De lezer wil een journalist die hem als een goede vriend bijpraat

Mediatrends

Hoe bereik je nieuw publiek in een digitale storm? Met journalisten die je informeel benaderen, stelt Reuters. Zoals de nieuwe, dagelijkse podcast van The New York Times.

Hoe bind je de lezer? Stuur hem berichtjes

Deze woensdag begint The New York Times met The Daily: elke werkdag een nieuwspodcast van een kwartier, als ochtendshow op afroep. Dat is uniek: het is de eerste keer sinds de definitieve doorbraak van de podcast, in 2014, dat een grote partij inzet op een dagelijks ritme.

Tekenend voor medialand is het ook, met het recent verschenen mediarapport van het Reuters Institute ernaast. In Journalism, Media, and Technology Trends and Predictions 2017 analyseert samensteller Nic Newman de vooruitzichten in die branches. Aan het rapport werkten 143 mediamakers uit 24 landen mee.

In de podcast van de Times komen een aantal van de voorspelde trends samen. Ten eerste: het aantal Amerikanen dat minstens eens per maand een podcast luistert groeit hard, met 23 procent in 2016. Ten tweede: traditionele media moeten via nieuwe kanalen nieuw publiek aanboren om zich staande te houden. En ten derde: journalistiek wordt vaker ‘conversational’: minder formeel en meer alsof een goede vriend je bijpraat. Bij The Daily zullen meewerkende journalisten niet alleen het nieuws brengen en analyseren, maar het ook hebben over hun persoonlijke indrukken.

Van sommige andere trends hoeven we niet op te kijken. Media zullen onder blijvende en toenemende druk komen te staan door teruglopende advertentieinkomsten, minder vertrouwen bij het publiek, de rol van techgiganten en, als laatst bijgekomen factor, de invloed van Donald Trump op de media én de democratie waarin journalisten hun werk moeten doen.

Door de teruglopende advertentiemarkt is het toverwoord: lidmaatschap. Digitaal moet het geld in de eerste plaats direct via de lezer binnenkomen, zegt bijna de helft van de mediamakers. Maar daarvoor moet de anonieme, toevallig langssurfende internetter worden omgezet in een terugkerende bezoeker. Met nieuwsbrieven bijvoorbeeld: onder meer Quartz, de Financial Times en ook The New York Times zetten in op klantentrouw via de inbox. Maar belangrijker nog is volgens velen de ‘battle for the lock-screen’: zo’n 70 procent van de mediamakers gokt op smartphone-notificaties om gebruikers te trekken.

De rol van techgiganten als Facebook en Google, die het leeuwendeel van de advertentieinkomsten wegzuigen, blijft zorgen voor spanning met uitgevers. Die kunnen niet zonder het publiek dat via die kanalen komt, maar willen tegelijk onafhankelijk blijven. Bijna de helft (46 procent) van de ondervraagden maakt zich méér zorgen dan vorig jaar over de rol van de platforms. Slechts één op de tien maakt zich minder zorgen.

Optimisme? Jawel, dat is er ook. Het Reuters Institute voorziet „honderden” pogingen om nepnieuws aan te pakken, omdat filantropen, stichtingen en platformen erin zullen investeren. En 70 procent van de ondervraagden denkt dat zorgen over verspreiding van nepnieuws hun eigen positie zal versterken: ze voorzien een ‘vlucht’ naar kwaliteitsmedia.

Want ook dat was een effect van de overwinning van Trump: onder meer The New York Times, The Wall Street Journal en ProPublica zagen een flinke stijging in donaties en betaalde lidmaatschappen.