Column

Waarom ons nationale gesprek zo vaak stilvalt

Je hebt mensen die denken dat de haat wereldwijd afneemt als je in Den Haag op een demonstratie een bord tegen Trump de lucht insteekt. Je hebt ook mensen die denken dat Rutte en Wilders vergelijkbare populisten zijn. Of dat de EU net zo goed een dictatuur is als Rusland.

Wat feiten zijn – we weten het niet meer. Dit kun je positief beoordelen: feiten zijn gedemocratiseerd. Deskundigen zeiden een paar jaar terug dat Assad op zijn laatste benen liep. Hij zit er nog – en de wereld krijgt steeds meer presidenten die op Assad lijken.

Boeiend is ook de souplesse waarmee mensen van opvatting wisselen. Vroeger met stelligheid pacifist, nu met stelligheid nationalist – dit zonder aarzeling over het eigen beoordelingsvermogen. Je hebt het ook in de politiek, zoals dinsdag stond in een fraai stuk in deze krant. Dilan Yesilgöz was eerder lid van de SP, GroenLinks en de PvdA, nu is ze kandidaat-Kamerlid voor de VVD: het kan allemaal.

Elke opvatting is mogelijk, elke analyse denkbaar, elk feit kneedbaar – in het post truth-tijdperk kunnen we, ook in de politiek, dankzij het informatie-overschot dagelijks beslissen welke feiten ons bevallen. Anders nemen we nieuwe.

Gevolg is dat politici wegkomen met de vreemdste praatjes

Ik las er een beklemmend stuk over in The Chronicle of Higher Education. Oud-hoogleraar geschiedenis Daniel T. Rogers (Princeton) benoemt er een taboe dat de kern van de zaak raakt: feiten, alle feiten, zijn handelswaar geworden.

Nepnieuws is zoals bekend een verdienmodelletje op Facebook: vooroordelen verkopen beter, dus verpak je ze als feiten. Maar voor inzicht, schrijft hij, moet je kunnen twijfelen. Praten en denken op de marktplaats voor ideeën. Handel heeft geen tijd voor twijfel, terwijl in de politiek de twijfel - het debat – is verworden tot een alibi voor zelfexpressie en reclame.

Gevolg is dat politici wegkomen met de vreemdste praatjes. Vurig pleiten tegen vrijhandel en dit presenteren op het internet: de grootste vrijhandelszone ooit.

Rogers, een Amerikaan, verkent het ondenkbare: moeten wij geen vormen van toezicht op feiten bedenken? Ook markten voor bijvoorbeeld medicijnen en kredieten kennen onafhankelijke toezichthouders hebben, dus waarom niet?

Tegenargumenten genoeg. Maar nu alle feiten inderdaad winkelwaren in plaats van bevindingen zijn geworden, belemmert het enorme informatie-overschot dat we nog in gesprek komen met elkaar, en zonder samenspraak zal geen samenleving overleven.

Aan de komende verkiezingen doen al 31 partijen mee, met een beetje pech zijn het er de volgende keer driehonderd. De aanwijzingen zijn niet te missen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.