1000 jaar vrouwelijke componisten

Als je de muziekgeschiedenissen bekijkt, lijkt het alsof alleen mannen componeerden. Deze 11 toondichteressen bewijzen het tegendeel.

Illustraties Hisko Hulsing

De muzen waren meisjes, maar de jongens schreven de muziek. Zo is het ogenschijnlijk altijd geweest, als je de muziekgeschiedenissen mag geloven. Van Gregorius I, naamgever van het gregoriaans, tot Beethoven, en van Bach tot Stravinsky: er stonden mannen aan het roer van de toonkunst.

Toch barst het in Nederland van de geweldige vrouwelijke componisten. De Componist des Vaderlands is een dame: Mayke Nas (1972). Het werk van Kaija Saariaho, Unsuk Chin en Lera Auerbach – om heel verschillende buitenlandse componisten te noemen – wordt internationaal gevierd. Is componeren iets wat vrouwen zich pas recentelijk eigen hebben gemaakt?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Nee natuurlijk. Maar de context is wél danig veranderd: toegang tot muziekonderwijs, betaald werk (oude componisten waren ambachtslui) of juist vrije tijd, voor vrouwen waren die dingen vaak niet weggelegd.

Maar ondanks zulke achterstanden of zelfs tegenwerking zijn ze er altijd geweest: vrouwen die fantastische muziek componeerden. Dat velen van hen in de schaduw vertoeven is onterecht. Daarom zet NRC de beste toondichteressen van het afgelopen millennium op een rij, van de legendarische Hildegard tot de Finse superster Saariaho.

9/2 Muziekgebouw aan ’t IJ: wereldpremières van Carola Bauckholt & Christina Kubisch. 23/2 Muziekgebouw aan ’t IJ: muziek van Hildegard von Bingen & Oestvolskaja

1098-1179: Hildegard von Bingen

De ‘Sibille van de Rijn’ kon alles, dus ook componeren. Hildegard was een benedictijner abdis die in Bingen, niet ver van Frankfurt, een nonnenklooster stichtte. Dat was ongewoon voor een vrouw in de twaalfde eeuw.

Ook ongewoon was dat Hildegard zich bezighield met filosofie en wetenschap, van linguïstiek tot fysiologie – de oudste bekende beschrijving van het vrouwelijk orgasme is van haar hand. Ze publiceerde visioenenboeken en gold als baken van wijze raad. Daarbij componeerde ze een van de omvangrijkste middeleeuwse oeuvres die zijn overgeleverd. Dat haar muziek nog overeind staat, komt door de oorspronkelijke schoonheid van de pakkende melodieën. Luister naar ‘O rubor sanguinis’, een van haar 69 liederen.

1587- na 1641: Francesca Caccini

Na Hildegard von Bingen bleef het stil. Maar Francesca Caccini was het wachten waard. Caccini, dochter van barokcomponist Giulio, bewoog zich in de kringen van de Florentijnse Camerata, de groep renaissancekunstenaars die rond 1600 de opera uitvond.

Caccini was muziekleraar en een virtuoos zangeres – als 13-jarige zong ze al in een opera van Jacopo Peri, en Monteverdi prees haar uitvoerig. Zelf schreef Caccini vijf opera’s, waarvan er één is overgeleverd, La liberazione di Ruggiero, die geldt als de allereerste opera door een vrouw gecomponeerd. Luister om te beginnen naar een van Caccini’s kortere stukken, zoals het prachtig melancholische lied ‘Lasciatemi qui solo’.

1740-1805: Belle van Zuylen

‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’, schreef Belle van Zuylen in beroemd geworden woorden aan James Boswell. Ze correspondeerde ook met Voltaire en Rousseau en publiceerde (in het Frans) talloze boeken, zoals de geruchtmakende novelle Le noble. Maar het liefst maakte Belle muziek.

Naar eigen zeggen zat ze zes tot tien uur per dag achter het klavecimbel en schreef ze dagelijks een menuet. Haar overgeleverde oeuvre is niettemin bescheiden van omvang. Het werd door biograaf Pierre H. Dubois ‘rebels en beminnelijk’ genoemd en klinkt fris en onopgesmukt. Via de Concertzender zijn een sonate en vijf liederen te beluisteren.

1805-1847: Fanny Mendelssohn

Koningin Victoria wilde graag Italien voor hem zingen, toen Felix Mendelssohn op bezoek was in Buckingham Palace. Felix moest bekennen dat niet hij, maar zijn zus Fanny het lievelingslied van de koningin gecomponeerd had.

Felix publiceerde verschillende van Fanny’s liederen onder zijn naam, omdat zij daartoe niet in de gelegenheid was. Ze was nu eenmaal een vrouw. Tijdgenoten waren overrompeld door Fanny’s talent als pianist. Ze liet ruim 460 werken na.

Voor sommige pianostukken gebruikte ze de aanduiding Lied ohne Worte – een term die verbonden raakte met de pianomuziek van Felix. Je zou om minder treurig worden. Luister naar Fanny’s weemoedige ‘Am Flusse’ uit de cyclus Das Jahr.

