Gestrand in de ijskoude fuik van Belgrado

Duizenden migranten zijn op weg naar de EU gestrand in Servië. Velen van het wachten in de vrieskou op een kans om verder te reizen.

Een Afghaanse vluchteling warmt zich aan een vuurtje in een verlaten warenhuis in Belgrado, Servië. Muhammed Muheisen/AP

„Welkom in onze slaapkamer!” Rahmat (27) uit de Afghaanse Kunnar-provincie is behoorlijk opgewekt voor iemand die de nacht moet doorbrengen bij - 8 Celsius in een bouwvallig spoorwegdepot vol giftige rookwalmen.

Een deken, gespannen over een touw, flapt opzij. De ogen van twee mannen lichten op. Ze zitten tegen elkaar aan gedrukt onder de uitlaat van een warmtegenerator, opgesteld aan de buitenkant van een gebroken raam. Lagen ruwe dekens dienen zowel als wand- en vloerbedekking in deze loods achter het hoofdstation van Belgrado.

Vanuit alle hoeken van de enorme ruimte klinken de gezangen en rochelhoestbuien van de overwegend Afghaanse bewoners: mannen en jongens, sommigen met de gezichten van lagereschoolkinderen. Ingepakt in winterjassen of dekens, voeden ze hun kampvuurtjes met hout en afval. Hulpverleners stelden de afgelopen weken talrijke longonstekingen, bevriezingswonden en inmiddels ook een griepepidemie vast.

Correspondent Roeland Termote filmde het geïmproviseerde vluchtelingenkamp in het spoorwegdepot van Belgrado.

Al maanden wachtend

Belgrado is een plaats vol ontberingen voor veel migranten. En een fuik in de laatste etappe van hun tocht richting de Europese Unie. Het noordelijker gelegen Schengen-land Hongarije verminderde recent het aantal dagelijks toegelaten asielzoekers via twee draaideuren in het grenshek met Servië: van 20 naar 10. Omdat ook EU-lidstaat Kroatië zijn grensbeleid verscherpt, verblijven veel migranten steeds langer in het land, zegt Tatjana Ristic van ngo Save The Children.

„Ze zijn hier maanden lang: we zien mensen die al een jaar geleden aan hun tocht begonnen.”

Honderden van de 7.400 vluchtelingen, asielzoekers en migranten die VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR telt in het Balkan-land van 7,1 miljoen inwoners, verblijven in deze ondergesneeuwde warenhuizen en verroeste treinwagons. De Servische regering wil hen weg uit het stadscentrum en regelt bussen naar het nieuw ingerichte kamp van Obrenovac, op 33 kilometer afstand. Enkele honderden mensen gingen in op dat aanbod. Anderen blijken niet op de hoogte. Nog anderen hebben er geen oren naar.

„Negentig procent van de migranten in Servië heeft al onderdak in een kamp,” zegt Ivan Miskovic van het Servische Commissariaat voor Vluchtelingen en Migratie. Maar met een capaciteit van minder dan 7.000 plaatsen kunnen de regeringskampen volgens hulpverleners niet iedereen naar behoren huisvesten. „Juist daarom zijn we druk met het opzetten van nieuwe centra”, zegt Miskovic. „In de zuidelijke grensstreek hebben we nog vrije bedden, maar daar willen veel mensen niet heen.”

„Ze zijn bang dat ze teruggezonden worden naar [het zuidelijke] Presevo” zegt Yusef uit Kaboel. Daar is hun bewegingsvrijheid beperkter en ze komen net uit die richting. „We want to go go go,” zegt Rahmat, die vanuit Bulgarije het land binnenkwam en naar Frankrijk wil. Dat doe je door zo dicht mogelijk bij de smokkelaars te blijven die zich hier verzamelen. Die laatsten verspreiden regelmatig foute informatie, zegt Ristic.

„Zoals de belofte dat de grens met Hongarije binnenkort weer zou opengaan.”

Honden en schoppende agenten

Rahmat wachtte daar niet op: net als vele anderen knipte hij een gat in het Hongaarse grenshek. Hongaarse politiehonden kwamen achter hem aan, vertelt hij. Agenten dreven hem opnieuw de grens over. Volgens de UNHCR is het terugsturen zonder asielprocedure van migranten die niet op de reguliere wijze de grens oversteken, courante praktijk.

Save the Children stelde in een verklaring dat 1.300 vluchtelingen de afgelopen twee maanden „illegale pushbacks” meldden aan de Hongaarse grens en nog eens 300 aan de Kroatische. Volgens een rapport van Human Rights Watch, een andere ngo, schopten en sloegen sommige Kroatische politie-agenten de migranten en namen ze geld en mobieltjes af.

Soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de Hongaarse politie zijn legio onder migranten. Ze worden ontkend door de Hongaarse regering. Maar ngo-medewerkers in Belgrado zeggen regelmatig hondenbeten te zien bij mensen die terugkomen van de Hongaarse grens. Ook de verhalen over gestolen mobieltjes en jassen worden beaamd door een ervaren hulpverlener die niet met naam in de krant wil om spanningen met de werkgever te vermijden.

Bonen, rijst of linzen

In Belgrado zijn dooitemperaturen in zicht. Maar de frustratie wordt er niet minder om. Tussen de warenhuizen bij het station wachten tientallen mannen hun buurt af bij een voedseltruck, gerund door een ngo. Die negeerde het verzoek van de Servische regering om geen voedsel meer uit te delen aan de loodsbewoners. Het bord bonen, rijst of linzen dat ze hier rond lunchtijd krijgen, is voor velen de enige dagelijkse maaltijd. Toch verhinderde een groep heetgebakerde jonge mannen vorige week de voedselbedeling, uit onvrede met hun situatie.

„We zouden ons thuis niet verlaten, indien thuis niet de mond van een haai was,” zegt een slogan, geverfd op een van de warenhuismuren. „Velen zeggen dat ze als ze hadden geweten wat hen te wachten stond, niet meer zouden vertrekken,” zegt Ristic. In dit stadium van hun reis maakt die kennis zelden nog wat uit: nu willen ze alleen nog West-Europa bereiken.

Foto’s Roeland Termote