Veel sportclubs melden seksueel overschrijdend gedrag niet bij instanties

Uit angst voor negatieve publiciteit, ledenverlies en inkomstenderving, verzwijgen zij misstappen. Incidenten worden afgedaan met „een goed gesprek”.

Oud-wereldkampioen wielrennen Petra de Bruin, ooit zelf slachtoffer van seksueel misbruik.

Veel sportclubs rapporteren seksueel overschrijdend gedrag van medewerkers niet bij een sportbond, meldpunt of vertrouwenspersoon. Uit angst voor negatieve publiciteit, ledenverlies en inkomstenderving, verzwijgen zij misstappen. Incidenten worden afgedaan met „een goed gesprek”.

Dat constateert onderzoekster Nicolette Schipper- van Veldhoven, wier bevindingen worden bevestigd door sportkoepel NOC*NSF. Schipper-van Veldhoven is lector Sportpedagogiek aan de Hogeschool Windesheim. Haar onderzoeksgroep bestudeert de gevolgen van seksuele intimidatie in de sport. „Bestuurders zijn bang dat hun club in een slecht daglicht komt te staan”, zegt Schipper-van Veldhoven. ‘Waar rook is, is vuur’, zeggen zij tegen haar, als zij hun vraagt of zij grensoverschrijdend gedrag rapporteren. „Problemen lossen zij bij voorkeur intern op. Dat sterkt mij in het vermoeden dat de gerapporteerde zaken het topje van de ijsberg vormen.”

Uit een rondgang van NRC langs enkele tientallen verenigingen die de afgelopen vijf jaar te maken kregen met seksueel overschrijdend gedrag van een (ex-) medewerker, blijkt dat er soms nog jaren wordt geworsteld met een ontuchtzaak.

Sportkoepel NOC*NSF, dat jaarlijks zo’n tweehonderd meldingen krijgt gerelateerd aan seksuele intimidatie, herkent die reflex.

„Vaak denken bestuurders de zaak zelf op te kunnen lossen’’, aldus NOC*NSF. Zeker als het om grensgevallen gaat. Een coach die net iets te vaak de kleedkamer binnenstapt terwijl pupillen zich omkleden. Een masseur die ‘per ongeluk’ het verkeerde lichaamsdeel aanraakt. Op de vraag hoe die gesprekken verlopen, zegt de sportkoepel: „De bestuurder vraagt de medewerker ‘het nooit meer te doen’. De medewerker belooft plechtig: ja.”

Veel bestuurders zijn zich bewuster geworden van de risico’s en namen maatregelen. Ze stelden een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verplicht of schakelden een vertrouwenspersoon in. Bij één club mogen coaches zich niet meer met een jeugdlid in een afgesloten bevinden.

Sommige bestuurders reageren geprikkeld op de vraag welke maatregelen werden genomen om nieuwe ontuchtzaken te voorkomen. De voorzitter van een handbalclub waarvan een ex-coach in de fout ging bij een andere club: ,,Waarom brengt u ons in verband met deze zaak? Wij zijn geen partij. Ik voel mij hier ongemakkelijk bij.”