geneeskunde

Vaste huisarts bespaart ziekenhuisbezoek

Ouderen die voor medische hulp steeds dezelfde huisarts spreken, en niet vaak een vervanger, worden minder vaak onnodig doorverwezen naar een specialist in het ziekenhuis. Dat blijkt uit een analyse van de medische dossiers van 230.000 oudere patiënten van 200 huisartsenpraktijken in het Verenigd Koninkrijk. Het onderzoek is woensdag gepubliceerd in het medische tijdschrift The BMJ.

Het aantal verwijzingen voor behandelingen die de huisarts ook best zelf had kunnen doen, was 12 procent hoger bij patiënten die bij consulten vaak een ander voor zich hebben, schrijven de onderzoekers, vergeleken met patiënten die meestal dezelfde huisarts zien. Het effect was het sterkst bij mensen die vaak naar de huisarts gaan. Niet verwonderlijk wisselt de huisarts het vaakst binnen groepspraktijken, de grootste bovenaan.

Daar zit een mogelijkheid om flink te besparen in de kosten van de zorg, schrijven de Britten. Als er meer patiënten „in de eerste lijn” (dat wil zeggen bij de huisarts) geholpen kunnen worden is dat een stuk goedkoper.

Naarmate een dokter de patiënt beter kent, kan hij of zij waarschijnlijk beter bepalen welke behandeling nodig is, schrijven de onderzoekers. Maar, zeggen ze erbij, of dit inderdaad de oorzaak is, is niet bewezen. Dit was zuiver een observationele studie.

De uitkomst strookt met eerdere onderzoeken. Vorig jaar concludeerden artsen van de VU in Amsterdam al dat ouderen langer leven als zij hun eigen vertrouwde huisarts gedurende jaren houden.