Is burger in de Schilderswijk nu echt zo boos?

Verkiezingen Geen wijk waar zo veel politici op bezoek gingen als de Haagse Schilderswijk. Wat verwachten de inwoners daar nu eigenlijk van ‘de politiek’?

Schilderswijker Kavish Sewnandan Foto's David van Dam

Op zoek naar de bezorgde burger trok de ene na de andere politicus de afgelopen jaren van het Binnenhof naar de Haagse Schilderswijk: een buurt met veel laagopgeleiden, veel werklozen, veel mensen van niet-westerse afkomst. Maar of het veel uitmaakte dat ze langskwamen? De afstand tussen de politieke ‘elite’ en boze of misschien vooral teleurgestelde kiezers lijkt niet kleiner te worden.

In de opiniepeilingen groeit de PVV maar door – met de boodschap dat er moet worden afgerekend met ‘de elite’. Een nieuwe partij als Denk ziet juist groeiend racisme.

Maar hoor je dat allemaal ook in de Schilderswijk? Wat zijn daar de grootste zorgen? En wat verwachten de inwoners van ‘de politiek’?

NRC ging mee op de ‘Schilderswijk Bewonerstour’, georganiseerd door bewoner Itai Cohn. We zaten aan de thee bij socioloog Wiesje van der Sar (62), en op de leren bank van buurtvader en oud-fabrieksarbeider Ahmed Balarbi (70). In de bibliotheek praatten we met Kavish Sewnandan (25) en met Greet (70) en John (72) van Vliet, die al bijna zestig jaar in de Schilderswijk wonen. We stonden aan de toonbank bij Wesley Schenk (26) van Beukers Dierenshop, in de kantine van supermarkt SKS van Yavuz Sarikaya (45), we kregen Braziliaanse hapjes van Renata Martins (41) en Marokkaanse thee van Mustapha Barbouch (31).

Blonde haren, blauwe ogen

Het is Wiesje van der Sars grootste zorg: dat mensen steeds minder van elkaar kunnen verdragen. „Dat ze, als je geen blond haar en blauwe ogen hebt, tegen je zeggen: ga terug naar je eigen land.”

Ze heeft vier katten en een hond, op haar eettafel staat een grote verzameling orchideeën. In 1959 kwam ze met haar ouders uit Indonesië. „Er zit Nederlands bloed in mijn familielijn en dat werd na de dekolonisatie niet meer geaccepteerd.”

Wiesje van der Sar heeft zwart haar en bruine ogen. Toen ze 14 jaar geleden in de Schilderswijk kwam wonen, werd ze nog wel eens uitgescholden. „Hoer”, riepen ze. „Ik zei: dan wel een stoephoer. Dat is erger, toch?”

Als je aan haar vraagt of ze de intolerantie in haar buurt erger ziet worden, begint ze over een Turkse vrouw uit haar straat. „Ze is goed geïntegreerd, ze heeft een bakfiets. Maar nadat de coup in Turkije was verijdeld, liep ze rond met een Erdogan-T-shirt en een vlag. Ze zei: ‘Ik had zo graag willen meevechten voor mijn land.’ Ik denk dan: „Wat doe je nog hier?’”

De Haagse politici, vindt Wiesje van der Sar, hadden een jaar of tien geleden nooit moeten beslissen dat de bibliotheek in de Koningstraat dicht moest, als bezuiniging. Later was er 12 miljoen euro over op de begroting en ging de bibliotheek weer open.

Ze zegt: „Ik ben geen getinte boze dame.” Ze vindt wel dat de politiek onbetrouwbaar is geworden. „Maar dat ben ik zelf ook.” Een voorbeeld: een paar weken geleden is ze veranderd van energieleverancier. Er kwam iemand van Essent langs met een goed aanbod en een cadeaubon van de Mediamarkt. Ze heeft niets nodig van de Mediamarkt, toch gaf Wiesje van der Sar zich op bij Essent. „Drie kwartier later kwam er iemand van Nuon. Zo’n leuke jongen. Hij wilde echt een relatie met mij aangaan. En Nuon was nóg goedkoper.”

En dus werd het Nuon.

Ik vind al die culturen leuk. En onze eigen Nederlanders waren ook niet altijd zo vriendelijk voor elkaar.

Blaffende honden bijten niet

Ahmed Balarbi rommelt in een laatje en haalt er twee Delfts blauwe vaasjes en een paar klompjes uit. Nadat hij in 1966 uit Marokko naar Nederland was gekomen, werkte hij 39 jaar bij de Koninklijke Porceleyne Fles.

Nu hij niet meer iedere dag in de fabriek werkt, gaat zijn Nederlands achteruit. Zijn kinderen zeggen het. Ahmed Balarbi maakt zich juist zorgen omdat zíj te weinig Marokkaans hebben geleerd. „Ze weten ook weinig over de Marokkaanse geschiedenis. Ze voelen zich alleen maar Nederlands, niet Marokkaans.”

Waarom dat zo erg is?

Ahmed Balarbi begint over vroeger. „Nederland was een gezellig land. Maar hoe er nu over buitenlanders wordt gepraat..”

