Half miljoen kinderen in Jemen dreigt te sterven

Oorlog in Jemen Ook onder president Trump blijven de VS militair actief in Jemen. Bijna niemand bekommert zich om het lijden van de bevolking.

Een sterk ondervoed jongetje in een kliniek in Abs, in de buurt van Hodeidah. Foto Unicef/AP

De eerste kennismaking van het door oorlog geteisterde Jemen met de nieuwe Amerikaanse regering van president Trump verliep niet onverdeeld gunstig. Niet alleen belandde Jemen vrijdag op Trumps lijst van overwegend islamitische landen waarvoor voorlopig een inreisverbod voor de VS geldt, maar ook had uitgerekend de eerste door Trump persoonlijk goedgekeurde antiterreuractie in de nacht van zaterdag op zondag plaats in Jemen.

Hoewel Trump er zelf weinig over zei, eindigde de actie in de plaats Yakla in een fiasco. Bij de operatie tegen een bolwerk van Al-Qaeda, die bedoeld was om informatie op computers te achterhalen, werd een Amerikaanse commando gedood.

„Bijna alles ging fout”, citeerde het televisiestation NBC een Amerikaanse militaire bron. Al bij de onzachte landing in Jemen raakten enkele SEAL-commando’s gewond. Bij schietpartijen werden volgens Amerikaanse woordvoerders veertien Al-Qaeda-strijders gedood. Maar er kwam ook een flink aantal burgers, volgens lokale bronnen zelfs tientallen, om. Ook het Pentagon erkende woensdag dat er burgers waren gedood. Onder hen het achtjarige dochtertje van de al in 2011 gedode Amerikaanse islamitische prediker Anwar al-Awlaki. Analisten vrezen dat moslimradicalen haar dood propagandistisch zullen uitbuiten.

Humanitaire ramp

Met de rampzalige humanitaire toestand in het toch al straatarme Jemen heeft de nieuwe Amerikaanse regering zich nog niet serieus beziggehouden. Daarin is ze overigens niet uniek. Ook de rest van de wereld heeft maar weinig aandacht voor het lijden van de Jemenitische burgers, minder in elk geval dan voor dat van de slachtoffers in Syrië en Irak.

Sinds maart 2015 bevechten de shi’itische Houthi’s, die de hoofdstad Sana’a in handen hebben, en de verdreven president Hadi elkaar. Hadi kan rekenen op steun van vooral Saoedi-Arabië maar ook van de VS en het Verenigd Koninkrijk, zij het niet van harte. Vooral de Saoediërs voeren hevige luchtbombardementen uit. De tol loopt snel op. Vorige week maakten de Verenigde Naties bekend dat het dodental van het conflict de tienduizend is gepasseerd. Tienduizenden anderen zijn gewond.

Het Rode Kruis maakte woensdag bekend dat er elke dag twintig mensen sterven door een gebrek aan medicijnen. Zeker 160 ziekenhuizen en klinieken werden aangevallen en verwoest. Nog maar 45 procent van de ziekenhuizen is in bedrijf en vele daarvan zitten zonder stromend water, elektriciteit en medicijnen. Zo’n 2,2 miljoen kinderen zijn ernstig ondervoed en een half miljoen van hen is zelfs in acuut levensgevaar.

Het ergst is de toestand in de noordelijke provincie Saada, in het kustgebied bij de plaats Hodeidah en in de zuidelijke stad Taiz. Vooral in Taiz, de derde stad van Jemen, is de afgelopen maanden zeer hard gevochten.

Impasse

Vooruitzichten op een spoedig einde aan de oorlog zijn er niet. „Er is sprake van een impasse ”, zegt Sarah Leah Whitson, directeur Midden-Oosten van Human Rights Watch, in een gesprek met NRC. „De Saoediërs dachten makkelijk te kunnen winnen. Maar nu zitten ze vast en het is slecht voor hun internationale reputatie. Zelf hebben ze weliswaar geen last van slachtoffers, maar ik denk dat ze graag een makkelijke uitweg zonder gezichtsverlies zouden vinden.”

Saoedi-Arabië rechtvaardigt zijn optreden deels door te wijzen op de steun die de Houthi’s zouden ontvangen van het eveneens shi’itische Iran. Whitson zegt voor de Iraanse betrokkenheid echter maar een keer enig bewijs te hebben gezien. Dit verwijt zou volgens haar echter wel een profetie kunnen worden die uitkomt.

„De Houthi’s zoeken nu bondgenoten. Dat zou ik ook doen in hun plaats.”

Intussen probeert Al-Qaeda in het zuiden stilzwijgend zijn positie te versterken. Met opzet stelt het zich minder wreed op dan Islamitische Staat, dat weinig aanhang geniet in Jemen. Maar de Amerikanen blijven hen van tijd tot tijd bestoken met drones en soms ook via commandoacties. Dat was zo onder president Obama en onder zijn opvolger is dat - naar dit weekend bleek - niet anders.