Effect van veel fiscale regelingen onduidelijk

Van 60 procent van ruim 200 fiscale aftrekposten, vrijstellingen en andere belastingfaciliteiten zijn de effecten niet bekend, meldt de Algemene Rekenkamer.

Foto Martijn Beekman/ANP

Van bijna 60 procent van ruim 200 fiscale aftrekposten, vrijstellingen en andere belastingfaciliteiten is niet bekend wat het effect ervan is of wat die de schatkist kosten. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer woensdag in een rapport over de fiscale regelingen die de Belastingdienst biedt.

Het oerwoud aan fiscale faciliteiten is een veel genoemde oorzaak van de grote operationele problemen bij de Belastingdienst. Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) debatteert donderdag over de uit de hand gelopen reorganisatie.

Het huidige belastingstelsel, dat in 2001 werd ingevoerd, is in de loop der jaren dichtgeslibd met allerhande fiscale uitzonderingsregels. De wildgroei wordt veroorzaakt door de politiek, constateerde de commissie die afgelopen vrijdag haar onderzoek rapporteerde over de bestuurscultuur bij de Belastingdienst. ,,Gangbaar is de gedachte”, schreven de onderzoekers Hans Borstlap en Tjibbe Joustra, ,,dat de volksvertegenwoordiging veelal uit is op complexe fiscale wetgeving”.

‘Van 6 op 10 regelingen onduidelijk of ze werken’

De Rekenkamer telt in het rapport 213 verschillende ‘belastingfaciliteiten’ en ‘belastinginstrumenten’: van het heffingsvrij vermogen tot de zelfstandigenaftrek, van de willekeurige afschrijving zeeschepen tot het lage BTW-tarief. Dan zijn de toeslagen voor huur of zorg nog buiten beschouwing gelaten, omdat dat zijn ,,geen belastingmiddelen zijn die tot de uitgavenkant van de rijksbegroting behoren”. Ook deze leggen een groot beslag op zowel de schatkist als de capaciteit van de Belastingdienst, waar tegen de 30.000 mensen werken.

Uit de inventarisatie van de 213 ‘belastingverlichtende regelingen’ is maar van 113 fiscale regelingen is het budgettaire beslag bekend. In totaal gaat het om bijna 98 miljard euro. Het meeste geld wordt besteed aan het bevorderen van werkgelegenheid (19,2 miljard), waarvan de arbeidskorting met 17,2 miljard de grootste regeling is. Naar het stimuleren van het eigenwoningbezit ruim 8 miljard, in de vorm van hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Van 6 op de 10 regelingen, constateert de Rekenkamer, „is onduidelijk of ze werken en zo ja, tegen welke prijs”.

Wiebes wil alleen ‘meest relevante’ regelingen evalueren

In een reactie liet staatssecretaris Wiebes aan de Rekenkamer weten dat hij al enige tijd bezig is om het belastingstelsel stapsgewijs te vereenvoudigen - een grootscheepse stelselherziening mislukte in 2015 wegens gebrek aan politieke steun. Wiebes erkent dat een ,,integraal overzicht” van alle regelingen, hun effect en de kosten nuttig kan zijn maar noemt dat ,,zo’n kostbare aangelegenheid” dat het kabinet ervoor kiest om alleen die regelingen te evalueren die ,,beleidsmatig en budgettair het meest relevant zijn”.

Overigens wijst de Rekenkamer er ook op dat het zomaar stoppen met ogenschijnlijk kostbare regelingen waarvan het maatschappelijk effect niet te meten is, ook lastig is. ,,Aanpassing of afschaffing van belastingregelingen kan veranderingen oproepen in het gedrag van mensen of in de opbrengsten van andere belastingposten.” Dergelijke gedragseffecten zijn niet meegenomen in het onderzoeksrapport.