Hij maakt zijn zin niet af. Hij snapt wel, zegt hij dan, dat „het volk kwaad wordt”. „Criminelen lopen rond, dat kan toch niet?”

Maar stel je voor dat Europa „in de grond zakt”, dat het niet meer veilig is voor zijn kinderen, dan moeten ze toch ergens heen kunnen? Naar Marokko. En dan spreken ze de taal niet. „Maar mijn kinderen zeggen: wij zijn hier, wij gaan nergens heen.”

Het is niet zo dat Ahmed Balarbi bang is voor PVV-leider Geert Wilders. „Blaffende honden bijten niet.” En als je hem vraagt naar de partij Denk, moet hij alleen maar glimlachen. Als buurtvader heeft hij „ontzettend veel” politici op bezoek gehad. De PvdA, die er „voor de armen” is, en – „hoe noem je ze ook alweer” – D66. Ook „het deftige CDA”: „Daar zitten ook goeie mensen bij, sterk gelovig.”

Greet en John van Vliet.
Foto David van Dam

Van links naar rechts: Greet en John van Vliet, Renata Martins, Yavuz Sarikaya, Ahmed Balarbi.

Oogjes en oortjes open

In de bibliotheek zitten Greet en John van Vliet met hun jas aan aan tafel. Greet was vroeger kantinemedewerkster op het ministerie van Onderwijs. Haar man John deed technisch onderhoud op een analistenopleiding.

Ze houden van hun buurt en proberen er van alles aan te verbeteren. Dat ze een paar jaar geleden op de PVV hebben gestemd, was bedoeld als „tegengas”. „Het ging me niet om die ene meneer”, zegt Greet. „Maar om die ándere politici. Ik dacht: misschien gaan de oogjes en de oortjes dan eens open.”

Ze zal het niet nog eens doen. „Wat er nu gebeurt in de VS, met Donald Trump, dat maakt me bang.”

Ze verlangt ook niet terug naar de waarin de buurt nog bijna helemaal wit was. „Ik vind al die culturen leuk. En onze eigen Nederlanders waren ook niet altijd zo vriendelijk voor elkaar.”

Maar de overheid, vindt ze, discrimineert de Schilderswijk. Als de bewoners iets willen hebben als bloembakken of een kleurige speeltuin, moeten ze daar „harder voor knokken” dan inwoners van de nabijgelegen Stationsbuurt. Zeker als ze wit zijn, zegt John. „Politici willen graag scoren met ideeën van allochtone bewoners.”

Greet begint over een werkbezoek van PvdA’er Jetta Klijnsma (nu staatssecretaris van Sociale Zaken) in de tijd dat die nog wethouder was in Den Haag. „Ze liep hier rond en zei: ‘Wat een mooie huizen.’ Maar van binnen is het een ander verhaal. Er is veel armoede.” Dat doet haar pijn, zegt ze.

Greet en John van Vliet houden een handtekeningenactie voor een pinautomaat in de buurt van de winkels. En ze proberen al jaren om een broodcontainer geplaatst te krijgen in het Hannemanplantsoen.

De islam schrijft voor dat je geen eten weggooit, moslims in de wijk gooien het op straat voor de vogels. Maar er komen ook muizen en ratten op af. De container is er nog steeds niet. „Ik heb van de gemeente een schepje en een bezem gekregen”, zegt Greet. „En ik ben bijna 71.”

Afgerekend op kleur

In de bibliotheek zit ook Kavish Sewnandan (25). Of het moeilijk is om een baan te vinden? Hij studeerde bestuurskunde in Leiden en is nu werkloos.

Als Greet van Vliet zegt dat het voor jongeren uit de Schilderswijk zo moeilijk is om werk te vinden omdát ze uit de Schilderswijk komen, knikt hij. „In Leiden werd er met verbazing gereageerd als ik zei dat ik hier vandaan kwam. Er is een bepaald beeld gecreëerd van de wijk.”

Het is niet zijn enige zorg. „Je wordt ook afgerekend op je kleur. Mijn ouders komen uit Suriname en ze zien hoe het bij mij gaat. Dat is hartstikke pijnlijk.”

In zijn omgeving hoort hij dat jongeren blij zijn dat de partij Denk discriminatie aan de kaak stelt. „Ze leggen de vinger op de zere plek”. Al weet hij zelf niet zeker of je wel kunt verwachten dat er een partij is „met een toverstaf” tegen discriminatie.

De politiek is minder betrouwbaar geworden. Maar ik ook.

Ongedierte vraagt om een oplossing

De Schilderswijk, zegt Wesley Schenk, is „een echte kattenwijk”. Hij is eigenaar van Beukers Dierenshop in de Koningstraat en weet van het gedoe over de broodcontainers. Ongedierte vraagt om een oplossing: katten.

In zijn winkel staat het voer hoog opgesteld. Zijn moeder zit op een stoeltje in de winkel. Zij werkte er altijd al en toen de eigenaar een opvolger zocht, greep Wesley Schenk zijn kans. Hij was net achttien.

