Recensie

De postapocalyptische landschappen van Isabelle Andriessen

Galerie Behalve dat Andriessens beelden associatief rijk zijn, zeggen ze ook iets over tijd. Gaandeweg zal alles er namelijk anders gaan uitzien.

I. Andriessen: Resilient Bodies 1

Als de poolkappen zijn gesmolten, de temperatuur op aarde is opgelopen tot gemiddeld 50 graden en het land is veranderd in een borrelend, tropisch moeras - een habitat die lijkt op die van vele miljoenen jaren voor onze jaartelling - dan gebeurt er volgens de Britse schrijver J.G. Ballard iets vreemds met het menselijk bewustzijn. De mens construeert landschap, maar spiegelt zich er ook in. En zoals de postapocalyptische natuur er in de toekomst uit zal zien als in een plaatjesboek over de prehistorie, zo doorleeft ook het menselijk bewustzijn een regressie naar toen.

Beeldend kunstenaar Isabelle Andriessen (1986) – telg uit de beroemde kunstenaarsfamilie – is opgegroeid met dit soort distopische gedachten. Haar (overleden) vader – kunstenaar en componist Jurriaan Andriessen – was sterk beïnvloed door het rapport Grenzen aan de Groei, dat in 1972 door de Club van Rome werd gepubliceerd. Dochter Isabelle Andriessen is geen componist, geen wetenschapper maar beeldend kunstenaar, in 2013 afgestudeerd aan de Rietveld en na een Master of fine Arts in Malmö en een residency in het EKWC, net aangenomen op de Rijksakademie in Amsterdam.

Vernietiging, verval en gif

Andriessen is beeldhouwer. Dat betekent dat ze uitgaat van het materiaal: was, klei, plasticine, metaal, schroot, hout. Ze maakt er lyrische installaties mee, die ook refereren aan een abstracte, minimalistische context. Oesterzwammen groeien gedurende de tentoonstelling uit rechthoekige, metalen groeibakken en in haar nieuwste werk zijn de dragers van haar beelden opnieuw vierkant en rechthoekig. Eén beeld wordt zelfs ‘verstikt’ in een met plastic afgedekte non-white cube.

Andriessens grote beelden in Hoorn bestaan uit keramiek, schroot en paraffine, die samen een landschap verbeelden na een catastrofe. Ergens is nog iets herkenbaar – een stuk airco, hard gebakken klei - maar verder is alles vernietiging, verval en gif.

Behalve dat Andriessens beelden associatief rijk zijn (maar niet overdadig), zeggen ze ook iets over tijd.

Gaandeweg deze tentoonstelling zal alles er namelijk anders gaan uitzien dan nu. In de keramische vormen zitten warmte-elementen – denk aan broodroosters – die de was waar de abstracte vormen van schroot en keramiek mee zijn overdekt, langzaam doen smelten.

Er ontstaan stroperige, moerassen in laguneblauw, lichtgeel en pastelgroen, die alles wat onvergankelijk lijkt, toch vergankelijk maken.