Kritiek op de duurste Chinese film ooit is niet welkom

Chinese film

Kritiek op ‘The Great Wall’ geldt bijna als landverraad, maar de ambitie van de Chinese film vertaalt zich nog niet in kwaliteit.

Monsters vallen aan, het Chinese leger staat pal in The Great Wall

‘Heb ik 6 euro voor een bioscoopkaartje betaald en dan zou ik deze flutfilm niet mogen bekritiseren”, snuift Zhang Ying, een jonge inwoner van Shanghai, verontwaardigd. Hij heeft net op de website van het Volksdagblad, de officiële partijkrant, gelezen dat het „onverantwoordelijk” en „tendentieus” is om de duurste film ooit gemaakt in China, The Great Wall van Zhang Yimou, belachelijk te maken.

„Mogen we al niet veel zeggen over politiek, is er blijkbaar opeens een nieuwe regel dat we alle films mooi moeten vinden”, zegt Zhang Ying, redacteur bij filmsite Douban, met een luide lach.

Inderdaad, je mag niet zeggen dat The Great Wall lijkt op een kruising tussen Jurassic Park en de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Of dat het raar is dat een ‘witte man’ die arme Chinezen komt redden. Op Douban, een onder jongeren populaire site, heeft het avonturen-epos vanwege het dunne verhaal met mythische monsters een vijfje gekregen: een magere score voor een 3D-film met Amerikaanse en Chinese sterren als Matt Damon, Willem Dafoe, Jing Tiang, Andy Lau en popidool Lu Han. Na een maand op bijna 20.000 Chinese schermen zijn de kosten – 150 miljoen dollar – er nog lang niet uit. En dat komt omdat Douban en vergelijkbare sites met duizenden negatieve amateur-kritieken de film hebben geschaad, meent het Volksdagblad. Erger nog, aldus de partijkrant: „Het hele Chinese film-ecosysteem is beschadigd.”

NRC gaf The Great Wall 2 ballen. Lees de recensie: Spektakel dat heel wat kost en nergens over gaat

De officiële gevoeligheid is makkelijk verklaarbaar. Er staan grote financiële belangen op het spel, én het prestige van een staat die besloot dat de ‘culturele industrieën’ tot wereldniveau ontwikkeld moeten worden. Matt Damon mag The Great Wall dan „gewoon een interessante en goedgemaakte popcornfilm” vinden, de Chinese (beleids)makers hopen op een wereldhit met Chinese karakteristieken die onderstreept dat de Chinese filmindustrie gelijkwaardig is aan de Amerikaanse. Natuurlijk, The Great Wall is geen politiek manifest, maar wel degelijk culturele, Chinese ‘soft power’. Regisseur Zhang Yimou laat er geen misverstand over bestaan dat met een actiefilm op China’s bekendste en oudste bouwwerk „hopelijk meer dan 100 miljoen buitenlanders” gefascineerd raken door China.

Dat de censuur over zijn schouder meekeek, is voor iedereen die de Chinese filmwet kent glashelder. Aan alle vereisten is voldaan. De regisseur is een Chinees, de meeste acteurs ook en het verhaal respecteert de „waardigheid, de eer en de belangen van China”. Seks, drugs, politieke agitatie, extreem en zinloos geweld, religieus fanatisme en het aanzetten tot afscheiding van het moederland ontbreken.

Chinese intelligentie

Komisch en politiek zeer correct is de afbeelding van de jonge keizer als bange, laffe kwezel. En geen gelegenheid wordt ongebruikt gelaten om de moed van de soldaten, het strategische inzicht van de commandanten en het wapen-technisch vernuft van de legers te benadrukken. De Ierse huurling William (Matt Damon) mag dan ‘de witte held’ zijn in de strijd tegen monsters uit de hel, het zijn de vrouwelijke commandant Lin (Jing Tian) en haar adviseur (Andy Lau) die het wapen ontdekken om de mythische monsters uit te schakelen. Brute buitenlandse spierkracht wordt uiteindelijk overtroffen door Chinese intelligentie: de boodschap ligt er tofoe-dik bovenop.

Hoewel duurder en grootschaliger dan het doorsnee Chinese spektakelstuk is The Great Wall typisch voor het huidige aanbod in de Chinese bioscopen. Hoe fantasierijker het verhaal, hoe makkelijker het is toestemming te krijgen van de bureaucraten van de Staatsadministratie voor Pers, Publiciteit, Radio, Film en Televisie. Jeugdromances, oorlogsfilms waarin Japanners in de pan worden gehakt en kungfu-films worden ook vrijwel altijd goedgekeurd.

Maar de meeste Chinese films floppen na een week of wat: de 34 toegestane buitenlandse films, waarvan 24 uit de VS, scoren veel beter. Buitenlandse films, goed voor 22 procent van het filmaanbod, hebben een marktaandeel (gemeten in kasopbrengst) van 40 procent. Terwijl het voor een buitenlandse film moeilijker is om China in te komen dan een vluchteling in Trumps Amerika. Alleen films die al in het scenariostadium zijn voorgelegd aan de censuur maken een kans. Tegenwoordig fêteren Amerikaanse filmproducenten ambtenaren uit Beijing op hun filmsets.