„We mogen niet klagen”, zegt hij een paar keer. Over de omzet van de winkel. Over de buurt. Of dat hij de enige ondernemer is zonder migratieachtergrond. „De Marokkaanse visboer zei: ‘Jou moeten we erbij houden. Dat is goed voor de buurt’.”

De PVV heeft volgens Wesley Schenk „goeie kanten”. „Die partij komt op voor ouderen die ons land hebben opgebouwd.” Wat hij níet goed vindt: „Door Wilders komt er verdeeldheid, helemaal hier in de wijk.” En hij zegt nog eens: „We mogen niet klagen.”

Het enige waarover hij moppert, is de pinautomaat die er niet is in dit deel van de Schilderswijk. „We zijn er al acht jaar mee bezig. Maar de banken willen niet.”

Waar is de pinautomaat

Yavuz Sarikaya, eigenaar van supermarkt SKS, wijst de plek aan waar de pinautomaat kan staan: in een hoek van zijn winkel, net naast de uitgang. Daar hangen nu al camera’s. Maar de banken, zegt hij, vinden de buurt te „gevaarlijk”.

Sarikaya, geboren in Turkije, kwam in 2004 naar Den Haag om samen met zijn twee broers de supermarkt te leiden. Daarvóór werkte hij twintig jaar in een metaalfabriek in Oostenrijk.

Hij klaagt wél over zijn omzet. „Ik merk er niets van dat het beter gaat met de economie.” Onze klanten hebben grote financiële problemen en ze worden niet geholpen.”

De regering helpt het buitenland wel, zegt hij. „Het is normaal dat je armen helpt, maar Griekenland heeft het niet nodig. Daar gaat onze hele portemonnee heen.”

In 2004 had hij nog 12 mensen in dienst, nu drie. De drie broers doen zoveel mogelijk zelf. Hij hoopt dat de buurt op een dag een betere reputatie krijgt. „Het moet levendiger worden.”

Maar de kerstverlichting die er dit jaar niet was, miste hij niet. „Het maakt mij niet zo veel uit.” Hij zou er ook niet aan mee willen betalen. Dat moet de gemeente maar doen. „Wij betalen al genoeg. Ik moet zelfs betalen als ik de radio wil aanzetten in mijn winkel.”

Als iedereen meedoet

Ruim een jaar zit Renata Martins (41) nu met haar winkeltje aan de Hoefkade: Sabores da Terra heet het, smaak van de aarde. ’s Avonds werkt ze in de zorg, overdag verkoopt ze Braziliaans-Portugese etenswaar en wijnen. Zoon Kaio serveert coxinha, een gefrituurd deeghapje met kip, aardappel en paprika. „Van buiten de wijk komen ze hierheen, mensen die bij Shell werken of in Wassenaar wonen.”

Dat er geen pinautomaat in de wijk is, zit ook Renata Martins hoog. „Ze zeggen dat het hier te gevaarlijk is. Gevaarlijk? Binnen een paar seconden staat de politie hier, zeker weten.”

De inwoners kunnen veel zélf veranderen, denkt ze. De politiek hoeft zich er niet mee te bemoeien. „Als iedereen maar een beetje meedoet.” Zelf heeft ze grote plannen: een terras bijvoorbeeld. En ze begint over de kerstverlichting. Overal in de stad had je die, maar niet in de Schilderswijk. „Dat maakt me verdrietig.” Ze mist de gezelligheid.

„Wij deden mee aan ramadan”, zegt ze. „Dan zíj ook Kerst.”

Maar het liefst praat ze niet over religie. En ook niet over voetbal of politiek. Ze is een winkelier, ze verkoopt aan iedereen.

Wij schieten te kort.

We missen eenheid

Mustapha Barbouch (31) heeft een reisbureau. Hij biedt ecologische reizen aan naar Marokko, met biologisch eten. In de Schilderswijk kennen ze hem vooral als de voorzitter van het Multicultureel Jongeren Geluid. Hij begeleidt jongeren naar een baan. Geeft huiswerkbegeleiding. Verzorgt trainingen en workshops „gericht op persoonlijke ontwikkeling.”

Zorgen? Nee, die heeft hij niet. De pinautomaat noemt hij „een bijzaak”. En de kerstverlichting? „De gemeente gaf een paar jaar subsidie, maar nu moeten wij het als winkeliers zelf betalen.” Het kost 6.000 euro per jaar, maar de 23 ondernemers uit de buurt vinden dat te duur. „We missen eenheid.”

De gemeente heeft de winkelstraten al mooi opgeknapt. „Wij moeten nu de rest doen. Terecht, vind ik.”

Mustapha Barbouch heeft wel irritaties. „Nederland raakt steeds meer verdeeld. „We zijn allemaal mensen, we moeten leren goed met elkaar te leven.”

Maar dat mensen op de PVV stemmen, snapt hij wel, zegt hij. „Wij schieten te kort.”

Wie ‘wij’ precies zijn? „Wij allemaal. Als we hand in hand optrekken en dagelijks een goed gesprek voeren, kan dat.”

En daarom, zegt hij, is hij ook geen fan van Denk. „Met schreeuwen, met actie-reactie, los je niets op.”