1819-1896: Clara Schumann

Clara Wieck, dochter van een pianohandelaar en een sopraan, schreef haar eerste pianoconcert toen ze veertien was. Ze werd bewonderd door Goethe en Chopin, maakte concertreizen door heel Europa en gold als een van de grootste pianisten van haar tijd. Geen wonder dat pa Wieck het maar niks vond dat ze wilde trouwen met die armoedzaaier Robert Schumann. Wat verdient zo’n componist nou helemaal?

Het leidde zelfs tot een rechtszaak, die door de geliefden werd gewonnen. Clara Schumann bracht acht kinderen groot, verzorgde haar depressieve echtgenoot en bewaakte later diens muzikale erfenis – haar eigen oeuvre schoot daar danig bij in. Clara’s meesterwerk is het geweldige Pianotrio.

1879-1964: Alma Mahler

De schoonheid van Alma Schindler was misschien wel haar vloek. De Weense wond een hele trits mannen van faam om haar vinger, zoals architect Walter Gropius, kunstenaars Gustav Klimt en Oskar Kokoschka, schrijver Franz Werfel, en natuurlijk Gustav Mahler.

Die laatste was dusdanig geïntimideerd dat hij Alma tijdens hun huwelijk verbood te componeren. De dood van haar dochter Manon Gropius inspireerde Alban Berg tot zijn schitterende Vioolconcert. Van Alma’s muziek is weinig bewaard en haar beklijvende kunstwerk lijkt haar leven, dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Enkele liederen zijn niettemin de moeite waard.

1893-1918: Lili Boulanger

Voor wonderkind Lili Boulanger zag de toekomst er zonnig uit. Anders dan vrouwelijke collega’s uit eerdere eeuwen kreeg zij volop waardering en kansen, en met de cantate Faust et Hélène won ze in 1913 als eerste vrouw de Prix de Rome.

Alleen: Boulanger – die een verpletterende indruk maakte op Fauré en met haar innovaties Honegger beïnvloedde – kampte met een ziekelijk gestel. Ze overleed, 24 jaar jong, aan de ziekte van Crohn. Vlak voor haar dood voltooide ze een mooie toonzetting van Pie Jesu (het slotcouplet van Dies irae).

 

1895-1952: Henriëtte Bosmans

Ook Henriëtte Bosmans was een wonderkind aan de piano. Als tiener soleerde ze al in het Concertgebouw en in de jaren twintig ontpopte ze zich als getalenteerd componist. Bosmans was doordesemd van de Duitse Romantiek, maar na haar studie bij Willem Pijper werd haar oriëntatie Frans en modern.

Het Concertino voor piano en orkest (1928) is daar een goed voorbeeld van: helder, licht, stralend van kleur. Gedurende haar laatste jaren was de Franse sopraan Noémie Perugia haar partner en muze en componeerde Bosmans hoofdzakelijk liederen. De Henriëtte Bosmansprijs, ingesteld in 1994, is een aanmoedigingsprijs voor componisten.

1919-2006: Galina Oestvolskaja

‘De vrouw met de hamer’, karakteriseerde Elmer Schönberger haar treffend. Galina Oestvolskaja deinsde niet terug voor de extreme consequenties van haar muzikale verbeelding. Ze leidde een teruggetrokken bestaan en was tot de val van de Sovjet-Unie volstrekt onbekend.

Een documentaire van Reinbert de Leeuw en Cherry Duyns uit 1994 onttrok haar mede aan de vergetelheid, en tegenwoordig wordt Oestvolskaja terecht veelvuldig uitgevoerd. Haar kleine oeuvre behoort tot de meest compromisloze en originele muziek ooit geschreven. Hoor de hamer aan het werk in de huiveringwekkende Pianosonate nr. 6.

1931: Sofia Goebaidoelina

Sofia Goebaidoelina was een van de vier componisten die het Bach-jaar 2000 mochten opluisteren met een nieuwe passie. Dat was geen toevallige keuze, want de Tartaarse is een groot bewonderaar van Bach, en net als hij een spiritueel componist.

Sinds Gidon Kremer zich in de jaren tachtig opwierp als ambassadeur van haar vioolconcert Offertorium groeide Goebaidoelina uit tot grande dame van de hedendaagse muziek. Als om de cirkel rond te maken zette ze trouwens ook visioenen van Hildegard op muziek. Haar spectaculaire tweede vioolconcert, In tempus praesens, componeerde ze voor Anne-Sophie Mutter.

1952: Kaija Saariaho

‘Je bent een mooi meisje, wat doe je hier?’ kreeg Kaija Saariaho te horen van een docent op het conservatorium in Helsinki. Saariaho wist precies wat ze daar deed. Net als later in Parijs, waar ze elektronische muziek en het spectralisme bestudeerde. Ze zocht technieken om de muziek in haar hoofd te realiseren.

Haar orkestrale droomlandschappen zijn vreemd én toegankelijk. Haar opera’s, zoals het meesterwerk L’amour de loin, worden gretig hernomen. Met Saariaho lijkt de emancipatie van de vrouwelijke componist voltooid. Luister naar haar orkestwerk Circle map, dat in 2012 in première ging op het Holland Festival.