Moslim zijn nu: veel grappen en ook zorgen

Stemming bij Nederlandse moslims

Nederlandse moslims zijn bezorgd over het inreisverbod in de VS uit zeven moslimlanden. Een tweede paspoort aanvragen voor het te laat is?

Foto Remko de Waal/ANP

Maryam (22) zit met haar tante Anissa (31) in de La Place in Rotterdam Alexander. Natuurlijk hebben ze gehoord van het inreisverbod dat de VS uitvaardigden. Natuurlijk bespreken ze dat onderling en met vrienden en familie. Zou zoiets ook in Nederland kunnen? Anissa is ongeruster dan Maryam. „Ik voel me veilig in mijn eigen land”, zegt Maryam. Anissa: „Je weet maar nooit. Wilders wil minder Marokkanen.”

Nederlandse moslims maken zich zorgen. Het door de Amerikaanse president Trump afgekondigde inreisverbod voor moslims uit zeven islamitische landen werpt de vraag op of zoiets ook in Nederland zou kunnen gebeuren.

Op social media komen een hoop grappen voorbij. Zoals plaatjes van sprookjesfiguur Aladdin die tegen zijn mooie prinses naast hem op het vliegende tapijt zegt: „Ik kan je de heeeeele wereld laten zien, behalve de Verenigde Staten.” De grappen worden afgewisseld met discussies over de noodzaak van het aanvragen van een tweede paspoort „voor het te laat is”. En met vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog toen miljoenen Joden en anderen werden gedeporteerd en vermoord door een ooit democratisch gekozen leider.

Zonder hoofddoek keek echt niemand op als ik de metro in stapte, sindsdien draaien alle hoofden om

Een soortgelijk inreisverbod ziet Maryam hier niet gebeuren, maar de negatieve sfeer rondom moslims valt niet te ontkennen. Ze merkte dat vooral toen ze op haar negentiende besloot om een hoofddoek te gaan dragen. „Zonder hoofddoek keek echt niemand op als ik de metro in stapte, sindsdien draaien alle hoofden om.”

Waardering in revalidatiecentrum

Persoonlijk heeft ze weinig last. Ze werkt in een revalidatiecentrum. Daar had ze nog nooit een nare ervaring. Alle collega’s zijn aardig. De patiënten ook. „Die zeggen: ‘Dat komt door jouw cultuur hè, dat je zo lief bent en goed zorgt. Jullie zorgen toch ook altijd goed voor de ouderen?”’

Anissa: „Mijn man volgt al het nieuws. Hij maakt zich zorgen over de antimoslimstemming. Niet voor ons maar voor de kinderen.”

Maryam: „Voor kinderen is het rot.” Ze wijst naar de kinderwagen waarin haar neefje Adam slaapt.”

Anissa: „Als mijn dochter van tien vraagt of we ooit het land uit moeten, dan zeg ik: maak je geen zorgen, dan gaan we gewoon naar Marokko.” Maryam: „Echt niet.” Haar tante plagend: „Daar ga jij geiten hoeden en koeien melken.”

„Ik heb hier mijn baan, mijn vriendinnen, mijn leven”, roept Maryam. En dan: „Kom, we gaan shoppen.”

‘Beste @KLM, als frequent flyer, als moslim, als Nederlander, maar bovenal als mens verwacht ik een standpunt van u mbt de #MuslimBan’, twitterde Umar Mirza afgelopen weekend. Zijn tweet werd vele malen geretweet, maar een antwoord kreeg hij niet. Umar Mirza maakt zich ook zorgen maar niet over zichzelf. Hij heeft een goede baan, een eigen huis, een groot netwerk. „Ik red me wel. Als ik weg wil, kan ik weg.” Hij kent veel mensen zoals hij, zegt hij. En sommigen zijn vertrokken. „Ik zou me als Nederlandse regering eerder zorgen maken over de goedgeschoolde mensen die weggaan, dan om mensen die binnenkomen.” Het is lastiger voor mensen die die luxe niet hebben. Zij hebben het gevoel dat ze niet weg kunnen uit een land waarin ze zich steeds minder welkom voelen.”

Natuurlijk, zegt Mirza, hebben wij in Nederland een parlementaire democratie. Zelfs áls Wilders premier zou worden, is zijn macht veel beperkter dan die van Trump. Nederlandse moslims worden beschermd door de andere politieke partijen. Maar die beschermen niet tegen beeldvorming. Fysiek wordt er geen moslim het land uit gezet, mentaal en ideologisch gebeurt dat dagelijks.”

Toen ik uitstapte riep een kind: ‘Kijk, een terrorist.’

Sfeer grimmiger

Toen Trump de verkiezingen won en Wilders zei ‘dat gaan we hier ook doen’, maakte me dat bang, zegt Tayfun Balçik. De sfeer wordt steeds grimmiger, witte nationalisten voelen zich vrij de meest vreselijke dingen te zeggen over moslims. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting is te veel getolereerd.” Balçik verwijst naar een debat in De Balie in Amsterdam waar iemand zei dat er niet meer dan 1 à 2 procent moslims in westerse landen mogen wonen. „Dat was een nieuw dieptepunt. Als moslims moeten we íéts doen. Protesteren.

Of Balçik nu voetbalt met Turks-Nederlandse vrienden, of met zijn Marokkaanse-Nederlandse buurman een kipshoarma eet, hij hoort bij iedereen dezelfde zorgen. Met de mensen van The Hague Peace Projects stond hij gisteren op het Malieveld. ‘Muslim Rights are Human Rights’, stond op zijn kartonnen protestbord. „Met Trump als president zijn Amerikaanse belangen de belangen van de witte Amerikanen. Terwijl Amerika een multicultureel en divers land is. In Nederland zie je dezelfde tendens. Een grote groep Nederlanders is de moslims zat. Dat verontrust me.”

In de Afrikaanderwijk in Rotterdam Zuid wachten Turks-Nederlandse moeders bij de basisschool de Globetrotter op hun kinderen. Een moeder vertaalt de vraag in het Turks: ‘Maken jullie je zorgen?’ Ze schudden hun hoofd. Ze maken zich meer zorgen over discriminatie dan over Trump, zeggen ze. De moeder die vertaalt zegt: „In Barendrecht werd een nieuwe wijk gebouwd en ik wilde kijken naar een huis. Toen ik uitstapte riep een kind: ‘Kijk, een terrorist.’ Hier wil ik niet wonen, zei ik tegen mijn man.” In de Afrikaanderwijk leeft ze tussen de moslims. Het is een soort getto, zegt ze, „maar mijn kinderen worden hier niet nagekeken omdat ze moslim zijn.”