Recht & Onrecht

Praat minder over onveiligheid en eens wat meer over justitie

Is het aftreden van Ard van der Steur mede gevolg van het samenvoegen van politie en justitie in één ministerie? Welnee, stelt Marc Schuilenburg in de Politiecolumn. De rechtsstaat is opgeofferd aan de veiligheidsstaat.

Nederland Den Haag 26012017 - Premier Mark Rutte en Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur verantwoorden zich in de Tweede Kamer voor de bonnetjes affaire van Fred Teeven. Foto: David van Dam

Het aantal ministers van Justitie dat in de laatste 25 jaar voortijdig is afgetreden, is bijna niet meer op de vingers van één hand te tellen. Ga maar na: Ard van der Steur, Ivo Opstelten, Piet Hein Donner, Benk Korthals en Ernst Hirsch Ballin. Met de aantekening dat Korthals als minister van Defensie het veld moest ruimen omdat hij als minister van Justitie de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd in de bouwfraudezaak.

Afgelopen week vertrok Ard van der Steur. Als Kamerlid vergat hij zijn controlerende taak uit te oefenen. Journalist Bas Haan onthulde in zijn boek ‘De Rekening voor Rutte’ dat Van der Steur als Kamerlid meewerkte aan het achterhouden van cruciale informatie in de bonnetjesaffaire. Met toevoegingen als ‘dit levert gedonder op, aanpassen’ en ‘weghalen, nodigt uit tot discussie’ zorgde Van der Steur ervoor dat de Tweede Kamer onjuist werd geïnformeerd, onder meer over de hoogte van het bedrag dat crimineel Cees H. kreeg in de Teevendeal.

Eenzijdig beleid op ministerie

Schuldbewust hebben de betrokken bewindspersonen van de VVD zich hierover nooit getoond. Vraag aan Teeven zijn mening over de deal en je hoort: ‘Ik zou het morgen zo weer doen.’ Hij deed het ‘voor volk en vaderland,’ zo vertelde Teeven aan de pers bij zijn aftreden. Hetzelfde verhaal bij Van der Steur: ‘Ik heb me met hart en ziel ingezet en gevochten om Nederland veiliger te maken.’

In veel opzichten staan de woorden van Teeven en Van der Steur symbool voor een grotere problematiek op het ministerie van Veiligheid en Justitie. In de laatste jaren is het beleid van het ministerie eenzijdig komen te liggen op de bestrijding van onveiligheid. Iedere week komt het departement met iets nieuws om de onveiligheid aan te pakken. Zo klonk onder Opstelten altijd hetzelfde liedje: ‘Dat gaan we aanpakken!’ Details had de wollige Opstelten nooit paraat. Ambtenaren van het ministerie laakten zijn gebrek aan juridische kennis. Ook Teeven liet zich graag voorstaan als crime fighter die weinig belang hechtte aan de rechtsstatelijkheid. Laten we het niet vergeten, dit was de bewindspersoon die de doodslag van een inbreker een ‘beroepsrisico’ vond. Dat de criminaliteit sinds 2001 drastisch afneemt en Nederland een heel veilig land is om te wonen, heeft de Nederlandse bevolking nooit te horen gekregen.

Omvang ministerie is niet het probleem

Nu wordt gesteld dat het ministerie van Veiligheid en Justitie te groot zou zijn om goed te kunnen besturen. Niet alleen is de politie van Binnenlandse Zaken naar Justitie verhuist, ook vreemdelingenzaken, crisisbestrijding en de brandweer vallen onder het departement. Vooral de samenvoeging van politie en justitie onder één dak zou niet werken.

Toch denk ik niet dat hierin het grootste probleem schuilt. Zo ben ik ervan overtuigd dat de strafrechtelijke keten beter functioneert met een centrale aansturing van politie en justitie. Wil je een kleiner departement, dan kan ook de portefeuille immigratie en asiel onder Binnenlandse Zaken worden gebracht. Wat het ministerie van Veiligheid en Justitie juist kwetsbaar maakt, is dat het de rechtsstaat is gaan presenteren als een bedreiging voor de veiligheidsstaat.

Maar juist de rechtsstaat zorgt ervoor dat het veiligheidsbeleid niet wordt gereduceerd tot louter het thema law and order. In de rechtsstaat schuilt apolitieke neutraliteit die cruciaal is voor een zekere afstand van de politiek tot de aanpak van onveiligheid. Gezag, neutraliteit, afstand, juridische waarborgen, kennis van zaken – allemaal aspecten die node worden gemist op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Mijn advies? Praat de komende jaren eens wat meer over justitie en wat minder over onveiligheid.

 

De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.