Column

Geen gebrek aan mooie politieke woorden

Daan van Lent hoorde zeven politici vertellen over kunst en cultuur. Ze zijn allemaal positief, maar er blijft nog een afstand te overbruggen.

Laten we hier eens een kwisje doen. Bezoekers van de discussiebijeenkomst ‘Beyond Elections’ woensdagavond op het International Film Festival Rotterdam moeten maar even niet meedoen. Daar toonde Kunsten ’92 en een aantal andere cultuurorganisaties voor het eerst een korte compilatie van interviews met zeven lijsttrekkers – of hun vervanger – over wat kunst en cultuur voor hen betekent. Die zeven: Emile Roemer (SP), Sybrand Buma (CDA), Lodewijk Asscher (PvdA), Alexander Pechtold (D66), Thierry Baudet (Forum voor Democratie), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks). Probeer ze maar eens te koppelen aan deze zeven antwoorden op de vraag wat bij ze opkomt bij ‘kunst en cultuur’:

„Inspiratie, identiteit, leren.”

„Een levensbehoefte, maatschappelijke zuurstof.”

„Veel mooie herinneringen aan mijn kinderjaren en aan wat het voor je kan betekenen.”

„Dat kinderen zo jong als ze zijn genieten van kunst.”

„Het belangrijkste dat we als mens hebben en dat we delen met elkaar in een samenleving.”

„Verbinding, verbeelding en verheffing.”

„Spanning, bevragen, elkaar ontmoeten, mooi én afstotend.”

Bekijk de antwoorden in onderstaand filmpje van Kunsten ’92

Ik had het voorrecht om ook het ruwe materiaal te mogen bekijken, onder de voorwaarde dat ik er niet uit zou citeren. De lijsttrekkers willen eerst hun fragmenten autoriseren, voordat hun afzonderlijke interviews geopenbaard worden. Maar een paar algemene indrukken: vier van de lijsttrekkers speelden piano in hun jeugd en twee doen dat nog steeds, één heeft elektrische gitaar gespeeld (ook in een band) en één op het toneel gestaan. Ze halen persoonlijke herinneringen op aan een oom als dirigent, de harmonie in het dorp, hun eerste museumbezoek, Monet in Holland.

Mooie woorden

Ze besteden eigenlijk zonder uitzondering mooie woorden aan hoe kunst en cultuur kunnen verbinden in tijden van polarisatie. Een ander winstpunt: ze benadrukken allen het belang van het in aanraking brengen met cultuur van de jeugd. En dat nadat pas de laatste jaren voorzichtige aanzetten zijn gegeven tot herinvesteringen in cultuureducatie en muziekonderwijs, die door eerdere bezuinigingen zware slagen zijn toegebracht.

Is het allemaal zo mooi? Of zijn er ook andere lessen uit deze interviews te trekken? Zeker, en minimaal één belangrijke. De zeven spreken opvallend weinig over levende kunstenaars, regisseurs, acteurs, musici, componisten, schrijvers, dansers als gevraagd wordt naar hun persoonlijke ervaringen, indrukken en culturele bezoeken (weinig want ‘te druk’). Er blijft nog een grote afstand te overbruggen.