Vorig jaar vlakte de groei van het aantal verkochte bioscoopkaartjes voor het eerst af, hoewel er in China dagelijks nog steeds zo’n twintig filmschermen bijkomen: tussen 2010 en 2016 steeg hun aantal van 6.850 naar 39.800. Wellicht raakt het Chinese publiek verwend en eist het betere films. Cultuur- en filmcritica Dai Jinhua stoort zich al jaren aan het gebrek aan kwaliteit. ‘Echte’ films ziet zij op internet of via piratenversies in dvd-winkels. „Als je mij vraagt om in één zin de Chinese filmindustrie te beschrijven, dan zeg ik dat wij nu over heel veel filmliefhebbers en bioscopen beschikken, bijna net zoveel als in de VS, maar over heel weinig films die ons beroeren.” En, voegt de grande dame van de Chinese filmkritiek er desgevraagd aan toe: „We beschikken inmiddels over een architectonisch schitterend filmgebouw, maar helaas staan erg veel zalen leeg.”

Het zal, vreest zij, nog decennia duren voordat Chinese regisseurs de ruimte krijgen om kritische, schokkende of onthullende films te maken, bijvoorbeeld over Mao of de Culturele Revolutie – nu zijn de Oliver Stones van China kansloos. Films van kritische filmmakers (Feng Xiaogang, Jia Zhangke en Jian Wen) zijn hooguit te bewonderen op de festivals in Cannes, Amsterdam of Berlijn. Chinese producenten gaan, net als regisseurs, de confrontaties met de censuur uit de weg. Of nauwkeuriger; zij zijn onderdeel van het systeem dat onafhankelijke, ongecensureerde publieksfilms blokkeert.

Spil in dat systeem is de man achter The Great Wall, vastgoedmagnaat Wang Jianlin (63). Wang is prominent lid van de Communistische Partij, een voormalige legerofficier die een klein staatsbedrijf in Dalian ontwikkelde tot het grootste vastgoedbedrijf van China, de Wanda Dalian Groep. Iedere Chinese stad heeft een of meer Wanda Plaza’s, luxe winkelcentra met tientallen restaurants en bioscopen. Sinds 2012 spendeert Wang kapitalen aan aankoop en renovatie van Amerikaanse en Europese bioscoopketens en filmstudio’s (Dick Clark Productions, Legendary Pictures). Als een van de zes ‘majors’ van Hollywood, zoals Universal of Sony Pictures, te koop komt, staat de rijkste man van China klaar om toe te slaan. Of de nieuwe bewoner van het Witte Huis dat toestaat, is de vraag. Wang was de enige Chinees op de kapitalisten-top in Davos die president Trump waarschuwde goed na te denken voordat hij stomme dingen doet richting China. Iedereen wist dat hij ook namens president Xi Jinping sprak.

Hollywood van het Oosten

Ontwerp Wanda’s ‘Oriëntal Movie Metropolis’ Qingdao. Beeld Wanda Studio’s

Wangs grootste en nieuwste project is „Cinema Metropolis van het Oosten” in haven- en bierstad Qingdao: „Hollywood in China.” Hier, in de eerste van dertig geplande filmstudio’s, is The Great Wall opgenomen. Zelfs voor Chinese begrippen is de filmstad in wording een indrukwekkend complex met hotels, winkelcentra, filmstudio’s, kantoren en een metronet. Toer op een winterse middag rond in deze gigantische bouwput en het wordt duidelijk dat Hollywood concurrentie van formaat krijgt. Met hulp van Pinewoods in Londen verrijzen hier de modernste (onderwater)studio’s en post-productiefaciliteiten ter wereld.

Dit is de toekomstige filmhoofdstad van China; veel van de duizend kleine filmstudio’s sluiten als dit oostelijke Hollywood in augustus 2018 klaar is. En daarna van de wereld? Zal Hollywood met Qingdao samensmelten tot Qingwood? Of wordt het de zoveelste goedkope opnamefacilteit voor Hollywood?

The Great Wall is Wang Jianlins internationale openingszet, en de komende maanden zal hij ontdekken dat een mondiale filmhit scoren moeilijker is dan het lijkt. Maar dat maakt niet uit: Wang verwacht dat China, de – in 2019 – grootste filmmarkt ter wereld, hem onherroepelijk naar de top voert. Hij heeft plannen voor nog elf internationale spektakelfilms met Amerikaanse sterren.

Als een studio-gids van Wanda haar golfkarretje richting kunstmatig eiland met bioscoopcomplex en 7-sterrenhotel stuurt, zegt ze opgewekt: „Wij hopen dat buitenlandse sterren, maar ook schrijvers en kostuumontwerpers, zich hier thuis gaan voelen.” Als de zeewind de luchtvervuiling uit Beijing wegblaast, vast wel.