niet. Vaak is de status onduidelijk. Zo presenteerde PvdA-leider Asscher een puntenplan over ‘goed werk’ met SP en GroenLinks – „het eerste linkse stembusakkoord sinds de jaren zeventig”. Navraag bij de andere twee partijen leert echter dat ze Asschers plan van harte steunen, maar nergens een handtekening hebben gezet. Van het onderwijspact (‘gelijke kansen voor ieder kind’) dat Asscher met D66-leider Alexander Pechtold wil sluiten, zeggen ze bij diens partij: we hebben er alleen nog maar over gehoord uit de media.

Met de eer strijken

Ook beconcurreren sommige pacten elkaar. De SP wil niet meedoen met het negenpuntenplan van de PvdA voor ‘betere zorg’. De partij heeft namelijk een eigen initiatief: het Nationaal Zorgfonds. Daar hebben ze de PvdA herhaaldelijk voor uitgenodigd, maar een toezegging kregen ze nooit. Het springende punt: de SP wil de zorgverzekeraars afschaffen, de PvdA niet. Bij de SP vinden ze nu dat Asscher met de eer wil gaan strijken. „Ze mogen zich bij óns aansluiten”, zegt SP-Kamerlid Renske Leijten.

Een pact dat écht solide lijkt te zijn, is de Klimaatwet. Vorige week sloten D66, SP en ChristenUnie zich aan bij een al langer lopend initiatief van PvdA en GroenLinks om klimaatdoelen wettelijk vast te leggen. Maar de Klimaatwet heeft nog geen parlementaire meerderheid – en mogelijk ook niet na 15 maart.

Vooralsnog zijn vooral linkse partijen druk met pacten sluiten. Geen toeval, zegt politicoloog Tom van der Meer. „Zij zitten in de verdediging. Op deze manier voorkomen ze dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld.”

Gevoel van invloed

Van der Meer is een groot voorstander van stembusakkoorden. Volgens hem zijn electorale pacten een belangrijk instrument om kiezers het gevoel te geven dat hun stem invloed heeft op de samenstelling van een regering. Het voorkomt ook, denkt hij, dat verkiezingen telkens weer uitlopen op een horse race tussen twee partijen, met bijbehorend strategisch stemgedrag van de kiezer.

Alleen, zegt Van der Meer, wat we tot nu toe zien zijn geen volwaardige stembusakkoorden. Het zijn deelakkoorden in wisselende samenstelling, vlak voor de verkiezingen bijeengesprokkeld. „Een klassiek stembusakkoord is meestal niet een kunstje dat je één verkiezing doet. Om succesvol te zijn, moet je er ook ruim van tevoren aan beginnen, zodat partijen hun programma’s op elkaar kunnen afstemmen.”

Ook D66’er Vera Bergkamp, geestelijk moeder van het roze stembusakkoord, vindt dat partijen niet over ieder onderwerp een pact moeten sluiten. „We moeten ook nog een kabinet formeren straks. Op deze manier ga je mensen teleurstellen.”