Recensie

Green Day in spagaat tussen punk en entertainment

Punkrock In een uitverkochte Ziggo Dome predikte Green Day dinsdag de revolutie. Een hoogenergetisch optreden dat toch zo slap eindigde.

Hoe lang is het vol te houden dat je als meer dan twintig jaar actieve rockband nog rebels, jeugdig en vol frisse ideeën kunt blijven? Voor het Californische punkrocktrio Green Day is dat best lastig, sinds ze op hun vorig jaar oktober verschenen album Revolution Radio de revolutie predikten in songs als ‘Forever Now’ en ‘Troubled Times’. Dat er woelige tijden aan kwamen, was een voorspelling die inmiddels meer dan werkelijkheid is geworden. Een update van Green Day’s revolutionaire elan kon niet uitblijven in de volle Ziggo Dome.

„Fuck you Donald Trump”, scandeerde zanger Billie Joe Armstrong in de toegift ‘American Idiot’. Het zou een gratuite opmerking geweest zijn, als Armstrong niet eerder op de avond een vurig betoog had gehouden tegen Trumps verharde immigratieregels. Het nummer ‘Boulevard of Broken Dreams’ droeg hij op aan alle vluchtelingen. Trump is een marionet van rechts, aldus Armstrong. Het publiek gaf hem een open doekje.

Tot zover de punkretoriek, die paste bij Bruce Springsteens opmerking eerder deze week dat hij en de E Street Band onderdeel zijn geworden van „het nieuwe verzet”. Green Day sloot zich in wat bottere bewoordingen bij die beweging aan.

Met de energie van jonge honden stortte het met drie gastmuzikanten uitgebreide trio zich op een repertoire dat nog altijd voor een belangrijk deel draait om de radiopunk van hun doorbraakalbum Dookie (1994). De songs ‘When I Come Around’ en ‘Basket Case’ werden het meest fanatiek meegezongen, door jong en oud nu er vaders en moeders waren die hun kinderen tot Green Day’s klassieke vier-akkoordenpunk bekeerd hebben.

Zorgvuldig gedoseerd vuurwerk

De 44-jarige Billie Joe Armstrong blijft een gewiekst publieksmenner, die op cruciale momenten een fan op het podium haalde om een couplet te zingen of een partij gitaar te spelen. Die adempauzes kon hij goed gebruiken, want Armstrong spaarde zijn longen niet bij zijn twee en een half uur lang uitgedragen boodschap van geloof, hoop en liefde. „Wie vrijheid wil zal daar hard om moeten schreeuwen”, hield hij zijn fanatiek springende publiek voor.

De drie turven hoge Armstrong had verschillende verhogingen tot zijn beschikking om gezien te worden

De show was relatief sober, met zorgvuldig gedoseerd vuurwerk en een simpele achtergrond bij de op en neer rennende muzikanten. De drie turven hoge Armstrong had verschillende verhogingen tot zijn beschikking om gezien te worden. Meer dan bas, gitaar en drums kwamen er pas toen in ‘Knowledge’, een cover van Green Day’s grote voorbeeld Operation Ivy, een saxofonist te voorschijn kwam. Met de punketiquette (geen solo’s, geen overbodige franje) werd gebroken toen drummer Tré Cool achter zijn trommels vandaan kwam om in korte broek een potsierlijke balletdans op te voeren. Een medley van Stones-nummer ‘(I Can’t Get No) Satisfaction’ en Beatles-song ‘Hey Jude’ werd op hetzelfde hoemparitme afgewerkt. Eerlijk is eerlijk.

De spagaat tussen entertainment en een stoere punkattitude viel Green Day niet makkelijk. Het in verschillende passages opgedeelde ‘Jesus Of Suburbia’ kon bijna doorgaan voor symfonische rock. Het beste klonken ze in korte explosies van venijn als ‘Burnout’ en ‘Bang Bang’, een recente toevoeging aan hun arsenaal van onweerstaanbare punkpopsongs. In schril contrast daarmee stond Billie Joe Armstrongs finale als eenzaam akoestisch folkzanger, waarbij een regen van confetti over de hoofden neerdaalde als in een verdwaalde ticker tape parade.

Nog nooit eindigde een zo hoogenergetisch optreden zo slap, alsof Green Day zelf ook niet weet wat ze nu aanmoeten met de revolutie die ze vóór de verkiezingen nog predikten. Trump moet weg, daar was iedereen in de Ziggo Dome het wel over eens. Tot zolang danst Green Day de pogo op de vulkaan.